Artikel 116bis, KB/WIB 92

Art. 116bis is van toepassing op inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld in uitvoering van de zakelijke-zekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten, afgesloten vanaf 01.02.2005 (art. 18, KB 20.01.2005 - B.S. 01.02.2005; Numac: 2005003037)

Van de inning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot de in artikel 261, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde inkomsten, waarvan de verkrijgers deel uitmaken van een van de volgende categorieën:

1° binnenlandse vennootschappen;

2° onverminderd de toepassing van artikel 262, 1° en 5° van hetzelfde Wetboek, de in artikel 2, § 3, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen bedoelde instellingen, verenigingen of ondernemingen, andere dan deze vermeld in 1° en 3°;

3° de in artikel 105, 2° vermelde parastatale instellingen voor sociale zekerheid of ermede gelijkgestelde instellingen;

4° de in artikel 105, 5°, vermelde spaarders niet-inwoners;

5° de in artikel 115 vermelde beleggingsfondsen;

6° de in artikel 227, 2° van hetzelfde Wetboek vermelde belastingplichtigen, die volgens artikel 233 van hetzelfde Wetboek aan de belasting van niet-inwoners onderworpen zijn en die de rentegevende kapitalen voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid gebruiken;

7° collectieve beleggingsinstellingen naar buitenlands recht die een onverdeeld vermogen zijn dat wordt beheerd door een beheersvennootschap voor rekening van deelnemers, wanneer hun aandelen in België niet openbaar worden uitgegeven en niet in België worden verhandeld.