Commentaar van art. 16, WIB 92
Onderafdeling IV - Woningaftrek
| 16/0 | |
| 16/1 | |
| 16/2-6 | |
| 16/7-8 | |
| V. VOORBEELD BETREFFENDE DE BEREKENING VAN DE WONINGAFTREK (AJ. 1999 - ZIE 16/2 TOT 16/8) | 16/9-13 |
| 16/9 | |
| 16/10 | |
| C. Eerste geval : het nettoberoepsinkomen van beide echtgenoten samen bedraagt 1.032.000 BEF | 16/11 |
| D. Tweede geval : het nettoberoepsinkomen van beide echtgenoten samen bedraagt 1.037.000 BEF | 16/12 |
| E. Derde geval : het nettoberoepsinkomen van beide echtgenoten samen bedraagt 1.046.000 BEF | 16/13 |
| VI. ONROERENDE GOEDEREN OF DELEN ERVAN WAAROP DE WONINGAFTREK VAN TOEPASSING IS | 16/14-25 |
| VII. VOORBEELDEN BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN | 16/26-32 |
| 16/26 | |
| 16/27 | |
| 16/28 | |
| 16/29 | |
| 16/30 | |
| 16/31 | |
| 16/32 | |
| 16/Bijlage |
Nummer 16/0
Art. 16. - § 1. Ingeval een belastingplichtige een woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, wordt het kadastraal inkomen van die woning verminderd, doch niet verder dan tot nihil, met een woningaftrek ten bedrage van 120.000 frank, verhoogd met 10.000 frank voor de echtgenoot en voor ieder persoon ten laste van de belastingplichtige op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd.
§ 2. Voor de vaststelling van de verhoogde woningaftrek komt in aanmerking het hoogste aantal kinderen dat de belastingplichtige op 1 januari van enig vorig jaar ten laste heeft gehad, voor zover hij nog dezelfde woning betrekt en die berekening een hogere aftrek oplevert dan uit de toepassing van § 1 volgt.
§ 3. Wanneer het totale netto-inkomen niet hoger is dan 950.000 frank, wordt de overeenkomstig § 1 beperkte woningaftrek verhoogd met de helft van het verschil tussen het kadastraal inkomen van de woning en de woningaftrek.
Het overschrijden van de grens van 950.000 frank mag niet daartoe leiden dat de verhoging ingevolge het eerste lid wordt verminderd met meer dan de helft van het verschil tussen het totale netto-inkomen en die grens.
§ 4. Voor de toepassing van de §§ 1 tot 3 dient onder het kadastraal inkomen van de woning te worden verstaan het deel dat daarvan overblijft na de toepassing van artikel 14.
§ 5. Wanneer de belastingplichtige meer dan één woning betrekt, wordt de woningaftrek verleend voor één enkele woning naar zijn keuze.
De woningaftrek wordt eveneens verleend wanneer de belastingplichtige om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk de woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is.
De woningaftrek wordt niet verleend voor het deel van de woning dat de belastingplichtige gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid of dat betrokken wordt door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin.
Nummer 16/1
De tekst van art. 16, WIB 92, voert een bijzonder begrip in, nl. de niet-globalisatie, bij de vaststelling van de grondslag van de PB, van het geheel of van een gedeelte van het geïndexeerde KI van een woning waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is. Om elke verwarring te voorkomen wordt onderstreept dat dit geïndexeerde KI volstrekt niet van belasting vrij is; hierop is de OV toepasselijk, die niet kan worden verrekend met de verschuldigde totale belasting in zover die betrekking heeft op het geïndexeerde KI of het gedeelte van het geïndexeerde KI dat het voordeel van art. 16, WIB 92, heeft verkregen (zie art. 277, eerste lid, WIB 92). Dit voordeel bestaat dus wezenlijk in een verzachting van de gevolgen van de globalisatie van de inkomsten op de vaststelling van de progressieve aanslagvoet van de PB.
Nummer 16/2
Art. 16, WIB 92, bepaalt :
- in de §§ 1 en 2 : een forfaitaire aftrek op het geïndexeerde KI van de woning (eenvormig voor alle gemeenten van het land) die 120.000 F bedraagt, verhoogd met 10.000 F voor de echtgenoot, voor elke persoon ten laste op 1 januari van het aj. en voor elk kind dat de belastingplichtige op 1 januari van enig vorig jaar in dezelfde woning meer ten laste heeft gehad dan op 1 januari van het aj. (deze aftrek wordt hierna "gewone aftrek" genoemd).
De bedragen van 120.000 F en 10.000 F worden overeenkomstig art. 518, derde lid, WIB 92, op dezelfde wijze als het KI geïndexeerd (zie 518/9 en 10) [Zie 16/Bijlage voor de geïndexeerde bedragen van 120.000 F en 10.000 F.];
- in § 3, eerste lid : een verhoging van de gewone aftrek (hierna "aanvullende aftrek" genoemd) wanneer het totale netto-inkomen (zie 16/3, 1°) niet hoger is dan 950.000 F; deze aanvullende aftrek is slechts integraal van toepassing wanneer het totale netto-inkomen (zie 16/3, 1°) niet hoger is dan 950.000 F en is gelijk aan de helft van het verschil tussen, eensdeels, het geïndexeerde KI van de woning en, anderdeels, het totale bedrag van de gewone aftrek.
