Commentaar van art. 306, WIB 92

Art. 306, WIB 92

I. Wettekst

306/0

II. KB/WIB 92

306/1

III. Overzicht

306/2-7

A. Wetboek van de inkomstenbelastingen

1992 306/2

B. W 28.12.1994

306/3-5

C. W 5.7.1994

306/6-7

IV. Algemeen

306/8

V. Vrijstelling van aangifteplicht in de PB

306/9-24

A. Bedoelde belastingplichtigen

306/9-18.1

B. Aanslagjaar waarvoor de vrijstelling van aangifteplicht geldt

306/19

C. Indiening van een aangifte op verzoek van de administratie

306/20-22

D. Praktische modaliteiten

306/23-24

VI. Voorstel van aanslag

306/25-32.1

A. Beginsel

306/25-28

B. Afwijking

306/29-30

C. In beginsel van aangifteplicht vrijgestelde belastingplichtigen die toch een aangifte in de PB moeten indienen

306/31-32

D. Opschorting van het geautomatiseerde systeem

306/32.1

VII. Verplichtingen van de belastingplichtige in geval van niet-akkoord met het voorstel van aanslag of in geval van onjuistheid of onvolledigheid van dit voorstel

306/33-39

A. Algemeen

306/33

B. Niet-akkoord met het voorstel van aanslag

306/34

C. Onjuistheid of onvolledigheid van het voorstel van aanslag

306/35-36

D. Berekening van de termijn van één maand

306/37-39

VIII. Waarde van het voorstel van aanslag op het vlak van de aanslagprocedure

306/40-44

A. Gelijkstelling met een regelmatig ingediende aangifte

306/40-41

B. Gelijkstelling met een onvolledige of onjuiste aangifte

306/42-43

C. Gevolgen

306/44

IX. Voorstellen van aanslag verzonden aan belastingplichtigen die de voorwaarden niet vervullen om te worden vrijgesteld van aangifteplicht

306/45

X. Formulieren

306/46-49

A. Brief waarin de belastingplichtige wordt meegedeeld dat hij is vrijgesteld van aangifteplicht in de PB en een voorstel van aanslag zal ontvangen (aj. 1995)

306/46

B. Voorstel van aanslag (aj. 1995)

306/47

C. Verklarende brief waarin de belastingplichtige wordt gevraagd toch een aangifte in de PB in te dienen (aj. 1995)

306/48

D. Verklarende brief waarin de belastingplichtige wordt meegedeeld dat de toepassing van het geautomatiseerde systeem is opgeschort (aj. 1996)

306/49

I. WETTEKST

Nummer 306/0

Art. 306 [De huidige tekst van art. 306, WIB 92, is van toepassing met ingang van aj. 1994.]. - § 1. Volgens de regels en onder de voorwaarden die Hij bepaalt, kan de Koning belastingplichtigen met een bescheiden inkomen vrijstellen van de jaarlijkse hernieuwing van hun aangifte.

Die belastingplichtigen zijn niettemin gehouden een aangifte te doen wanneer hun dat uitdrukkelijk gevraagd wordt door een daartoe gemachtigde ambtenaar van de Administratie der directe belastingen.

§ 2. Aan de belastingplichtigen die overeenkomstig § 1 van aangifteplicht zijn vrijgesteld wordt een voorstel van aanslag toegestuurd. Dit voorstel vermeldt de belastbare grondslag en de daarop verschuldigde belasting, zomede alle inlichtingen en gegevens die in aanmerking zijn genomen.

In afwijking van het eerste lid en volgens de regels en onder de voorwaarden die Hij vaststelt, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de gevallen bepalen waarin de administratie geen voorstel van aanslag moet versturen.

§ 3. Indien de belastingplichtige niet akkoord gaat met het voorstel van aanslag, dient hij de administratie daarvan binnen de maand na de datum van de verzending van dat voorstel in kennis te stellen met vermelding van zijn motieven.

Bovendien dient de belastingplichtige binnen dezelfde termijn iedere onjuistheid of onvolledigheid van het voorstel van aanslag aan de administratie mede te delen.

§ 4. Het voorstel van aanslag, aangevuld met de gegevens die de belastingplichtige binnen de in § 3 vermelde termijn heeft ter kennis gebracht, heeft dezelfde waarde als een in de voorgeschreven vormen en termijnen gedane aangifte.

Indien de belastingplichtige evenwel de in § 3, tweede lid, vermelde verplichting niet heeft nageleefd wordt het voorstel van aanslag met een onvolledige of onjuiste aangifte gelijkgesteld.

II. KB/WIB 92

Nummer 306/1

Afdeling VIII. Vrijstelling van aangifteplicht in de personenbelasting (Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 306)

Art. 178 (1). - § 1. De belastingplichtigen zonder beroepswerkzaamheid worden van aangifteplicht in de personenbelasting vrijgesteld ingeval hun belastbare inkomsten minder bedragen dan :

1° de belastingvrije som indien het om een alleenstaande gaat;

2° de samengetelde belastingvrije sommen indien het om echtgenoten gaat.

§ 2. Van aangifteplicht in de personenbelasting worden eveneens vrijgesteld de belastingplichtigen die geen andere belastbare inkomsten moeten aangeven dan :

1° inkomsten van onroerende goederen die belastbaar zijn ten belope van het kadastraal inkomen;

2° pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, met uitzondering van :

a) kapitalen en afkoopwaarden;

b) omzettingsrenten van kapitalen en afkoopwaarden;

c) inkomsten van pensioensparen.

In afwijking van het eerste lid geldt de vrijstelling van aangifteplicht niet voor de volgende belastingplichtigen :

1° niet-hertrouwde weduwen of weduwnaars die één of meer kinderen ten laste hebben;

2° ongehuwde vaders of moeders die één of meer kinderen ten laste hebben;

3° belastingplichtigen met één of meer kinderen van minder dan 3 jaar ten laste;

4° belastingplichtigen voor het jaar van huwelijk indien hun echtgenoot geen bestaansmiddelen van meer dan 68.000 F netto heeft;

5° weduwen of weduwnaars voor het jaar van het overlijden van hun echtgenoot indien die echtgenoot geen bestaansmiddelen van meer dan 68.000 F netto heeft gehad.

[(1) De huidige tekst van art. 178, KB/WIB 92, is van toepassing met ingang van aj. 1994. In afwijking van het eerste lid geldt de vrijstelling van aangifteplicht evenmin voor de belastingplichtigen die :

1° inkomsten van buitenlandse oorsprong hebben;

2° aftrekbare interesten betalen;

3° uitgaven

doen die recht geven op een belastingvermindering;

4° aftrekbare bestedingen doen;

5° voorafbetafingen verrichten.

§ 3. De vrijstelling van aangifteplicht is van toepassing voor het aanslagjaar waarvan het belastbaar tijdperk volgt op een kalenderjaar waarin aan de in § 1 of § 2 vermelde voorwaarden is voldaan.]

III. OVERZICHT

A. WETBOEK VAN DE INKOMSTENBELASTINGEN 1992

Nummer 306/2

Krachtens art. 306, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92 bij de coördinatie door KB 10.4.1992 (oorsprong : art. 213, WIB, zoals gewijzigd bij art. 36, W 3.11.1976) zijn belastingplichtigen die slechts over bescheiden inkomsten beschikken, vrijgesteld van de algemene verplichting tot jaarlijkse aangifte (1).

