Commentaar van art. 445, WIB 92

Onderafdeling II - Administratieve boeten

N.B. : Wat de in art. 402, 3e lid, WIB 92, (registratie als aannemer) bedoelde administratieve boete betreft, zie commentaar op dat artikel.

Art. 445, WIB 92

I. WETTEKST

445/0

II. ALGEMEEN

445/1

III. AMBTENAAR GEMACHTIGD OM EEN BOETE OP TE LEGGEN

445/2-3

IV. MET EEN ADMINISTRATIEVE GELDBOETE STRAFBARE OVERTREDINGEN

445/4

V. SAMENVOEGING VAN ADMINISTRATIEVE BOETE EN ANDERE SANCTIES

445/5-6

VI. TABEL VAN DE ADMINISTRATIEVE GELDBOETEN

445/7-8

VII. TOEPASSING VAN DE TABEL

445/9-10

VIII. BERICHT AAN DE OVERTREDER TOE TE ZENDEN VOOR HET INKOHIEREN VAN DE GELDBOETE

445/11

IX. RECHTVAARDIGENDE NOTA IN HET DOSSIER VAN DE OVERTREDER

445/12

X. INVORDERING VAN DE GELDBOETE

445/13

XI. BEZWAAR EN BEROEP

445/14

XII. KWIJTSCHELDING OF VERMINDERING VAN GELDBOETEN DOOR DE MINISTER VAN FINANCIEN

445/15

I. WETTEKST

Nummer 445/0

Art. 445. - De door de gewestelijk directeur gemachtigde ambtenaar kan een geldboete van 200 tot 10.000 frank opleggen voor iedere overtreding van de bepalingen van dit Wetboek, evenals van de ter uitvoering ervan genomen besluiten.

Deze geldboete wordt ingevorderd volgens de regelen die van toepassing zijn inzake personenbelasting.

De Minister van Financiën of zijn gemachtigde doet uitspraak over de verzoekschriften welke de kwijtschelding van de fiscale boeten tot voorwerp hebben.

II. ALGEMEEN

Nummer 445/1

Het doel van deze bepaling wordt in de memorie van toelichting van het ontwerp dat de W 20.11.1962 (HIB) is geworden, als volgt omschreven (Kamer, doc. 264-1, blz. 114) :

Inzake administratieve sancties kent de wetgeving betreffende de inkomstenbelastingen slechts belastingverhogingen; in tegenstelling met de meeste andere belastingwetten kent zij geen administratieve boeten.

Nochtans moet de administratie in staat zijn de menigvuldige verplichtingen te doen naleven die de fiscale wetten aan de belastingplichtigen en aan derden opleggen. Zij moet kunnen reageren tegen het lijdelijk verzet, de nalatigheid, de slechte wil van haar schuldenaars. De materiële overtreding moet gestraft kunnen worden (zie Sancties - Algemeen, nr. 3).

III. AMBTENAAR GEMACHTIGD OM EEN BOETE OP TE LEGGEN

Nummer 445/2

Ten einde het optreden van andere ambtenaren dan Hfd.crs. in de toepassing van art. 445, WIB 92, zoveel mogelijk uit te schakelen, mogen de Gew.dir. alleen de Hfd.crs. machtigen de bij die wetsbepaling ingevoerde geldboete op te leggen.

Die machtiging moet schriftelijk worden gegeven, maar moet niet nominatief zijn. Ze blijft dus geldig ingeval een controle van titularis verandert of de titularis door een andere ambtenaar wordt vervangen.

De leiders van de Documentatiecentra - BV zijn echter eveneens bevoegd om administratieve boeten op te leggen wegens overtredingen inzake de aan de werkgevers opgelegde verplichtingen.

Nummer 445/3

De Hfd.cr. is bevoegd overtredingen te bestraffen die zijn begaan door belastingplichtigen of derden die in zijn ambtsgebied wonen, verblijven, gevestigd of belastbaar zijn, zelfs indien de overtreding niet door hemzelf is vastgesteld.

IV. MET EEN ADMINISTRATIEVE GELDBOETE STRAFBARE OVERTREDINGEN

Nummer 445/4

In beginsel kan het niet-naleven van enigerlei verplichting opgelegd door het WIB of door de in uitvoering ervan genomen besluiten, krachtens art. 445, WIB 92, met een geldboete worden gestraft.

De onderstaande tabel bevat de voornaamste overtredingen die kunnen worden bestraft :

1° Verplichtingen inzake OV.

Overtreding van de bepalingen van de art. 473 tot 475, WIB 92 (overtredingen vastgesteld door de ambtenaren van de administratie van het kadaster).