Het bedrag van 950.000 F wordt volgens de gewone regels van art. 178, WIB 92, geïndexeerd (zie 178/9 en 518/10) [Zie 16/Bijlage voor het geïndexeerde bedrag van 950.000 F.];
- in § 3, tweede lid : een overstapregel : het overschrijden van de bovenvermelde geïndexeerde [Zie 16/Bijlage voor het geïndexeerde bedrag van 950.000 F.] grens van 950.000 F, mag geen verhoging van het belastbare gedeelte van het geïndexeerde KI tot gevolg hebben van meer dan de helft van het verschil tussen, eensdeels, het totale netto-inkomen (zie 16/3, 1°), en, anderdeels, de geïndexeerde [Zie 16/Bijlage voor het geïndexeerde bedrag van 950.000 F.] grens van 950.000 F; wanneer de helft van dit verschil groter is dan het bedrag van de aanvullende aftrek, moet deze tot nul worden teruggebracht.
- in § 4 : de (gewone en aanvullende) woningaftrek wordt toegepast op het verschil tussen het geïndexeerde KI van de eigen woning of het gedeelte daarvan waarop de aftrek in principe van toepassing is, en de in art. 14, eerste lid, WIB 92, vermelde interest en erfpacht- en opstalvergoedingen en andere gelijkaardige vergoedingen die daarvan mogen worden afgetrokken (zie inzonderheid 14/28 tot 31). Dat verschil wordt hierna "het voor de woningaftrek in aanmerking komende KI" genoemd.
Nummer 16/3
Voor de toepassing van de sub 16/2 omschreven regels moet rekening worden gehouden met het volgende :
1° voor de toepassing van art. 16, § 3, eerste en tweede lid, WIB 92, moet onder "totaal netto-inkomen" worden verstaan het totaal van de gezamenlijk belastbare netto-inkomsten (inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen, beroepsinkomsten en diverse inkomsten) met inbegrip van het gedeelte van het geïndexeerde KI dat overblijft na aftrek van de in art. 14, eerste lid, WIB 92, bedoelde interest en vergoedingen en na toepassing van de gewone woningaftrek, maar vóór aftrek van de in art. 104, WIB 92, vermelde bestedingen;
2° wanneer het totale bedrag van de aftrek, vastgesteld volgens het bepaalde sub 16/2, het voor woningaftrek in aanmerking komende KI overtreft, moet die aftrek tot het bedrag van het voor de woningaftrek in aanmerking komende KI worden beperkt;
3° wanneer de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk eigenaar enz., van de woning is geworden of opgehouden heeft dit te zijn, moet de aftrek volledig worden toegepast op het pro rata temporis vastgestelde gedeelte van het voor de woningaftrek in aanmerking komende KI;
4° om te bepalen of een belastingplichtige deze aftrek kan verkrijgen, is het feitelijk betrekken en niet het juridische begrip "domicilie" doorslaggevend (PV nr. 102, 21.4.1964, Volsv. Lavens, Bull. 410, blz. 1716);
5° de gewone aftrek van 120.000 F [Zie 16/Bijlage voor de geïndexeerde bedragen van 120.000 F en 10.000 F.] moet worden verhoogd met 10.000 F [Zie 16/Bijlage voor de geïndexeerde bedragen van 120.000 F en 10.000 F.] voor de echtgenoot, op voorwaarde dat de gehuwden fiscaal als echtgenoten (toepassing van art. 126, WIB 92) en niet als alleenstaanden (toepassing van art. 128, eerste lid, WIB 92) worden aangemerkt;
6° wanneer een gezin op 1 januari van het aanslagjaar een woning betrekt die de persoonlijke eigendom is van één van de echtgenoten of van een kind wiens inkomsten met die van de ouders moeten worden samengevoegd, moet men, voor het berekenen van de aftrek, de gezinslasten van de belastingplichtige op dezelfde datum in aanmerking nemen.
Nummer 16/4
Onder "ieder persoon ten laste" waarvan sprake is in art. 16, §1, WIB 92, moeten niet alleen de in art. 136, WIB 92, opgesomde personen worden verstaan, maar - zoals voorheen - ook :
- de overleden echtgenoot wanneer de overlevende echtgenoot niet hertrouwd is en één of meer kinderen ten laste heeft;
- de belastingplichtige zelf, alsmede zijn echtgenoot, wanneer die gehandicapt zijn in de zin van art. 135, eerste lid, 1°, WIB 92.
Om gelijkaardige redenen worden niet alleen de in art. 136, 1°, WIB 92, bedoelde kinderen die gehandicapt zijn in de zin van art. 135, eerste lid, WIB 92, voor twee personen ten laste gesteld, maar ook de andere personen ten laste die in art. 136, 2° tot 4°, WIB 92, zijn opgesomd (zie 136/1) en die door een handicap in de zin van art. 135, eerste lid, 1°, WIB 92, getroffen zijn.