[(1) Art. 306, WIB 92, zoals ingevoegd in het WIB 92, bij de coördinatie door KB 10.4.1992, luidde als volgt : "Volgens de regels en onder de voorwaarden die Hij bepaalt, kan de Koning belastingplichtigen met een bescheiden inkomen vrijstellen van de jaarlijkse hernieuwing van hun aangifte. Die belastingplichtigen zijn niettemin gehouden een aangifte te doen wanneer hun dat uitdrukkelijk gevraagd wordt door een daartoe gemachtigde ambtenaar van de Administratie der directe belastingen". Art. 306, WIB 92, werd daarna gewijzigd door art. 17, W 28.12.1992 houdende fiscale, financiële en diverse bepalingen (V 2212 - Bull. 725) en art. 1, W 5.7.1994 tot wijziging van het WIB 92, wat de vestiging van de PB betreft (V 2322 - Bull. 742).]

B. W 28.12.1992

Nummer 306/3

Ingevolge de wijziging van art. 306, WIB 92, door art. 17, W 28.12.1992, werd de vrijstelling van aangifteplicht voor belastingplichtigen met een bescheiden inkomen vervangen door een vrijstelling van aangifteplicht voor "bepaalde categorieën van belastingplichtigen" (1). Die wijziging bracht dus met zich mee dat de vrijstelling van aangifteplicht niet langer beperkt was tot belastingplichtigen met een bescheiden inkomen.

[(1) Art. 306, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 17, W 28.12.1992, luidde als volgt : "Volgens de regels en onder de voorwaarden die Hij bepaalt, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, bepaalde categorieën van belastingplichtigen vrijstellen van de in artikel 305 vermelde aangifteplicht in de personenbelasting".]

Nummer 306/4

Die maatregel had tot doel om in het kader van het automatiseringsproject BELCOTAX een groot aantal rijksinwoners van aangifteplicht vrij te stellen en dus de fiscale verplichtingen van de betrokkenen zo veel mogelijk te beperken.

Nummer 306/5

De categorieën van belastingplichtigen die zijn vrijgesteld van aangifteplicht, zijn bepaald in art. 178, KB/WIB 92, zoals vervangen door art. 2, KB 9.5.1994 tot wijziging, ter zake van de vrijstelling van aangifteplicht, van het KB/WIB 92 (V 2305, Bull. 740).

C. W 5.7.1994

Nummer 306/6

Ingevolge de wijzigingen door art. 1, W 5.7.1994 wordt art. 306, § 1,1e lid, WIB 92, gevormd door de tekst van art. 306, WIB 92, zoals die bestond na de wijziging bij art. 17, W 28.12.1992 (zie 306/3).

Art. 1, W 5.7.1994, heeft art. 306, WIB 92, tevens als volgt aangevuld :

- invoeging in § 1 van een tweede lid dat bepaalt dat de in principe van aangifteplicht vrijgestelde belastingplichtigen toch een aangifte moeten doen wanneer hen dat uitdrukkelijk wordt gevraagd door de administratie;

- inlassing van de § § 2 tot 4 waarin wordt bepaald dat :

- aan de van aangifteplicht vrijgestelde belastingplichtigen in principe een voorstel van aanslag wordt toegestuurd;

- de belastingplichtige die niet akkoord gaat met het voorstel van aanslag, de administratie hiervan in kennis moet stellen binnen één maand na de datum van de verzending van dat voorstel en bovendien binnen dezelfde termijn iedere onjuistheid of onvolledigheid van het voorstel aan de administratie moet meedelen;

- het voorstel van aanslag, aangevuld met de gegevens die de belastingplichtige binnen de voorgeschreven termijn heeft ter kennis gebracht, dezelfde waarde heeft als een in de voorgeschreven vormen en termijnen gedane aangifte en wordt gelijkgesteld met een onvolledige of onjuiste aangifte indien de belastingplichtige de verplichting tot mededeling van iedere onjuistheid of onvolledigheid niet heeft nageleefd.

Nummer 306/7

De huidige bepalingen van art. 306, WIB 92, en van art. 178, KB/WIB 92, ijn van toepassing vanaf aj. 1994 (cf. art. 7, W 5.7.1994 tot wijziging van het WIB 92, wat de vestiging van de PB betreft en art. 4, KB 9.5.1994tot wijziging, ter zake van de vrijstelling van aangifteplicht, van het KB/WIB 92).

IV. ALGEMEEN

Nummer 306/8

Krachtens art. 306, WIB 92, zoals het van toepassing is met ingang van aj. 1994 :

- kunnen bepaalde categorieën van belastingplichtigen bij KB worden vrijgesteld van de jaarlijkse aangifteplicht in de PB. Die belastingplichtigen zijn echter verplicht toch een aangifte te doen wanneer hen dat uitdrukkelijk wordt gevraagd door een daartoe gemachtigde ambtenaar van de Administratie der directe belastingen (zie 306/9 tot 24);

- wordt aan de belastingplichtigen die zijn vrijgesteld van aangifteplicht, een voorstel van aanslag toegestuurd. Bij KB kunnen echter de gevallen worden bepaald waarin de administratie geen voorstel van aanslag moet toesturen (zie 306/25 tot 32.1);

- moet de belastingplichtige, indien hij niet akkoord gaat met het voorstel van aanslag, de administratie hiervan met vermelding van zijn motieven in kennis stellen binnen één maand na de datum van de verzending van het voorstel. Bovendien moet de belastingplichtige binnen dezelfde termijn iedere onjuistheid of onvolledigheid van het voorstel van aanslag aan de administratie meedelen (zie 306/33 tot 39);

- heeft het voorstel van aanslag, aangevuld met de gegevens die de belastingplichtige binnen de voorgeschreven termijn heeft ter kennis gebracht, dezelfde waarde als een in de voorgeschreven vormen en termijnen gedane aangifte. Indien de belastingplichtige echter de in de 3e gedachtenstreep, 2e zin, vermelde verplichting niet heeft nageleefd, wordt het voorstel van aanslag met een onvolledige of onjuiste aangifte gelijkgesteld (zie 306/40 tot 44).

V. VRIJSTELLING VAN AANGIFTEPLICHT IN DE PB

A. BEDOELDE BELASTINGPLICHTIGEN

1. Algemeen

Nummer 306/9

In uitvoering van art. 306, § 1, 1e lid, WIB 92, bepaalt art. 178, § § 1 en 2, KB/WIB 92, de categorieën van belastingplichtigen die zijn vrijgesteld van de in art. 305, WIB 92, vermelde aangifteplicht in de PB.

Art. 178, KB/WIB 92, onderscheidt terzake twee categorieën van belastingplichtigen :

1° de belastingplichtigen zonder beroepswerkzaamheid ingeval hun belastbare inkomsten minder bedragen dan de belastingvrije som;

2° de belastingplichtigen die geen andere belastbare inkomsten moeten aangeven dan :

- inkomsten van onroerende goederen die belastbaar zijn ten belope van het (in voorkomend geval met 25 % verhoogde) (1) KI;

en/of

- pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, met uitzondering van:

- kapitalen en afkoopwaarden;

- omzettingsrenten van kapitalen en afkoopwaarden;

- inkomsten van pensioensparen.

Wat deze tweede categorie van belastingplichtigen betreft, wordt in bepaalde gevallen evenwel afgeweken van het principe van vrijstelling van aangifteplicht (cf. art. 178, § 2, 2e en 3e lid, KB/WIB 92 - zie 306/17 en 18).

[(1) De verhoging van het KI met 25 % is van toepassing met ingang van aj. 1995.]

Nummer 306/10

In vergelijking met de vroegere situatie (zie 306/2) wordt het aldus mogelijk de gepensioneerden vrij te stellen van aangifteplicht ongeacht het bedrag van hun inkomsten (...). Uiteraard wordt er niets gewijzigd voor de belastingplichtigen die deze vrijstelling reeds vroeger genoten (Senaat, zitting 1993-1994, Stuk 1077-2, blz. 2).