2° Verplichtingen inzake RV.

Overtreding van de bepalingen van :

- art. 261, WIB 92 (inhouding van de RV op inkomsten van roerende waarden);

- art. 263, lid 1, WIB 92, en van de art. 79, 81 en 82, KB/WIB (controlemaatregelen inzake roerende inkomsten van buitenlandse oorsprong);

- art. 266, WIB 92, en art. 97, §§ 3, 4 en 5, KB/WIB (controlemaatregelen inzake verzaking van de inning van RV);

- art. 312, WIB 92, en art. 100, KB/WIB (aangifte en tot bewijs strekkend uittreksel).

3° Verplichtingen inzake bij de bron verschuldigde BV.

Overtreding van de bepalingen van :

- art. 250, WIB 92 (storting van de BV);

- art. 312, WIB 92 n de art. 116 tot 119, KB/WIB (aangifte van de belastbare inkomsten en van de verschuldigde BV; indienen van samenvattende opgaven en van individuele bezoldigingsfiches).

4° Verplichtingen inzake jaarlijkse aangifte van de belastbare inkomsten.

Overtreding van de bepalingen van de art. 305, 307, 308 en 309, WIB 92.

5° Verplichtingen wat het houden van boeken en het gebruik van bepaalde bescheiden betreft.

Overtreding van de bepalingen van de art. 320 en 321, WIB 92 en van de MB 4.2.1971 (V 1321 - Bull. 484), 12.3.1976 (V 1414 - Bull. 542), 12.3.1976 (V 1415 - Bull. 542), 27.8.1976 (V 1434 - Bull. 546), 6.11.1976 (V 1438 - Bull. 547), 15.3.1985 (V 1768 - Bull. 639), 15.3.1985 (V 1769 - Bull. 639), 15.3.1985 (V 1770 - Bull. 639), 15.3.1985 (V 1771 - Bull. 639), 3.7.1985 (V 1801 - Bull. 644) en 30.6.1986 (V 1848 - Bull. 653), (uitreiking van ontvangstbewijzen, houden van een dagboek, enz.).

6° Verplichtingen om de juiste heffing van de belasting te verzekeren.

Overtreding van de bepalingen van :

- art. 57 tot 59, WIB 92 (bewijs van sommige kosten);

- art. 315, WIB 92 (voorlegging van boeken, bescheiden, registers);

- art. 316, WIB 92 (door de belastingplichtigen te verstrekken inlichtingen);

- art. 319, WIB 92 (recht van toegang tot de beroepslokalen);

- de art. 322 en 323, WIB 92 (door derden te verstrekken inlichtingen);

- de art. 325, WIB 92 (weigering te getuigen).

7° Verplichtingen inzake betaling van de RV en BV.

Overtreding van de bepalingen van art. 412, WIB 92 (er mag slechts worden beschouwd dat een overtreding is begaan indien de verschuldigde voorheffing niet wordt betaald ondanks het aandringen van de ontvanger).

8° Verplichting een zakelijke zekerheid of een persoonlijke borgstelling te verstrekken.

Overtreding van de bepalingen van de art. 420 en 421, WIB 92, en van de art. 228 tot 236, KB/WIB.

V. SAMENVOEGING VAN ADMINISTRATIEVE BOETE EN ANDERE SANCTIES

Nummer 445/5

Voor een overtreding die op voldoende wijze door middel van een belastingverhoging kan worden bestraft, dient geen geldboete te worden opgelegd. Er mag worden beschouwd dat de belastingverhoging een voldoende sanctie is indien het bedrag ervan duidelijk hoger is dan dat van de in 445/7 en 8 bepaalde boete (zie 444/41).

Bijzondere bepaling inzake BV en RV :

Voor overtredingen inzake aan de bron verschuldigde BV of RV wordt alleen toepassing gemaakt van geldboeten.

Nummer 445/6

Ook kunnen al de overtredingen van de bepalingen van het WIB 92 die enerzijds met een administratieve boete kunnen worden bestraft op grond van art. 445, WIB 92, anderzijds strafrechtelijk worden vervolgd op grond van art. 449, WIB 92, wanneer ze zijn begaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden.

Er bestaat geen onverenigbaarheid tussen beide sancties, derwijze dat, in dit geval, de administratieve boete kan worden toegepast zonder dat men zich moet bekommeren om het feit dat al dan niet aangifte aan het Parket zal worden gedaan, noch om het gevolg dat zal gehecht worden aan een eventuele aangifte.

VI. TABEL VAN DE ADMINISTRATIEVE GELDBOETEN

1° Overtredingen, niet zijnde overtredingen inzake aangifte en betaling van aan de bron verschuldigde RV of BV.