De in het belastbare tijdperk overleden kinderen en personen die ingevolge de art. 138 en 139, WIB 92, worden geacht deel uit te maken van het gezin van de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar (zie 136/7 tot 13), worden voor de toepassing van de woningaftrek eveneens als ten laste aangemerkt.
Nummer 16/5
De personen waarvan de last krachtens art. 140, WIB 92, is overgedragen naar een andere belastingplichtige die van het gezin deel uitmaakt, worden daarentegen niet als "personen ten laste" beschouwd.
Het feit dat een toeslag op de belastingvrije som wordt toegekend aan de ongehuwde vader of moeder die één of meer kinderen ten laste heeft (zie art. 133, 1°, WIB 92), brengt evenmin mee dat een bijkomende persoon als ten laste mag worden aangemerkt.
Nummer 16/6
Om het aantal kinderen te bepalen "dat de belastingplichtige ten laste heeft gehad op 1 januari van enig vorig jaar" in de zin van art. 16, § 2, WIB 92, moet rekening worden gehouden met:
- zijn afstammelingen (kinderen of geadopteerde kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van de alleenstaande belastingplichtige, van beide echtgenoten of van één van hen);
- de kinderen die hij destijds volledig of hoofdzakelijk ten laste had.
De kinderen die op het bovenbedoelde tijdstip voor twee kinderen ten laste werden gerekend omdat zij zwaar gehandicapt waren, mogen eveneens voor twee worden gerekend; de overleden kinderen die op bovenbedoeld tijdstip als ten laste werden beschouwd, komen eveneens in aanmerking.
De weduwnaar of de weduwe mag rekening houden met de kinderen die zijn (haar) overleden echtgenoot ten laste heeft gehad op 1 januari van enig jaar tijdens hetwelk zij een regelmatig gezin vormden.
Om het aantal kinderen, in de zin van wat voorafgaat, aan te tonen, mag gesteund worden op elk bewijsmiddel van het gemeen recht met uitzondering van de eed. Indien de belastingaangifte van het desbetreffende jaar niet meer in het bezit is van de aanslagdienst, kan een door de gemeentelijke overheid uitgereikt attest, waarop de woonplaats en de samenstelling van het gezin op 1 januari van het bovenbedoelde jaar worden vermeld, als bewijs in aanmerking worden genomen.
IV. PRAKTISCHE BEREKENING VAN DE WONINGAFTREK
Nummer 16/7
De praktische toepassing van de in 16/2 uiteengezette begrippen, verloopt in drie bewerkingen.
Eerste bewerking
Het totale netto-inkomen (totaal van de gezamenlijk belastbare inkomsten, vóór aftrek van de bestedingen vermeld in art. 104, WIB 92) berekenen en het voor de woningaftrek in aanmerking komende KI alleen met de geïndexeerde gewone woningaftrek (zie 16/2, eerste gedachtestreep) verminderen.
Tweede bewerking
Het belastbare netto-inkomen van de eigen woning bepalen zonder rekening te houden met de geïndexeerde [Zie 16/Bijlage voor het geïndexeerde bedrag van 950.000 F.] grens van 950.000 F, waarvan sprake in 16/2, tweede gedachtestreep.
Dit inkomen is gelijk aan het voor woningaftrek in aanmerking komende KI, verminderd met :
1° de gewone aftrek, zijnde de geïndexeerde [Zie 16/Bijlage voor de geïndexeerde bedragen van 120.000 F en 10.000 F.]
bedragen van: 120.000 F + 10.000 F voor de echtgenoot;
+ 10.000 F vermenigvuldigd met het aantal personen dat ten laste is van de belastingplichtige;
+ 10.000 F per kind dat de belastingplichtige op 1 januari van enig vorig jaar in dezelfde woning meer ten laste heeft gehad dan op 1 januari van het aj.
2° de aanvullende aftrek, die wordt bepaald als volgt :
het voor de woningaftrek in aanmerking komende KI – gewone aftrek
2
Derde bewerking
Eerste geval:
- het totale netto-inkomen (eerste bewerking) is gelijk aan of kleiner dan de geïndexeerde [Zie 16/Bijlage voor het geïndexeerde bedrag van 950.000 F.] grens van 950.000 F
In dit geval is het belastbare KI van de eigen woning gelijk aan het resultaat van de tweede bewerking.
Tweede geval:
- het totale netto-inkomen (eerste bewerking) is groter dan de geïndexeerde [Zie 16/Bijlage voor het geïndexeerde bedrag van 950.000 F.] grens van 950.000 F
In dit geval moet het belastbare netto-inkomen van de eigen woning zoals berekend in de tweede bewerking, als volgt worden aangepast :
de aanvullende aftrek verminderen met de helft van het verschil tussen het totale netto-inkomen (eerste bewerking) en het geïndexeerde [Zie 16/Bijlage voor het geïndexeerde bedrag van 950.000 F.] bedrag van 950.000 F. Deze vermindering mag niet tot een negatief resultaat leiden.