2. Belastingplichtigen zonder beroepswerkzaamheid

a) Regel

Nummer 306/11

Overeenkomstig art. 178, § 1, KB/WIB 92, worden de belastingplichtigen zonder beroepswerkzaamheid in beginsel (zie evenwel 306/20) van aangifteplicht in de PB vrijgesteld ingeval hun belastbare inkomsten minder bedragen dan :

1° de belastingvrije som (165.000 F) (1) indien het een alleenstaande belastingplichtige betreft;

2° de samengetelde belastingvrije sommen (130.000 F x 2) (1) indien het echtgenoten betreft.

[(1) Te indexeren bedrag (zie 178/41).]

Nummer 306/12

Voor de toepassing van de vrijstelling van aangifteplicht bij belastingplichtigen zonder beroepswerkzaamheid moeten dus de volgende twee voorwaarden tegelijk vervuld zijn :

- de belastingplichtigen mogen geen beroepswerkzaamheid uitoefenen;

- hun belastbare inkomsten moeten minder bedragen dan de belastingvrije som.

b) Begrip "belastingplichtigen zonder beroepswerkzaamheid"

Nummer 306/13

Onder "belastingplichtigen zonder beroepswerkzaamheid" moeten worden verstaan de belastingplichtigen die geen in de PB belastbare beroepsinkomsten als bedoeld in art. 23, § 1, WIB 92, hebben behaald of verkregen, doch slechts inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen, diverse inkomsten en/of niet in de PB belastbare inkomsten (b.v. in art. 38, 2° tot 4°, WIB 92, bedoelde vrijgestelde pensioenen, dotaties en tegemoetkomingen, het bestaansminimum enz.).

c) Begrip "belastingvrije som"

Nummer 306/14

Onder belastingvrije som moet worden verstaan het basisbedrag van de belastingvrije som (165.000 F (1) voor een alleenstaande belastingplichtige en 130.000 F (1) voor elke echtgenoot), in voorkomend geval verhoogd met bepaalde toeslagen voor de belastingplichtige zelf, voor kinderen ten laste en voor andere personen dan kinderen ten laste.

De toeslag voor de belastingplichtige zelf betreft de toeslag van 35.000 F (1) voor de gehandicapte echtgenoot of alleenstaande belastingplichtige.

Voor kinderen ten laste betreft het de toeslagen van :

- voor één kind ten laste: 35.000 F (1);

- voor twee kinderen ten laste: 90.000 F (1);

- voor drie kinderen ten laste: 202.500 F (1);

- voor vier kinderen ten laste: 327.500 F (1);

- voor meer dan vier kinderen ten laste: 327.500 F (1) plus 125.000 F (1) per kind boven het vierde.

Voor de berekening van het aantal kinderen ten laste worden zwaar gehandicapte kinderen voor twee gerekend (zie 131/11).

Voor andere personen ten laste dan kinderen betreft het de toeslagen van:

- 35.000 F (1) voor iedere andere persoon ten laste;

- 35.000 F (1) voor iedere gehandicapte andere persoon ten laste.

[(1) Te indexeren bedrag (zie 178/41).]

3. Belastingplichtigen die slechts bepaalde belastbare inkomsten moeten aangeven

a) Regel

Nummer 306/15

Overeenkomstig art. 178, § 2, KB/WIB 92, worden van aangifteplicht in de PB in principe (zie evenwel 306/20) vrijgesteld, de belastingplichtigen die geen andere belastbare inkomsten moeten aangeven dan :

1° inkomsten van onroerende goederen die belastbaar zijn ten belope van het (in voorkomend geval met 25 % verhoogde) (2) KI;

en/of

2° pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen met uitzondering van :

- kapitalen en afkoopwaarden (bijvoorbeeld van een groepsverzekering);

- omzettingsrenten van kapitalen en afkoopwaarden;

- inkomsten van pensioensparen

Terzake worden dus inzonderheid beoogd de gepensioneerde belastingplichtigen die uitsluitend bepaalde pensioenen en inkomsten van onroerende goederen hebben verkregen, ongeacht het bedrag van die inkomsten.

[(2) De verhoging van het KI met 25 % is van toepassing met ingang van aj. 1995.]

Nummer 306/16

De in België gelegen onroerende goederen waarvan de inkomsten belastbaar zijn ten belope van het (in voorkomend geval met 25 % verhoogde) (2) KI zijn (zie art. 7, WIB 92) :

- de woning die recht geeft op de woningaftrek als bedoeld in art. 16, WIB 92;

- de (verhuurde en niet-verhuurde) ongebouwde onroerende goederen;

- de niet-verhuurde gebouwde onroerende goederen;

- de aan een natuurlijke persoon verhuurde gebouwde onroerende goederen die ze noch geheel, noch gedeeltelijk voor het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid gebruikt;

- de onroerende goederen die overeenkomstig de pachtwetgeving zijn verhuurd en door de huurder voor land- of tuinbouw worden gebruikt.

b) Uitzonderingen

Nummer 306/17

In afwijking van het in 306/15 vermelde principe geldt de vrijstelling van aangifteplicht echter niet voor de volgende belastingplichtigen :

1° de niet-hertrouwde weduwen of weduwnaars die één of meer kinderen ten laste hebben (voor die belastingplichtigen wordt de belastingvrije som verhoogd met een toeslag van 35.000 F) (1);

2° de ongehuwde vaders of moeders die één of meer kinderen ten laste hebben (voor die belastingplichtigen wordt de belastingvrije som verhoogd met een toeslag van 35.000 F) (1);

3° belastingplichtigen met één of meer kinderen van minder dan drie jaar ten laste (ofwel wordt voor die belastingplichtigen de belastingvrije som verhoogd met een toeslag van 10.000 F (1), ofwel kunnen die belastingplichtigen de uitgaven voor de oppas van die kinderen onder bepaalde voorwaarden aftrekken van het totale netto-inkomen - zie 104/157 e.v.);

4° de belastingplichtigen voor het jaar van huwelijk indien hun echtgenoot geen bestaansmiddelen van meer dan 68.000 F netto heeft (voor die belastingplichtigen wordt de belastingvrije som verhoogd met een toeslag van 35.000 F) (1);

5° de weduwen of de weduwnaars voor het jaar van het overlijden van hun echtgenoot indien die echtgenoot geen bestaansmiddelen van meer dan 68.000 F netto heeft gehad (voor die belastingplichtigen wordt de belastingvrije som verhoogd met een toeslag van 95.000 F (1).

[(1) Te indexeren bedrag (zie 178/41).]

Nummer 306/18

In afwijking van het in 306/15 vermelde principe geldt de vrijstelling van aangifteplicht evenmin voor de belastingplichtigen die :

1° inkomsten van buitenlandse oorsprong hebben (zie commentaar op de art. 155 en 156, WIB 92);

2° aftrekbare interest betalen (zie commentaar op art. 14, WIB 92);

3° uitgaven doen die recht geven op een belastingvermindering (zie commentaar op de art. 145/1 tot 145/23, WIB 92);

4° aftrekbare bestedingen doen (zie commentaar op de art. 104 tot 116, WIB 92);

5° voorafbetalingen verrichten (zie commentaar op de art. 157 tot 168 en175 tot 177, WIB 92).

Nummer 306/18.1

Er is geen vrijstelling van aangifteplicht omdat - wanneer één van de in 306/17 of 306/18 vermelde situaties zich voordoet - de administratie de verschuldigde belasting niet kan berekenen aan de hand van de haar bekende KI of pensioenen. Om die bijkomende gegevens te kennen, is het bijgevolg nodig de belastingplichtige een aangifteformulier toe te sturen.

B. AANSLAGJAAR WAARVOOR DE VRIJSTELLING VAN AANGIFTEPLICHT GELDT

Nummer 306/19

Krachtens art. 178, § 3, KB/WIB 92, is de vrijstelling van aangifteplicht van toepassing voor het aanslagjaar waarvan het belastbare tijdperk volgt op een kalenderjaar waarin aan de in 306/12 of 306/15 vermelde voorwaarden is voldaan.

