Artikel 14, WIB 92
Art. 14, eerste lid (vervangen), tweede lid, derde lid, vierde lid, en vijfde lid, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026 (art. 2 en 14, 1ste lid, W 18.12.2025 - B.S. 30.12.2025; Numac: 2025009647)
De termijnen en de waarde van ermee gelijkgestelde lasten met betrekking tot de aanschaffing van een recht van erfpacht of van opstal of van gelijkaardige onroerende rechten met betrekking tot onroerende goederen waarvan het inkomen na toepassing van artikel 12 begrepen is in de belastbare onroerende inkomsten, met uitsluiting van de in artikel 10, § 2, bedoelde rechten van gebruik, zijn aftrekbaar van de inkomsten van onroerende goederen mits zij in het belastbare tijdperk zijn betaald of gedragen.
Wanneer het onroerend goed waarvoor de in het eerste lid bedoelde termijnen zijn betaald, na toepassing van artikel 12 slechts gedurende een gedeelte van het belastbaar tijdperk belastbare onroerende inkomsten heeft opgebracht, zijn de in het eerste lid vermelde (...) termijnen slechts aftrekbaar wanneer ze zijn betaald in het gedeelte van het belastbaar tijdperk waarin het onroerend goed belastbare onroerende inkomsten heeft opgebracht.
Het totale bedrag van de in het eerste lid vermelde aftrek is beperkt tot het overeenkomstig de artikelen 7 tot 13 bepaalde onroerend inkomen.
Deze aftrek wordt evenredig afgetrokken van de inkomsten van onroerende goederen.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en de in het eerste lid bedoelde aftrek van de ene belastingplichtige groter is dan zijn inkomsten van onroerende goederen, wordt het saldo aangerekend op de inkomsten van de onroerende goederen van de andere belastingplichtige.