Nummer 16/8
Het uiteindelijke resultaat van de drie bewerkingen waarvan sprake in 16/7, maakt de "woningaftrek" uit. Dit resultaat mag in geen geval meer bedragen dan het voor de woningaftrek in aanmerking komende KI (zie 16/3, 2°).
V. VOORBEELD BETREFFENDE DE BEREKENING VAN DE WONINGAFTREK (AJ. 1999 - ZIE 16/2 TOT 16/8)
Nummer 16/9
Een echtpaar met twee kinderen ten laste betrekt een eigen woning met een KI van 195.000 F; de oudste zoon is gehuwd maar woonde vroeger met zijn ouders in de woning waarvan sprake.
Het echtpaar heeft in 1998 33.600 F interest betaald i.v.m. een lening die specifiek is aangegaan om die woning te verkrijgen.
Nummer 16/10
Voor aj. 1999 moet rekening worden gehouden :
- met toepassing van art. 518, WIB 92, met :
- een coëfficiënt van 1,2281 voor de indexatie van de KI's;
- de afronding van het geïndexeerde KI tot het hogere of lagere honderdtal naargelang het cijfer van de tientallen al dan niet 5 bereikt;
- een geïndexeerd basisbedrag van de gewone woningaftrek van 147.400 F;
- een geïndexeerd bedrag van 12.300 F voor de verhoging van de woningaftrek voor gezinslasten.
- met toepassing van art. 178, WIB 92, met een geïndexeerd grensbedrag van het totale netto-inkomen van 1.045.000 F i.v.m. de aanvullende aftrek.
C. EERSTE GEVAL : HET NETTOBEROEPSINKOMEN VAN BEIDE ECHTGENOTEN SAMEN BEDRAAGT 1.032.000 F
Nummer 16/11
Eerste bewerking (zie 16/7) :
Geïndexeerd KI van de woning :
195.000 F x 1,2281 = 239.479,5
F, afgerond op : 239.500 F
Betaalde interest (art. 14, eerste lid, 1°, WIB 92) : - 33.600 F
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : 205.900 F
Gewone aftrek (147.400 F + 12.300 F
voor de echtgenoot + 24.600 F voor de 2 kinderen
ten laste + 12.300 F voor de gehuwde zoon) : - 196.600 F
Blijft : 9.300 F
Nettoberoepsinkomen : + 1.032.000 F
Totaal netto-inkomen : 1.041.300 F
Tweede bewerking (zie 16/7) :
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : 205.900 F
Gewone aftrek : - 196.600 F
Blijft (zie eerste bewerking) : 9.300 F
Aanvullende aftrek : (9.300 F x 1/2) = - 4.650 F
Belastbaar gedeelte van het KI : 4.650 F
Derde bewerking (zie 16/7) :
Daar het resultaat van de eerste bewerking 1.045.000 F niet overschrijdt, is de aanvullende aftrek integraal van toepassing.
D. TWEEDE GEVAL : HET NETTOBEROEPSINKOMEN VAN BEIDE ECHTGENOTEN SAMEN BEDRAAGT 1.037.000 F
Nummer 16/12
Eerste bewerking (zie 16/7) :
Geïndexeerd KI van de woning :
195.000 F x 1,2281 = 239.479,5 F, afgerond op: 239.500 F
Betaalde interest (art. 14, eerste lid, 1°, WIB 92): - 33.600 F
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : 205.900 F
Gewone aftrek (147.400 F + 12.300 F voor de echtgenoot
+ 24.600 F voor de 2 kinderen ten laste + 12.300
voor de gehuwde zoon) : - 196.600 F
Blijft : 9.300 F
Nettoberoepsinkomen : + 1.037.000 F
Totaal netto-inkomen : 1.046.300 F
Tweede bewerking (zie 16/7) :
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : 205.900 F
Gewone aftrek : - 196.600 F
Blijft (zie eerste bewerking) : 9.300 F
Aanvullende aftrek : (9.300 F x 1/2) = - 4.650 F
Belastbaar gedeelte van het KI : 4.650 F
Derde bewerking (zie 16/7) :
Daar het resultaat van de eerste bewerking hoger is dan 1.045.000 F, moet de in de tweede bewerking bepaalde aanvullende aftrek worden verminderd met (1.046.300 F - 1.045.000 F) : 2 = 650 F.