Voorbeeld

Een alleenstaande belastingplichtige (rijksinwoner) zonder beroepswerkzaamheid heeft in 1992 uitsluitend inkomsten van onroerende goederen en inkomsten van roerende goederen en kapitalen verkregen voor een bedrag van 170.000 F. Vermits dit bedrag lager is dan de belastingvrije som voor alleenstaanden voor aj. 1993 (zijnde 181.000 F), vervult de betrokkene de voorwaarden om voor aj. 1994 (inkomsten jaar 1993) te worden vrijgesteld van aangifteplicht in de PB.

C. INDIENING VAN EEN AANGIFTE OP VERZOEK VAN DE ADMINISTRATIE

Nummer 306/20

De in 306/12 en in 306/15 vermelde belastingplichtigen moeten ingevolge art. 306, § 1, 2e lid, WIB 92, toch een aangifte in de PB indienen wanneer hen dat uitdrukkelijk wordt gevraagd door een daartoe gemachtigde ambtenaar van de Administratie der directe belastingen.

Nummer 306/21

De administratie zal de belastingplichtige vragen een aangifte te doen wanneer zij in het bezit is van gegevens waaruit blijkt dat de belastingplichtige klaarblijkelijk niet meer aan de vrijstellingsvoorwaarden voldoet (begin van een nieuwe werkzaamheid enz.). De administratie beschikt over die mogelijkheid voor alle gevallen waarin de belastingplichtige niet meer aan de vrijstellingsvoorwaarden voldoet. Die gevallen zijn niet altijd van louter fiscale aard.

Nummer 306/22

Er wordt opgemerkt dat aan bepaalde belastingplichtigen ook kan worden gevraagd om een aangifte in de PB in te dienen alhoewel het aanvankelijk de bedoeling was hen een voorstel van aanslag toe te sturen (zie terzake 306/31 en 32).

D. PRAKTISCHE MODALITEITEN

Nummer 306/23

De vraag is gerezen hoe een belastingplichtige kan weten dan hij niet is vrijgesteld van aangifteplicht en bijgevolg een aangifteformulier moet vragen aan de administratie wanneer hij geen dergelijk formulier heeft ontvangen.

Wanneer een belastingplichtige die de voorwaarden vervult om vrijgesteld te worden van aangifteplicht daarvoor geselecteerd wordt, ontvangt hij een brief (zie 306/46) waarin zijn aandacht wordt gevestigd op het feit dat hij geen aangifteformulier zal ontvangen, maar dat hij het voorstel van aanslag moet afwachten. Alle belastingplichtigen ontvangen dus in principe ofwel een aangifteformulier, ofwel een brief van de administratie om het voorstel van aanslag af te wachten. Indien een belastingplichtige geen van beide heeft ontvangen, moet hij een aangifteformulier vragen bij de administratie (1).

De verplichting om in voorkomend geval zelf een aangifteformulier aan te vragen is trouwens wettelijk bepaald in art. 308, § 3, WIB 92, zoals vervangen door art. 2, W 5.7.1994, dat bepaalt dat de belastingplichtigen voor wie op 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd, de gronden voor belastbaarheid inzake PB aanwezig zijn en niet van aangifteplicht zijn vrijgesteld en die geen aangifteformulier hebben ontvangen, bij de aanslagdienst waaronder zij ressorteren uiterlijk op 1 juni van het jaar waarnaar het aj. wordt genoemd een aangifteformulier moeten aanvragen (2).

[(1) Met uitzondering van de oude categorie der "niet-hernieuwbaren" (code 9 in de zone "MODEL"

van het bestand Aj.).

(2) In voorkomend geval moeten erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden bij die aanvraag melding maken van de verlengde termijn van 5 maanden vanaf de datum van het overlijden van de belastingplichtige die hen wordt toegekend om de aangifte van de belastingplichtige in te dienen.]

Nummer 306/24

Het voorstel van aanslag (zie 306/47) wordt pas toegestuurd wanneer de normale termijn voor de belastingplichtige om zelf een aangifte in te dienen reeds is verstreken. Bij het voorstel van aanslag is een antwoordstrook gevoegd waarop de belastingplichtige die met het voorstel niet akkoord gaat zijn opmerkingen kenbaar kan maken.

VI. VOORSTEL VAN AANSLAG

A. BEGINSEL

1. Algemeen

Nummer 306/25

Krachtens art. 306, § 2, 1e lid, WIB 92, wordt aan de van aangifteplicht vrijgestelde belastingplichtigen een voorstel van aanslag (zie 306/47) toegestuurd. Dit voorstel vermeldt de belastbare grondslag en de daarop verschuldigde belasting, alsmede alle in aanmerking genomen inlichtingen en gegevens.

Nummer 306/26

Evenwel behoudt de belastingplichtige die dat wenst, het recht om een aangifte te doen. Belastingplichtigen die andere inkomsten of andere aftrekbare kosten of uitgaven hebben, kunnen de administratie vragen hen een belastingaangifte toe te sturen (Senaat, zitting 1993-1994, Stuk 1077-2, blz. 6). Die belastingplichtigen moeten de vraag om een aangifte toegestuurd te krijgen formuleren in rubriek 8 van de antwoordstrook die bij het voorstel van aanslag (zie 306/47) is gevoegd.

2. Motivering

Nummer 306/27

Met de bekommernis te voldoen aan het beginsel van behoorlijk bestuur werd het aangewezen geacht de van aangifteplicht vrijgestelde belastingplichtigen, voor het eigenlijke aanslagbiljet, een voorstel van aanslag te zenden waarop alle gegevens waarover de administratie beschikt zomede de berekening van de belasting zijn vermeld en aan die belastingplichtigen de mogelijkheid te bieden om eventueel hun niet-akkoord kenbaar te maken en eventuele vergissingen of leemten mee te delen (zie 306/33 tot 36) (cf. Senaat, zitting 1993-1994, Stuk 1077-1, blz. 1).

Het toesturen van een voorstel van aanslag is zowel in het belang van de administratie als van de belastingplichtige omdat de belastingplichtige wordt vrijgesteld van een formaliteit die als omslachtig wordt beschouwd (Senaat, zitting 1993-1994, Stuk 1077-2, blz. 11).

3. Werkwijze

Nummer 306/28

Na ontvangst van het voorstel van aanslag kunnen zich verschillende mogelijkheden voordoen :

- indien de belastingplichtige na controle geen vergissingen vaststelt, moet hij niets doen. Het bedrag aan belastingen vermeld in het voorstel van aanslag zal worden ingekohierd en hij zal een aanslagbiljet toegezonden krijgen. Vanaf dat ogenblik beginnen de termijnen voor de bezwaarschriften;

- indien de belastingplichtige in het voorstel van aanslag daarentegen leemten en/of vergissingen vaststelt, stuurt hij de antwoordstrook bij het voorstel op en de administratie berekent opnieuw de aanslag, zal dan inkohieren en het aanslagbiljet opsturen.

Ten aanzien van de van de aangifteplicht vrijgestelde belastingplichtigen wordt de aanslag gevestigd op de in het voorstel van aanslag vermelde gegevens, in voorkomend geval verbeterd aan de hand van de opmerkingen van de belastingplichtige (toepassing van art. 339, 2e lid, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 4, W 5.7.1994).

B. AFWIJKING

1. Algemeen

Nummer 306/29

In afwijking van het bepaalde in 306/25 kunnen, krachtens art. 306, § 2,2e lid, WIB 92, bij een in Ministerraad overlegd KB de gevallen worden bepaald waarin de administratie geen voorstel van aanslag moet toesturen.