Nummer 445/7

- Overtredingen niet toe te schrijven aan kwade trouw of aan het opzet de belasting te ontduiken :

1e overtreding : nihil

2e overtreding : 200 F

3e overtreding : 500 F

Volgende overtredingen : 1.000 F

- Overtredingen toe te schrijven aan kwade trouw of aan het opzet de belasting te ontduiken (daaronder begrepen het indienen van vrijwillig onvolledige of onjuiste aangiften) :

1e overtreding : 1.000 F

2e overtreding : 2.000 F

Volgende overtredingen : 10.000 F

2° Overtredingen inzake aangifte en betaling van aan de bron verschuldigde RV of BV.

Nummer 445/8

1e overtreding : nihil

2e overtreding : 500 F

3e overtreding : 1.000 F

4e overtreding : 2.000 F

5e overtreding : 5.000 F

6e en volgende : 10.000 F

VII. TOEPASSING VAN DE TABEL

Nummer 445/9

Om te beoordelen of een overtreding is begaan met of zonder kwade trouw of met het opzet de belasting te ontduiken, dienen dezelfde regels te worden toegepast als zijn vastgesteld met betrekking tot de belastingverhogingen (zie 444/20, 21, 23 en 24).

Het spreekt vanzelf dat wanneer de overtreding te wijten is aan omstandigheden die onafhankelijk zijn van de wil van de belastingplichtige, geval dat afzonderlijk wordt behandeld wat betreft de verhogingen (zie 444/2), er geen sprake kan van zijn noch van kwade trouw, noch van opzet de belasting te ontduiken.

Nummer 445/10

Om de rang van de overtreding te bepalen, moeten de volgende regels in acht worden genomen :

1. Men moet niet al de overtredingen die door een zelfde natuurlijke of rechtspersoon zijn begaan, in aanmerking nemen, maar alleen die welke onder een zelfde littera kunnen worden ingedeeld en niet voldoende met een belastingverhoging kunnen worden bestraft.

2. De vorige overtredingen moeten niet in aanmerking worden genomen wanneer voor de laatste vier aj. of, inzake voorheffingen de laatste vier vervaldagen (wat de periodiciteit van die vervaldagen inzake BV betreft, zie commentaar van art. 417, lid 2, WIB 92), geen enkele overtreding van dezelfde aard is bestraft.

3. Wanneer de vorige overtreding met een boete is bestraft, kan een tweede of een volgende overtreding slechts aanwezig worden geacht, indien de belastingplichtige de nieuwe overtreding begaat nadat hij op de voorgeschreven wijze (zie 445/11) kennis ervan heeft gekregen dat te zijnen laste een vroegere overtreding (van dezelfde soort, enz., zie nr. 1) is vastgesteld.

VIII. BERICHT AAN DE OVERTREDER TOE TE ZENDEN VOOR HET INKOHIEREN VAN DE GELDBOETE

Nummer 445/11

Alvorens een administratieve geldboete in te kohieren, geeft de Hfd.cr. persoonlijk de overtreder bij ter post aangetekende brief kennis van de aard van de overtreding en van het bedrag van de geldboete welke hij van zins is op te leggen. Hij verleent de betrokkene tevens de mogelijkheid binnen een maand schriftelijk opmerkingen te maken of rechtvaardigingen te doen gelden.

Met dit doel gebruikt hij een drukwerk nr. 279 F2, met dien verstande echter dat die kennisgeving eventueel in een bericht van wijziging van aangifte, in een bericht van aanslag van ambtswege, enz., mag worden opgenomen.

Het antwoord van de overtreder wordt bij de in 445/12 bedoelde nota gevoegd.

De Hfd.cr. mag van de voorgenomen bestraffing afzien indien de verstrekte rechtvaardigingen aannemelijk voorkomen : hij noteert zijn beslissing onderaan het afschrift van de tot de overtreder gerichte kennisgeving.

Bijzondere bepalingen inzake BV :

Voor de overtredingen van de wettelijke bepalingen inzake aangifte en betaling van de BV dient er geen bericht 279 F2 te worden verzonden. De kennisgeving van de overtreding geschiedt door vermelding ervan op de aanmaning die aan de belastingplichtige toegestuurd wordt. De rangorde van de overtreding wordt met verwijzing naar de wettelijke bepalingen op het aanslagbiljet vermeld.

IX. RECHTVAARDIGENDE NOTA IN HET DOSSIER VAN DE OVERTREDER

Nummer 445/12

De aard van de overtreding (geschonden bepaling), de omstandigheden waarin ze werd begaan en alle andere nuttige gegevens moeten in een gedagtekende en ondertekende nota worden uiteengezet. Met dit doel wordt een drukwerk nr. 279 F1 gebruikt.