Het belastbare netto-inkomen van de woning bedraagt derhalve :
Geïndexeerd KI van de woning : 195.000 F x 1,2281 =
239.479,5 F, afgerond tot : 239.500 F
Interestaftrek (art. 14, eerste lid, 1°, WIB 92) : - 33.600 F
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : 205.900 F
Gewone woningaftrek : - 196.600 F
Verschil : 9.300 F
Aanvullende aftrek (overstapregel) :
4.650 F - 650 F = - 4.000 F
Belastbaar gedeelte van het KI : 5.300 F
E. DERDE GEVAL : HET NETTOBEROEPSINKOMEN VAN BEIDE ECHTGENOTEN SAMEN BEDRAAGT 1.046.000 F
Nummer 16/13
Eerste bewerking (zie 16/7) :
Geïndexeerd KI van de woning :
195.000 F x 1,2281 = 239.479,5 F, afgerond op : 239.500 F
Betaalde interest(art. 14, eerste lid, 1°, WIB 92): - 33.600 F
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : 205.900 F
Gewone aftrek (147.400 F + 12.300 F voor de
echtgenoot + 24.600 F voor de 2 kinderen ten laste
+ 12.300 F voor de gehuwde zoon) : - 196.600 F
Blijft : 9.300 F
Nettoberoepsinkomen : + 1.046.000 F
Totaal netto-inkomen : 1.055.300 F
Tweede bewerking (zie 16/7) :
Voor woningaftrek in aanmerking komend KI : 205.900 F
Gewone aftrek : - 196.600 F
Blijft (zie eerste bewerking) : 9.300 F
Aanvullende aftrek : (9.300 F x 1/2) = - 4.650 F
Belastbaar gedeelte van het KI : 4.650 F
Derde bewerking (zie 16/7) :
Daar het resultaat van de eerste bewerking hoger is dan 1.045.000 F, moet de in de tweede bewerking bepaalde aanvullende aftrek, worden verminderd met (1.055.300 F - 1.045.000 F) : 2 = 5.150 F, te beperken tot 4.650 F.
De aanvullende aftrek wordt bijgevolg niet toegestaan (zie ook 16/2).
VI. ONROERENDE GOEDEREN OF DELEN ERVAN WAAROP DE WONINGAFTREK VAN TOEPASSING IS
Nummer 16/14
Eerste geval : De betrokkene is eigenaar van één enkele woning die hij volledig met zijn gezin betrekt [ Voor het begrip gezin, zie 16/16 ]
1° Het gebouw dient uitsluitend tot woning : aftrek op het volledige bedrag van het voor woningaftrek in aanmerking komende KI van het gebouw;
2° Het gebouw wordt gedeeltelijk voor beroepsdoeleinden gebruikt :
- aftrek op het gedeelte van het KI m.b.t. het gedeelte van het gebouw dat als woning wordt gebruikt en dat voor woningaftrek in aanmerking komt;
- geen aftrek (zie art. 16, § 5, derde lid, WIB 92) op het andere gedeelte van het KI dat trouwens als een beroepsinkomen wordt aangezien (zie 7/3).
Nummer 16/15
Tweede geval : De betrokkene is eigenaar van één enkele woning die hij gedeeltelijk betrekt en gedeeltelijk verhuurt
De aftrek is slechts van toepassing op het gedeelte van het voor woningaftrek in aanmerking komende KI dat evenredig betrekking heeft op het gedeelte van het gebouw dat de belastingplichtige met zijn gezin als woning gebruikt.
Uit art. 16, § 5, derde lid, WIB 92, volgt inderdaad dat van de aftrek uitgesloten zijn :
- de delen van het gebouw die de belastingplichtige zelf voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid gebruikt;
- de delen van het gebouw die gratis of onder bezwarende titel, privé of beroepshalve, worden betrokken door personen die geen deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige.
Nummer 16/16
De "personen die deel uitmaken van het gezin" zijn niet alleen die welke als ten laste van de belastingplichtige kunnen worden beschouwd op grond van art. 136, WIB 92, maar ook iedere andere persoon die werkelijk bij het gezin van de belastingplichtige inwoont (d.w.z. die geen eigen gezin heeft), doch niet als ten laste kan worden beschouwd in de zin van voormeld art. 136, WIB 92, ofwel omdat zijn bestaansmiddelen te hoog zijn, ofwel omwille van zijn graad van verwantschap of zelfs omdat er geen verwantschap bestaat (zie Senaat, Buitengewone zitting 1979, Stuk 196/2, blz. 31 en 32). In die optiek zal de volledige aftrek kunnen worden verleend wanneer het overduidelijk een eengezinswoning betreft (zie Kamer van Volksvertegenwoordigers, Buitengewone zitting 1979, Stuk 126/10, blz. 65).
Nummer 16/17
Derde geval : De betrokkene is eigenaar van verscheidene woningen en betrekt ten minste één ervan
1° Hij betrekt één enkele van die woningen : zoals in het eerste en het tweede geval, met dien verstande dat de aftrek slechts mag worden toegepast op het voor woningaftrek in aanmerking komende KI van de door de belanghebbende betrokken woning.
2° Hij betrekt twee of meer van die woningen : de aftrek mag slechts worden toegepast op het voor woningaftrek in aanmerking komende KI van één enkele van die woningen, naar de keuze van de belastingplichtige (zie art. 16, § 5, eerste lid, WIB 92). In voorkomend geval, moet rekening worden gehouden met het onderscheid aangegeven in het eerste en het tweede geval hierboven.