2. Motivering

Nummer 306/30

De toezending van een voorstel van aanslag is slechts verantwoord voor belastingplichtigen voor wie een inkohiering plaatsvindt; daarom is voorzien in de mogelijkheid dat de Koning, bij in Ministerraad overlegd besluit, de gevallen bepaalt waarin een dergelijk voorstel niet moet worden toegezonden (cf. Senaat, zitting 1993-1994, Stuk 1077-1, blz. 2).

Er is evenwel nog geen KB in die zin getroffen.

C. IN BEGINSEL VAN AANGIFTEPLICHT VRIJGESTELDE BELASTINGPLICHTIGEN DIE TOCH EEN AANGIFTE IN DE PB MOETEN INDIENEN

Nummer 306/31

Er hebben zich gevallen voorgedaan waarin het niet mogelijk was om aan bepaalde belastingplichtigen die de voorwaarden vervulden om vrijgesteld te worden van aangifteplicht, een voorstel van aanslag toe te sturen. Aan de bevoegde aanslagdienst (1) is dan een vernietigd voorstel van aanslag (2) gezonden, vergezeld van een verklarende brief (zie 306/48) (3) bestemd voor de belastingplichtige en een aangifte die door de belastingplichtige moet worden ingediend.

Volgens de terzake vigerende bepalingen mag de termijn van terugzending die op een dergelijk aangifteformulier moet worden vermeld, niet korter zijn dan een maand (4) te rekenen vanaf de verzending ervan (art. 308, § 1, WIB 92) en kan de belasting met betrekking tot de geldig aangegeven inkomsten en andere gegevens vermeld in een geldige aangifte worden gevestigd tot 30 juni van het jaar dat volgt op dat waarnaar het aj. wordt genoemd, zonder dat die termijn korter mag zijn dan zes maanden vanaf de datum waarop de aangifte bij de bevoegde aanslagdienst is toegekomen (art. 353, 1e lid, WIB 92).

[(1) Een vernietigd voorstel van aanslag wordt dus niet naar de betrokken belastingplichtige zelf gezonden.

(2) Een voorstel van aanslag is tijdens de opmaak om verschillende redenen vernietigd, bijvoorbeeld omdat :

- het systeem Belcotax geen enkele inkomstenfiche heeft verzameld op naam van de belastingplichtige(n) of een negatieve fiche heeft ingezameld;

- het dossier van het desbetreffende aj. werd gesplitst of gefusioneerd.

(3) In die brief wordt de belastingplichtige meegedeeld dat hem geen voorstel van aanslag kan worden toegestuurd, en dit in tegenstelling met het vroegere aan de belastingplichtige gezonden schrijven waarin wel een dergelijk voorstel van aanslag werd aangekondigd. Exemplaren van de verklarende brief voor de belastingplichtige kunnen bij de Mech. d. worden gevraagd.

(4) De termijn voor terugzending bedraagt 5 maanden voor belastingplichtigen die overleden zijn. De aandacht wordt erop gevestigd dat in die gevallen het aangifteformulier, dat na het vernietigde voorstel van aanslag wordt verzonden, moet worden gericht aan de nalatenschap.]

Nummer 306/32

In andere uitzonderlijke gevallen kon noch een geldig noch een vernietigd voorstel van aanslag worden opgemaakt. In die gevallen moet op dezelfde wijze worden gehandeld als in 306/31.

D. OPSCHORTING VAN HET GEAUTOMATISEERDE SYSTEEM

Nummer 306/32.1

De geautomatiseerde toepassing "voorstellen van aanslag" is met ingang van aj. 1996 opgeschort.

Aan alle belastingplichtigen die geselecteerd waren om deel te nemen aan het systeem "voorstellen van aanslag" is een aangifte in de PB voor aj. 1996 en een verklarende brief (zie 306/49) toegezonden.

VII. VERPLICHTINGEN VAN DE BELASTINGPLICHTIGE IN GEVAL VAN NIET-AKKOORD MET HET VOORSTEL VAN AANSLAG OF IN GEVAL VAN ONJUISTHEID OF ONVOLLEDIGHEID VAN DIT VOORSTEL

A. ALGEMEEN

Nummer 306/33

De belastingplichtige die niet akkoord gaat met het hem toegezonden voorstel van aanslag, moet de administratie hiervan in kennis stellen; bovendien moet hij iedere onjuistheid of onvolledigheid van het voorstel van aanslag aan de administratie meedelen.

In beide gevallen moet dit gebeuren binnen één maand na de datum van de verzending van het voorstel van aanslag (1).

[(1) De directeur-generaal van de directe belastingen of zijn gedelegeerde kunnen afwijkingen van de in art. 306, WIB 92, gestelde termijn toestaan (cf. art. 311, WIB 92).]

B. NIET-AKKOORD MET HET VOORSTEL VAN AANSLAG

Nummer 306/34

De belastingplichtige die niet akkoord gaat met het hem toegezonden voorstel van aanslag, moet de administratie hiervan krachtens art. 306, § 3, 1e lid, WIB 92, in kennis stellen. Die kennisgeving moet gebeuren binnen één maand na de datum van de verzending van het voorstel van aanslag; hierin moet de belastingplichtige tevens de motieven voor zijn niet-akkoord met het voorstel van aanslag vermelden.

C. ONJUISTHEID OF ONVOLLEDIGHEID VAN HET VOORSTEL VAN AANSLAG

Nummer 306/35

Art. 306, § 3, 2e lid, WIB 92, bepaalt dat de belastingplichtige iedere onjuistheid of onvolledigheid van het voorstel van aanslag aan de administratie moet meedelen. De termijn binnen welke deze mededeling moet gebeuren is dezelfde als bij een niet-akkoord met het voorstel van aanslag, nl. één maand vanaf de datum van de verzending van dat voorstel.

Nummer 306/36

Wanneer de belastingplichtige eventuele vergissingen in een voorstel van aanslag niet meedeelt aan de administratie, worden deze derhalve gelijkgesteld met vergissingen in een aangifte. Overeenkomstig art. 354, WIB 92, beschikt de administratie dan over een termijn van drie jaar om die vergissing recht te zetten (Kamer, gewone zitting 1993-1994, Stuk 1479/2, blz. 3).

D. BEREKENING VAN DE TERMIJN VAN EEN MAAND

1. Gewone gevallen

a) Regels

Nummer 306/37

Vermits de in art. 306, § 3, 1e en 2e lid, WIB 92, vermelde termijn een in maanden bepaalde termijn is, wordt hij gerekend vanaf de dag na de verzendingsdatum van het voorstel van aanslag (cf. art. 52, Ger.W) en van de zoveelste tot de dag voor de zoveelste (cf. art. 54, Ger.W). Wanneer de vervaldag echter een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt hij verplaatst op de eerstvolgende werkdag (cf. art. 53, Ger.W).

b) Voorbeelden

Nummer 306/38

De voorstellen van aanslag betreffende aj. 1994 zijn verzonden op 30.3.1995. De termijn van één maand, gerekend vanaf 31.3.1995 ("de zoveelste" is de dag na de verzendingsdatum), verstreek in principe op 29.4.1995. Aangezien echter 29.4.1995 een zaterdag, 30.4.1995 een zondag en 1.5.1995 een wettelijke feestdag was, is de vervaldag voor dat aj. verplaatst naar de eerstvolgende werkdag, te weten dinsdag 2.5.1995.

Voor aj. 1995 zijn de voorstellen van aanslag verzonden op 21.6.1996. De termijn van één maand gerekend vanaf 22.6.1996, verstreek in principe op 20.7.1996. Aangezien 20.7.1996 een zaterdag en 21.7.1996 een zondag was, is de vervaldag voor dat aj. verplaatst naar maandag 22.7.1996.