Aan die nota worden eventueel de stukken toegevoegd waaruit het bewijs van de overtreding kan blijken (afschrift van de niet-beantwoorde vragenlijst en van alle andere zonder gevolg gebleven vragen, zoals mondelinge vragen om inlichtingen, vragen om voorlegging zonder verplaatsing van de boeken en bescheiden, enz.), alsmede een afschrift van de in 445/11 bedoelde kennisgeving, het eventuele antwoord van de overtreder en de bewijzen van het aangetekend verzenden van de brieven.

De bedoelde nota dient met zorg te worden opgesteld daar ze, ingeval een bezwaarschrift tegen het bedrag van de boete of een verzoekschrift tot kwijtschelding ervan wordt ingediend een essentieel stuk van het aan te leggen dossier zal zijn.

Ze wordt opgemaakt door de ambtenaar of beambte die de overtreding heeft vastgesteld en toegezonden aan de Hfd.cr. die gemachtigd is de geldboete op te leggen (zie 445/2 en 3).

Aldus, wanneer een Insp. door een collega wordt verzocht een derde te horen, dient de eerstbedoelde ambtenaar, in geval van niet verschijnen of van weigeren van getuigenis, de bedoelde nota op te stellen en ze aan de Hfd.cr. over de woonplaats van die derde toe te zenden.

Voor de overtredingen inzake aangifte en betaling van de aan de bron verschuldigde BV moet evenwel geen nota 279 F1 worden opgemaakt daar het in het dossier van de belastingplichtige geplaatste origineel van het bericht 277 N deze vervangt.

X. INVORDERING VAN DE GELDBOETE

Nummer 445/13

De in lid 2 van art. 445, WIB 92, opgenomen bepaling dat de geldboete wordt ingevorderd volgens de regelen van toepassing inzake PB impliceert dat :

1° de geldboete, ongeacht of ze door een natuurlijke of een rechtspersoon verschuldigd is, in een kohier moet worden opgenomen;

2° een uittreksel hieruit aan de overtreder moet worden toegezonden;

3° de geldboete betaalbaar is binnen twee maanden na de toezending van bedoeld uittreksel;

4° de aanslagtermijnen, bepaald in de art. 353 (gewone termijn), 354 en 358 (bijzondere termijn), WIB 92, van toepassing zijn.

Het jaar waarin de overtreding is begaan, bepaalt het aj. waarvoor de geldboete verschuldigd is en bijgevolg de aanvang van de aanslagtermijn.

De administratieve boeten met betrekking tot andere overtredingen dan inzake aangifte en betaling van de aan de bron verschuldigde BV, worden opgenomen in kohieren 239 U die ten laatste de 20e van iedere maand, door de Hfd.cr. worden opgemaakt. Voor de aanslagbiljetten worden de drukwerken nr. 242 U gebruikt.

Daarentegen moeten voor boeten, betreffende overtredingen inzake aangifte en betaling van de aan de bron verschuldigde BV berekeningsnota's 280.2, kohieren 239.2 en aanslagbiljetten 242.2 worden gebruikt, ongeacht of de inkohiering al dan niet gelijktijdig op een boete en op BV betrekking heeft.

XI. BEZWAAR EN BEROEP

Nummer 445/14

Ingevolge art. 366, WIB 92, kan de belastingplichtige bij de bevoegde directeur der belastingen bezwaar indienen tegen de op zijn naam gevestigde geldboete.

In dat bezwaarschrift kan de betrokkene grieven aanvoeren niet alleen betreffende de wettelijkheid van de toepassing van de boete maar eveneens met betrekking tot de opportuniteit in het bedrag ervan.

Tegen de beslissing van de directeur of van de door hem gedelegeerde ambtenaar, waarin uitspraak wordt gedaan over dat bezwaarschrift, kan men een voorziening in beroep indienen op grond van art. 377, WIB 92.

XII. KWIJTSCHELDING OF VERMINDERING VAN GELDBOETEN DOOR DE MINISTER VAN FINANCIEN

Nummer 445/15

Het 3e lid van art. 445, WIB 92, bepaalt uitdrukkelijk dat de Minister van Financiën of zijn gemachtigde uitspraak doet over de verzoekschriften tot kwijtschelding van fiscale boeten.

Voor het onderzoek van de verzoekschriften tot kwijtschelding van administratieve boeten, gelden dezelfde voorschriften als inzake verzoekschriften tot kwijtschelding van belastingverhogingen (zie 444/37 en 38).