Nummer 16/18
Vierde geval : De betrokkene is eigenaar van één of meer woningen, maar hij betrekt er geen enkele van
De belanghebbende kan de aftrek verkrijgen op het voor woningaftrek in aanmerking komende KI dat betrekking heeft op die woning of één van die woningen, op voorwaarde evenwel dat hij aantoont dat hij om beroepsredenen of redenen van sociale aard die woning of één van die woningen niet zelf betrekt [art. 16, § 5, tweede lid, WIB 92].
Dit is o.m. het geval met de belastingplichtige die, na zich een woning te hebben aangeschaft (door bouw, aankoop, erfenis enz.) die woning wegens beroepsnoodwendigheden of wegens omstandigheden van sociale aard (grote afstand tussen de woonplaats en de plaats waar de kinderen studeren of de vrouw werkt, behoeften van huisvesting van de gezinsleden, ouderdom, ziekte enz.) heeft moeten verlaten of ze zelfs nooit heeft kunnen betrekken.
Hetzelfde geldt voor de belastingplichtige die persoonlijk geen enkel van de woningen waarvan hij eigenaar is betrekt, omdat ze niet beantwoorden aan de belangrijkheid en de standing die de uitoefening van zijn beroep vereisen of wanneer het onderhoud van één van die woningen, gelet op de samenstelling van zijn gezin, te kostelijk uitvalt (Brussel, 27.6.1975, Soin Roger, Bull. 550, blz. 823).
Er is echter geen sprake van beroepsredenen of sociale redenen wanneer het onroerend goed waarvan de belastingplichtige eigenaar is, te koop wordt aangeboden om hem toe te laten zijn schuld tegenover een vennootschap terug te betalen en deze laatste de betrokkene heeft verplicht om voorlopig een ander onroerend goed te betrekken (Bergen, 4.4.1997, J.-C.P. en N.H., Fiscale Jurisprudentie, 97/192).
Nummer 16/19
Indien de betrokkene eigenaar is van verscheidene woningen, moet hij datgene aanwijzen waarvoor hij de aftrek verlangt te verkrijgen, met dien verstande dat zijn keuze niet noodzakelijk moet slaan op de woning (of op één van de woningen) die hij vroeger heeft betrokken en dat het zelfs niet vereist is dat hij één ervan in het verleden heeft betrokken.
Nummer 16/20
In twijfelachtige gevallen, moet de belastingplichtige aantonen dat hij werkelijk om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk zijn woning (of één van zijn woningen) betrekt. Gelet op de eerder ruime draagwijdte van de uitdrukking "om beroepsredenen of redenen van sociale aard", behoort het bij de beoordeling van de aangevoerde redenen een ruim standpunt in te nemen.
Nummer 16/21
Wanneer de woning wordt verhuurd, ofwel aan één of aan meerdere huurders, ofwel aan personen die het goed geheel of gedeeltelijk tot beroepsdoeleinden gebruiken, mag de aftrek worden toegestaan op het KI van de volledige woning (dus ook op het gedeelte dat de huurder niet als woning gebruikt).
Nummer 16/22
Vijfde geval : Woningen in onverdeeldheid
Voor de woningen in onverdeeldheid, heeft iedere deelhebber in het onverdeelde, volgens het onderscheid aangegeven in het eerste tot het vierde geval, recht op de aftrek op het gedeelte van het voor woningaftrek in aanmerking komende KI dat betrekking heeft op zijn aandeel in de onverdeeldheid.
Daaruit volgt dat de deelhebber in het onverdeelde die niet het onroerend goed waarin hij mede-eigenaar is, maar wel een huurwoning bewoont, recht heeft op de aftrek op het gedeelte van het voor woningaftrek in aanmerking komende KI dat betrekking heeft op zijn aandeel in de onverdeeldheid, op voorwaarde dat hij kan aantonen dat het beroeps- of sociale redenen is dat hij de woning in onverdeeldheid niet bewoont (b.v. omdat de woning door een andere deelhebber in het onverdeelde wordt betrokken, te ver verwijderd is van de plaats waar hij zijn beroep uitoefent enz.).
Wanneer echter voor alle deelhebbers in onverdeeldheid of voor verscheidene deelhebbers in onverdeeldheid de regels i.v.m. de aanslag van echtgenoten en hun kinderen (cf. art. 126 en 127, WIB 92) van toepassing zijn, kunnen de betrokkenen samen slechts aanspraak maken op één enkele aftrek uit hoofde van de woning die zij in onverdeeldheid bezitten; die aftrek moet worden toegepast op het voor woningaftrek in aanmerking komende KI dat betrekking heeft op het totaal van hun aandeel in de onverdeeldheid, rekening houdend met de gezinslasten van de persoon op wiens naam de aanslag in de PB zal worden gevestigd, zelfs wanneer die persoon geen mede-eigenaar is van de desbetreffende woning.