2. "Onbestelbare" voorstellen van aanslag

Nummer 306/39

Voor de "onbestelbare" (1) voorstellen van aanslag moet de bedoelde termijn geval per geval worden berekend, met inachtneming van de datum van verzending van het desbetreffende voorstel aan het werkelijke adres van de belastingplichtige en volgens de in 306/37 uiteengezette regels.

[(1) Terzake zijn bedoeld de voorstellen van aanslag waarvoor op het ogenblik van het opmaken ervan geen geldig adres voorhanden was en dus naar de taxatiedienst zijn gezonden alsmede die welke door de post niet aan de geadresseerde konden worden bezorgd en aan de taxatiedienst zijn terugbezorgd.]

VIII. WAARDE VAN HET VOORSTEL VAN AANSLAG OP HET VLAK VAN DE AANSLAGPROCEDURE

A. GELIJKSTELLING MET EEN REGELMATIG INGEDIENDE AANGIFTE

Nummer 306/40

Krachtens art. 306, § 4, 1e lid, WIB 92, heeft het voorstel van aanslag, aangevuld met de gegevens die de belastingplichtige binnen de in 306/37 tot 39 vermelde termijn heeft ter kennis gebracht, dezelfde waarde als een in de voorgeschreven vormen en termijnen gedane aangifte.

Nummer 306/41

Wanneer een belastingplichtige zijn voorstel van aanslag, ondertekend voor akkoord, heeft teruggezonden naar de administratie en daarna vaststelt dat hij zich vergist heeft, kan hij nog terugkomen op dit akkoord. Immers, het voorstel van aanslag, ondertekend voor akkoord of voorzien van de verbeteringen van de belastingplichtige, wordt als een gewone aangifte beschouwd. Indien de administratie geen rekening heeft gehouden met de opmerkingen van de belastingplichtige, kan deze laatste bezwaar indienen bij de gewestelijke directeur (Senaat, zitting 1993-1994, Stuk 1077-2, blz. 5 en 6).

B. GELIJKSTELLING MET EEN ONVOLLEDIGE OF ONJUISTE AANGIFTE

1. Onvolledige of onjuiste aangifte

Nummer 306/42

Art. 306, § 4, 2e lid, WIB 92, bepaalt dat het voorstel van aanslag met een onvolledige of onjuiste aangifte wordt gelijkgesteld indien de belastingplichtige de in 306/35 besproken verplichting niet heeft nageleefd.

2. Administratieve sancties

Nummer 306/43

De gelijkstelling met een onvolledige of onjuiste aangifte heeft tot gevolgdat de belastingplichtige de in het WIB 92, vermelde sancties kan oplopen (Senaat, zitting 1993-1994, Stuk 1077-1, blz. 2). Het betreft de administratieve sancties die zijn bepaald in de art. 444 en 445, WIB 92 (belastingverhogingen en administratieve boeten); zij moeten volgens de gewone regels worden toegepast (zie commentaar op die artikelen).

Wat inzonderheid de belastingverhogingen betreft wordt erop gewezen dat (zie ook 444/22, laatste lid) :

- geen verhoging moet worden toegepast wanneer de overtreding te wijten is aan omstandigheden onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige (daaronder begrepen zijn kennelijke onwetendheid inzake fiscale verplichtingen);

- kan worden afgezien van de toepassing van de minimumverhoging ten name van een belastingplichtige die heeft gehandeld zonder opzet de belastingen te ontduiken of zonder kwade trouw, en voor wie de overtreding - in dit geval de onvolledigheid of onjuistheid van een aangifte - de eerste in haar soort is.

C. GEVOLGEN

Nummer 306/44

Uit 306/40 en 42 volgt dat het voorstel van aanslag in principe altijd de waarde heeft van een aangifte, wat belet dat de administratie zich beroept op het gebrek aan aangifte of de laattijdigheid ervan, die met niet-aangifte wordt gelijkgesteld.

De niet-naleving door de belastingplichtige van zijn verplichtingen inzake het voorstel van aanslag (zie 306/34 en 35) geeft derhalve de administratie niet het recht de procedure van aanslag van ambtswege toe te passen.

IX. VOORSTELLEN VAN AANSLAG VERZONDEN AAN BELASTINGPLICHTIGEN DIE DE VOORWAARDEN NIET VERVULLEN OM TE WORDEN VRIJGESTELD VAN AANGIFTEPLICHT

Nummer 306/45

Er mag niet worden uitgesloten dat een voorstel van aanslag is verzonden aan een belastingplichtige die niet voldoet aan de in art. 178, KB/WIB 92, bepaalde voorwaarden tot vrijstelling van aangifteplicht.

In dit geval mag het niet-naleven van de in art. 308, § 3, WIB 92, bedoelde verplichting geen ander gevolg hebben dan de mogelijkheid om de buitengewone aanslagtermijn van drie jaar (art. 354, 1e lid, WIB 92) toe te passen wegens niet-aangifte of laattijdige aangifte en dit met het motief dat de administratie niet geldig kan afzien van die termijn eens dat aan de voorwaarden voor de toepassing ervan is voldaan (zie 354/21).

X. FORMULIEREN

A. BRIEF WAARIN DE BELASTINGPLICHTIGE WORDT MEEGEDEELD DAT HIJ IS VRIJGESTELD VAN AANGIFTEPLICHT IN DE PB EN EEN VOORSTEL VAN AANSLAG ZAL ONTVANGEN (AJ. 1995)

Nummer 306/46

MINISTERIE VAN FINANCIEN

Administratie der directie belastingen

Afzender:

Repertoriumnummer Nationaal nummer (NN) NN (gehuwde vrouw)

Mevrouw, Mijnheer,

Dank zij de toenemende automatisering kan de administratie voor sommige belastingplichtigen zelf de gegevens inzamelen die nodig zijn voor het berekenen van de personenbelasting.

Sommige gepensioneerden, WAARONDER U ZELF, worden vrijgesteld van de verplichting elk jaar een aangifte in te vullen. U hoeft dus helemaal niet verbaasd of ongerust te zijn omdat U - vanaf dit jaar - geen aangifte in uw brievenbus vindt. U hoeft er zelf ook geen te vragen.

De administratie zal de gegevens die op uw persoonlijke toestand betrekking hebben zelf inzamelen en opnemen in een "VOORSTEL VAN AANSLAG" dat U uiterlijk einde maart 1996 zal worden toegestuurd. Wacht dus rustig af tot U dat "voorstel van aanslag" ontvangt, maar houd niettemin zorgvuldig de documenten (pensioenfiches, enz.) bij die U in staat moeten stellen de juistheid ervan na te gaan.

Wij hopen dat U deze inspanning van de administratie, om de door U te vervullen formaliteiten te vereenvoudigen, kunt waarderen.

Mocht U ondanks de verstrekte uitleg toch nog vragen hebben over de inhoud van deze brief, dan kunt U steeds terecht op bovenstaand adres of telefoonnummer. Men zal U graag verder helpen.

B. VOORSTEL VAN AANSLAG (AJ. 1995)

Nummer 306/47

I. MINISTERIE VAN FINANCIEN - ADMINISTRATIE DER DIRECTE BELASTINGEN VOORSTEL VAN AANSLAG PERSONENBELASTING EN AANVULLENDE BELASTINGEN

1. DATUM VAN VERZENDING : GEMEENTE :

Repertoriumnr. Aanslagjaar Inkomsten van het jaar

2. AFZ. : controle der belastingen Tel. :

3. De Heer/Mw.

Mevrouw, Mijnheer,

U werd vrijgesteld van de verplichting om een aangifte in de personenbelasting in te dienen.

Om dit te realiseren, tracht de Administratie de gegevens die nodig zijn om uw belasting te berekenen op een geautomatiseerde wijze in te zamelen. Alle organismen die inkomsten uitbetalen werken echter nog niet mee aan dit geautomatiseerd systeem. Hiernaast vindt u dan ook de gegevens waarover de Administratie op dit ogenblik beschikt via dit geautomatiseerd systeem.

Het is derhalve mogelijk dat de hiernaast vermelde gegevens onjuist zijn of onvolledig. Daarom, is dit document dan ook een VOORSTEL VAN AANSLAG en GEEN aanslagbiljet.

WAT MOET U MET DIT DOCUMENT DOEN ?

Vergewis u ervan, aan de hand van de in uw bezit zijnde fiches en documenten, dat alle inkomsten, die aan de personenbelasting moeten worden onderworpen, wel degelijk zijn opgenomen. Kijk ook na of bepaalde gegevens, die de Administratie niet heeft vermeld, niet in aanmerking moeten worden genomen. Laat u hierbij helpen door de toelichting op keerzijde.

Indien de gegevens juist en volledig zijn, moet u NIETS doen. Indien de gegevens daarentegen onjuist of onvolledig zijn, moet u aan de taxatiedienst, waarvan het adres in vak 2 hierboven is vermeld, de verbeterende of aanvullende gegevens mededelen door middel van de onderstaande antwoordstrook. Daartoe beschikt u over een TERMIJN VAN EEN MAAND, te rekenen vanaf de datum van verzending (zie vak 1).

In beide gevallen zult u later uw aanslagbiljet ontvangen met de volledige berekening van uw belastbaar inkomen en van uw belasting.

Wanneer u bij de ontvangst van dat aanslagbiljet een fout vaststelt kan u op dat ogenblik nog steeds een bezwaarschrift indienen. Hoe u dat moet doen vindt u duidelijk uiteengezet op de keerzijde van uw aanslagbiljet.

Uw taxatiedienst is ter uwer beschikking voor alle aanvullende informatie betreffende dit document.

Uw taxatiedienst

Nr. 276 BETAX -1995

(ruimte voor de administratie voor vermelding van de gegevens en de berekening van het belastbare inkomen en de verschuldigde belasting).

ANTWOORDSTROOK (alleen terug te zenden indien de gegevens van het voorstel van aanslag onvolledig of onjuist zijn)

Repertoriumnr. Aanslagjaar Inkomsten van het jaar Gemeente

NAAM : NN :

Verbeterende of aanvullende gegevens (zie ook toelichting op keerzijde)

1. Gezinstoestand :

......................................................

..........................................................................

..........................................................................

2. Onroerende inkomsten :

................................................

..........................................................................

..........................................................................

3. Pensioenen :

bedrag kenletter bedrag kenletter

...........F ........... (gehuwde vrouw) : ...........F ...........

...........F ........... ...........F ...........

..........................................................................

..........................................................................

4. Pensioensparen (bedrag) : ...........F (gehuwde vrouw) : ...........F

5. Aftrekbare giften (bedrag): .........F

naam en adres van de begiftigde instellingen : ..............................................................................................

......................................................................

6. Voorafbetalingen (totaal bedrag) : ...........F

refertenr :.........

7. Financiële rekening : nr.

.............................................

houder : ..............................................................

8. Andere gegevens :

.....................................................

......................................................................

......................................................................

......................................................................

......................................................................

......................................................................

......................................................................

Aantal bijlagen : ........... Te ..........., ................ 199.....

Handtekening (gehuwden tekenen beiden)

Door U te bewaren AFSCHRIFT van uw ANTWOORDSTROOK

Verbeterende of aanvullende gegevens (zie ook toelichting op

keerzijde)

1. Gezinstoestand :

......................................................

..........................................................................

..........................................................................

2. Onroerende inkomsten :

................................................

..........................................................................

..........................................................................

3. Pensioenen :

bedrag kenletter bedrag kenletter

...........F ........... (gehuwde vrouw) : ...........F . ..........

...........F ........... ...........F ...........

..........................................................................

..........................................................................

4. Pensioensparen (bedrag) : ...........F (gehuwde vrouw) : ...........F

5. Aftrekbare giften (bedrag): .........F

naam en adres van de begiftigde instellingen : ........................

......................................................................

......................................................................

6. Voorafbetalingen (totaal bedrag) : ...........F

refertenr : .........

7. Financiële rekening : nr.

.............................................

houder :

..............................................................

8. Andere gegevens :

.....................................................

......................................................................

......................................................................

......................................................................

......................................................................

......................................................................

......................................................................

Aantal bijlagen : ........... Te ..........., ................

199.....

TOELICHTING

Voorwoord

De antwoordstrook moet alleen worden ingevuld wanneer het voorstel van aanslag onvolledig of onjuist is. In dit geval moet u alleen maar de gegevens vermelden die moeten verbeterd of aangevuld worden. De gegevens die correct zijn moeten niet opnieuw worden vermeld. Zorg er evenwel voor dat uw vermeldingen duidelijk verstaanbaar zijn voor uw taxatiedienst; geef desnoods een klein woordje uitleg. Indien de antwoordstrook niet voldoende plaats biedt, vermeld dan op de antwoordstrook het totaal van de verbeterende of aanvullende cijfergegevens en verstrek de nodige details in een bijlage.

1. Gezinstoestand

De in aanmerking te nemen gezinstoestand is de toestand op 1 januari 1995.

Personen die in 1994 gehuwd zijn, uit de echt gescheiden zijn of van tafel en bed gescheiden zijn, gehuwden waarvan de echtgenoot in 1994 overleden is, en gehuwden die in 1993 feitelijk gescheiden zijn, worden voor het belasten van hun inkomsten van het jaar 1994 als "alleenstaanden" beschouwd. Indien u in dergelijk geval verkeert en tegenover de gezinstoestand de vermelding "Gehuwd" ziet staan, moet u de datum van het huwelijk, de scheiding of het overlijden op de antwoordstrook vermelden; indien de vermelding "Alleenstaande" is afgedrukt, hoeft u de antwoordstrook niet in te vullen, behoudens in de twee hiernavolgende gevallen.

Indien u op 1.1.1995 weduwnaar of weduwe was met ten minste 1 kind ten laste, vermeld dan op de antwoordstrook "Weduwnaar - of weduwe - met kinderlast"; bent u in 1994 gehuwd en had uw echtgenoot in datzelfde jaar geen nettobestaansmiddelen van meer dan 69.000 F, vermeld dan "Gehuwd sinds ....... met ....... - nettobestaansmiddelen kleiner dan 69.001 F".

Ongehuwden (d.w.z. personen die nooit gehuwd geweest zijn) die ten minste één kind ten laste hebben, vermelden op de antwoordstrook "Ongehuwde moeder (of vader) met kinderlast", indien dit niet op het voorstel is vermeld.

Geef, indien de vermelde gegevens niet correct zijn, het juiste aantal personen ten laste op (kinderen, kleinkinderen, pleegkinderen, broers, zusters, enz., die op 1.1.1995 deel uitmaakten van uw gezin en in 1994 geen nettobestaansmiddelen hadden van meer dan 69.000 F), met vermelding van hun naam, voornaam, geboortedatum, verwantschap en eventueel zware handicap.

Van een zware handicap mag slechts melding worden gemaakt (zowel met betrekking tot u zelf als tot de personen die u ten laste hebt), indien het gaat om een zware handicap die het gevolg is van feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar en waarvoor een geldig bewijs van de invaliditeit is toegevoegd.

2. Onroerende inkomsten

Indien de op het voorstel van aanslag vermelde inkomsten van onroerende goederen niet correct zijn, vermeld op de antwoordstrook alle nodige inlichtingen, zoals het (niet-geindexeerde) kadastraal inkomen van het bewuste goed, de ligging ervan, de datum van de ingebruikneming (bij nieuwbouw), aankoop, verkoop, wijziging van de bestemming, enz.