Nummer 16/23
Zesde geval : Echtgenoten (en hun kinderen) die ieder één of verscheidene woningen bezitten
Indien echtgenoten en hun kinderen op wie de regels i.v.m. de aanslag van echtgenoten en hun kinderen als bedoeld in de art. 126 en 127, WIB 92, van toepassing zijn, ieder persoonlijk of in gemeenschap één of verscheidene woningen bezitten die zij persoonlijk al dan niet betrekken, moet de aftrek slechts worden toegestaan voor één enkele woning, volgens het hierboven aangegeven onderscheid, en rekening houdend met de gezinslasten van de belastingplichtige.
Nummer 16/24
Zevende geval : Om andere dan beroeps- of sociale redenen betrekt de belastingplichtige zijn eigen woning slechts gedurende een gedeelte van het belastbare tijdperk (o.m. wanneer de betrokken belastingplichtige eigenaar is geworden van een woning of opgehouden heeft dit te zijn in de loop van het belastbare tijdperk)
De aftrek moet worden toegepast op het gedeelte van het voor de woningaftrek in aanmerking komende KI dat pro rata temporis verband houdt met het aantal maanden bewoning (om dat aantal maanden te bepalen : zie 9/2 en 3).
Het bedrag van de aftrek (eventueel verhoogd wegens gezinslasten) moet niet pro rata temporis worden herleid tot de periode van bewoning, daar het hier een absoluut cijfer betreft. De forfaitaire aftrek mag natuurlijk niet meer bedragen dan het in het voorgaande lid bedoelde gedeelte van het voor de woningaftrek in aanmerking komende KI.
Nummer 16/25
Achtste geval : De betrokkene is, tijdens het belastbare tijdperk, eigenaar van verscheidene woningen die hij achtereenvolgens bewoont (b.v. verkoop van een woning en aankoop van een andere)
De aftrek wordt toegepast op het gedeelte van het voor de woningaftrek in aanmerking komende KI dat pro rata temporis overeenstemt met het aantal maanden waarin iedere woning werd betrokken (om dat aantal maanden te bepalen : zie 9/2 en 3).
Het bedrag van de aftrek (eventueel verhoogd wegens gezinslasten) moet worden bepaald zoals in het zevende geval is voorgeschreven, met dien verstande dat de aftrek slechts eenmaal mag worden toegepast.
VII. VOORBEELDEN BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN ART. 16, § 5, EERSTE TOT DERDE LID, WIB 92 (ZIE 16/14 TOT 25)
Nummer 16/26
Een echtpaar dat een eigen woning bewoont, heeft een oude buurvrouw in het gezin opgenomen.
Alhoewel die persoon niet als ten laste kan worden beschouwd (afwezigheid van verwantschap), mag de aftrek in beginsel op het volledige voor woningaftrek in aanmerking komende KI van de woning worden toegepast (zie 16/14).
Nummer 16/27
Een belastingplichtige, eigenaar van een woning die niet tot het type eengezinswoning behoort, betrekt er de eerste verdieping van; het gelijkvloers verhuurt hij aan een advocaat die er zijn kantoren inricht; de tweede verdieping wordt gratis bewoond door een gepensioneerd gezin.
De woningaftrek mag niet worden verleend :
- voor het deel van de woning dat door de huurder voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt;
- voor het deel van de woning dat door het gepensioneerde gezin wordt betrokken (zie 16/15).
Nummer 16/28
Een onroerend goed met een KI van 90.000 F, werd in 1998 aan een natuurlijke persoon in erfpacht gegeven tegen een éénmalige vergoeding van 1.000.000 F. De erfpachter bewoont samen met zijn echtgenote een deel van het onroerend goed en verhuurt het andere deel aan een BVBA voor 120.000 F per jaar. Het KI dat betrekking heeft op dit laatste deel wordt op 40.000 F geraamd.
De theoretische woningaftrek (147.400 F + 12.300 F) moet worden beperkt tot het voor woningaftrek in aanmerking komende KI dat evenredig verband houdt met het gedeelte dat de erfpachter als woning gebruikt, zijnde :90.000 F - 40.000 F (= 50.000 F) x 1,2281 = 61.405 F, afgerond op 61.400; i.v.m. de indexatie : zie 8/3 en 16/10.
Nummer 16/29
Een echtpaar met 1 kind ten laste op 1.1.1999 heeft in 1998 achtereenvolgens de volgende eigendommen bewoond :
- woning A met een geïndexeerd KI van 48.000 F; die woning is gedurende het gehele belastbare tijdperk hun eigendom geweest, maar is slechts tijdens de eerste 9 maanden door hen bewoond (de resterende 3 maanden is de woning ongebruikt, maar gemeubileerd gebleven, zodat de in art. 15, WIB 92, bedoelde vermindering van het KI niet van toepassing is);
- woning B, met een geïndexeerd KI van 60.000 F; die woning is slechts gedurende de laatste 3 maanden van het jaar 1998 hun eigendom geweest en is door hen betrokken op 30 september (het betreft een nieuw gebouwd onroerend goed - zie 9/1).