Ingeval het goed verhuurd wordt aan een persoon die het voor beroepsdoeleinden gebruikt of aan een vennootschap, vereniging, enz., ook de identiteit van de betrokkenen en het bedrag van de brutohuur opgeven.

3. Pensioenen

Indien de op het voorstel van aanslag vermelde gegevens onjuist of onvolledig zijn, schrijf dan gewoon op de daartoe voorziene plaats, enerzijds, de bedragen en, anderzijds, de kenletters die tegenover die bedragen zijn vermeld op de in uw bezit zijnde individuele fiches. Op de laatste twee regels schrijft u de naam van de instelling die u de pensioenen heeft toegekend. Ten einde misverstanden te vermijden kunt u tevens een copie van die fiches toevoegen.

4. Pensioensparen

Indien u in 1994 stortingen hebt gedaan in het kader van het pensioensparen en hiervan geen melding is gemaakt op het voorstel van aanslag, mag u die bedragen vermelden, mits u een attest nr. 281.60 toevoegt van de instelling of de onderneming aan wie de stortingen zijn verricht.

5. Aftrekbare giften

Indien de op het voorstel van aanslag vermelde gegevens onjuist of onvolledig zijn, vermeld het bedrag van de giften van ten minste 1.000 F (per jaar) die u in 1994 hebt gedaan aan een erkende instelling die een kwijtschrift heeft afgeleverd met de vermelding "Ontvangstbewijs uitgereikt bij toepassing van artikel 107 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992". Tevens naam en adres van de begiftigde instellingen opgeven.

6. Voorafbetalingen

Indien u in 1994 voorafbetalingen met betrekking tot het aanslagjaar 1995 hebt gedaan en het totaal bedrag van die voorafbetalingen op het voorstel van aanslag is afgedrukt, moet u deze rubriek niet invullen. Wanneer dat bedrag niet is afgedrukt of wanneer het afgedrukte bedrag onjuist is, vermeld dan het totaal bedrag van de gedane betalingen en het refertenummer van het door de Dienst der Voorafbetalingen uitgereikte rekeninguittreksel.

7. Financiële rekening

Indien het nummer van uw financiële rekening op het voorstel van aanslag is afgedrukt, moet u deze rubriek niet invullen. Wanneer het nummer niet is afgedrukt of wanneer u een ander nummer wenst te gebruiken, vermeld dan in deze rubriek het nummer van de financiële rekening waarop een eventueel overschot (van voorheffingen, voorafbetalingen, enz.) mag overgeschreven worden. De overschrijving op rekening is kosteloos. De terugbetalingen die niet via een in België geopende post- of bankrekening geschieden kunnen daarentegen met een forfaitair bedrag voor kosten worden verminderd.

8. Andere gegevens

Wanneer u nog andere belastbare inkomsten hebt genoten (gewone bezoldigingen, vervangingsinkomsten, bezoldigingen van werkend vennoot of bestuurder, beroepsinkomsten van zelfstandige, onderhoudsuitkeringen, enz.), of wanneer u nog andere elementen wenst in rekening te brengen (interesten en kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen, levensverzekeringspremies, betaalde onderhoudsuitkeringen, enz.), vermeld dan in deze rubriek de gegevens die nodig zijn voor een juiste berekening van uw belasting; vermeld in een bijlage, indien nodig, het detail van die gegevens en voeg tevens de passende bewijsstukken toe.

C. VERKLARENDE BRIEF WAARIN DE BELASTINGPLICHTIGE WORDT GEVRAAGD TOCH EEN AANGIFTE IN DE PB IN TE DIENEN (AJ. 1995)

Nummer 306/48

MINISTERIE VAN FINANCIEN

Administratie der directie belastingen

Stempel van de Dienst

Uw correspondent :

Mevrouw, Mijnheer,

Er werd u per brief medegedeeld dat u voortaan zou vrijgesteld worden van de verplichting elk jaar een aangifteformulier in te vullen.

U had einde maart 1996 een "VOORSTEL VAN AANSLAG" moeten ontvangen.

Er is, helaas, gebleken dat de gegevens die u betreffen en die de administratie op een geautomatiseerde wijze kan verzamelen, onvolledig zijn. Het is dus onmogelijk u een geldig voorstel van aanslag toe te zenden.

Derhalve is de administratie tot haar spijt genoodzaakt u te verzoeken bijgaand aangifteformulier voor het aanslagjaar 1995 (inkomsten 1994) in te vullen en het in uitvoering van artikel 308 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 binnen de op het formulier aangegeven termijn te willen terugzenden naar de hierboven vermelde taxatiedienst.

Over enkele weken zult u een aangifte voor het aanslagjaar 1996 (inkomsten van 1995) ontvangen.

Indien u problemen moest ondervinden bij het invullen van deze aangiften kunt u steeds terecht op bovenstaand adres of telefoonnummer.

Hoogachtend,

De Hoofdcontroleur,

D. VERKLARENDE BRIEF WAARIN DE BELASTINGPLICHTIGE WORDT MEEGEDEELD DAT DE TOEPASSING VAN HET GEAUTOMATISEERDE SYSTEEM IS OPGESCHORT (AJ. 1996)

Nummer 306/49

Mevrouw, Mijnheer,

U werd er schriftelijk van op de hoogte gebracht dat U voortaan vrijgesteld zou zijn van de verplichting elk jaar een aangifte in de personenbelasting in te dienen.

Deze aangifte zou vervangen worden door een voorstel van aanslag dat de fiscale gegevens overneemt die U betreffen en die de administratie op een geautomatiseerde wijze kan inzamelen.

Dit geautomatiseerd systeem dat bestemd was om tot de overgrote meerderheid van de belastingplichtigen te worden uitgebreid, was voorzien enerzijds om U de moeite te besparen elk jaar een aangifte in te dienen en anderzijds om het werk van de administratie te verlichten, zodat ze zich zou kunnen wijden aan de beteugeling van de fiscale fraude.

Het volledig succes van het systeem hing af van de mogelijkheid om het grootste deel van de inlichtingen op een geautomatiseerde wijze te verkrijgen, met als voorafgaande eis de veralgemening van het gebruik van het nationaal nummer. Verscheidene hinderpalen belemmeren echter de administratie over alle gegevens te beschikken en dus de belasting op een correcte wijze te vestigen.

Daarom acht de administratie het, tot haar spijt, verkieslijk de toepassing van dit geautomatiseerd systeem op te schorten, eerder dan verder voorstellen van aanslag op te maken waarvan een te groot deel onjuist is en die bijkomende handelingen voor de belastingplichtigen en bijkomend werk voor de administratie berokkenen.

Het systeem zal worden hernomen van zodra de hinderpalen, die vooral van wetgevende aard zijn, uit de weg zullen geruimd zijn.

Ik zie mij dan ook verplicht U te verzoeken, voor het aanslagjaar 1996, inkomsten van 1995, bijgevoegde aangifte in te vullen en ze terug te zenden naar de taxatiedienst binnen de erop vermelde termijn.

Over enkele maanden zult U eveneens een aangifte ontvangen voor het aanslagjaar 1997, inkomsten van 1996.

Indien U problemen moest ondervinden bij het invullen van deze aangiften, kunt U zich steeds wenden tot de taxatiedienst waarvan het adres en het telefoonnummer op de aangifte voorkomen.

Hoogachtend,

De Hoofdcontroleur,

[art. 306 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen : § 1. Volgens de regels en onder de

voorwaarden die Hij bepaalt, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, bepaalde categorieën van belastingplichtigen vrijstellen van de in art. 305 vermelde aangifteplicht in de

personenbelasting. Die belastingplichtigen zijn niettemin verplicht een aangifte te doen wanneer hen dat uitdrukkelijk gevraagd wordt door een daartoe gemachtigd ambtenaar van de Administratie der directe belastingen. § 2. ...]