KI dat in aanmerking komt voor woningaftrek :
Woning A : 48.000 F x 9/12 = 36.000 F
Woning B : 60.000 F x 3/12 = 15.000 F
51.000 F
Bedrag van de woningaftrek :
147.400 F + 24.600 F = 172.000 F
Het bedrag van de woningaftrek moet beperkt worden tot het geïndexeerde KI, nl. : 51.000 F
Belastbaar KI :
Woning A : 48.000 F x 3/12 (= 12.000 F x 1,40 [ zie 7/4.2 ] = 16.800 F
Nummer 16/30
Een echtpaar zonder gezinslasten is tot 30.4.1998 eigenaar geweest van een woning met een geïndexeerd KI van 48.000 F. Vanaf 1.5.1998 worden zij eigenaar van een woning met een geïndexeerd KI van 60.000 F. De betrokkenen hebben die twee woningen zelf bewoond.
KI dat in aanmerking komt voor woningaftrek :
48.000 F x 4/12 = 16.000 F
60.000 F x 8/12 = 40.000 F
56.000 F
Bedrag van de woningaftrek :
147.400 F + 12.300 F = 159.700 F
Het bedrag van de woningaftrek moet beperkt worden tot het geïndexeerde KI, nl. : 56.000 F Belastbaar KI : 0 F
Nummer 16/31
Een gezin, bestaande uit man, vrouw en 2 minderjarige kinderen, betrekt geheel tot privé-doeleinden een woning, met een geïndexeerd KI van 98.000 F; die woning behoort in onverdeeldheid toe aan de vrouw en de kinderen.
Voor de verhoging van de gewone woningaftrek in aanmerking te nemen personen : 3.
Andere in 1998 door het gezin behaalde netto-inkomsten :
- Man : KI van een onroerend goed dat zijn persoonlijke eigendom is en verhuurd is (het wordt door de huurder niet voor het uitoefenen van zijn beroeps- werkzaamheid gebruikt.);
Het geïndexeerde KI bedraagt 40.000 F. Het belastbare inkomen is gelijk aan het geïndexeerde KI, verhoogd met 40 % of 40.000 F x 1,40 = 56.000 F
Beroepsinkomsten (netto) : 460.000 F
- Vrouw :
Beroepsinkomsten (netto) : 460.000 F
Woningaftrek op het geïndexeerde KI van de door dat gezin betrokken woning : 147.400 F + (3 x 12.300 F) = 184.300 F, beperkt tot het geïndexeerde KI (98.000 F).
Belastbaar KI : 98.000 F - 98.000 F = 0 F.
In de PB belastbaar inkomen
Afgezonderd beroepsinkomen (zie 130/7) :
- netto-beroepsinkomen van de vrouw : 460.000 F
Resterend gezinsinkomen (zie 130/7) :
- inkomsten van onroerende goederen: 56.000 F
- netto-beroepsinkomen van de man : 530.000 F
- totaal : 586.000 F
Gezamenlijk belastbaar inkomen: 1.046.000 F
Nummer 16/32
Zelfde gegevens als in voorbeeld 6, behalve dat 90.000 F interest betreffende het onroerend goed van de man en 20.000 F interest betreffende de gezinswoning werden betaald.
Berekening van de woningaftrek :
Geïndexeerd KI van de
verhuurde woning, verhoogd met 40 % : 56.000 F
Geïndexeerd KI van de eigen woning : 98.000 F
Interest : 110.000 F - 56.000 F - 54.000 F
[ De interest wordt eerst aangerekend
op de inkomsten van de andere
onroerende goederen dan het KI van de
eigen woning (zie 14/29). ]
Inkomsten van onroerende goederen
na interestaftrek : 0 F 44.000 F
Voor woningaftrek in aanmerking
komend KI : 44.000 F
Woningaftrek (maximum) : - 44.000 F
Blijft : 0
In de PB belastbaar inkomen
Afgezonderd beroepsinkomen (zie 130/7) :
- netto-beroepsinkomen van de vrouw : 460.000 F
Resterend gezinsinkomen (zie 130/7) :
- inkomsten van onroerende goederen : 0 F
- netto-beroepsinkomen van de man : 530.000 F
Gezamenlijk belastbaar inkomen : 990.000 F
Nummer 16/Bijlage
Geïndexeerde bedragen waarvan sprake in 16/2, 16/3 en 16/7
| Artikel | Com.IB | Omschrijving | Basisbe- | Aj. 1991 | Aj. 1992 | Aj. 1993 |
| art. 16, | 16/2 | Woningaftrek: | 120.000 F | 120.000 F | 126.000 F | 129.900 F |
| Artikel | Com.IB | Omschrijving | Basisbe- | Aj. 1994 | Aj. 1995 | Aj. 1996 |
| art. 16, | 16/2 | Woningaftrek: | 120.000 F | 133.100 F | 136.800 F | 140.000 F |
| Artikel | Com.IB | Omschrijving | Basisbe- | Aj. 1997 | Aj. 1998 | Aj. 1999 |
| art. 16, | 16/2 | Woningaftrek: | 120.000 F | 142.100 F | 145.900 F | 147.400 F |
