Artikel 118, KB/WIB 92
Art. 118 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 97bis, KB/WIB; KB 27.08.1993 - B.S. 13.09.1993; Numac: 1993082751)
§ 1. Met betrekking tot obligaties, kasbons of andere soortgelijke effecten van Belgische oorsprong, wordt van de inning van de roerende voorheffing volledig afgezien onder de volgende voorwaarden:
1° voor inkomsten vermeld in artikel 107, § 2, 5°, b:
- de schuldenaar van de inkomsten moet in het bezit worden gesteld van het in artikel 117, § 6, vermelde attest;
- de verkrijger van de inkomsten moet eigenaar of vruchtgebruiker van de rentegevende effecten zijn geweest gedurende het gehele tijdperk waarop die inkomsten betrekking hebben;
- de rentegevende effecten moeten gedurende datzelfde gehele tijdperk bij de uitgever op naam zijn ingeschreven;
2° voor inkomsten vermeld in artikel 107, § 2, 8°, a:
- de in artikel 117, § 11, vermelde voorwaarden tot identificatie van de verkrijger van de inkomsten zijn nageleefd;
- de verkrijger van de inkomsten moet eigenaar of vruchtgebruiker van de rentegevende effecten zijn geweest gedurende het gehele tijdperk waarop die inkomsten betrekking hebben;
- de rentegevende effecten moeten gedurende datzelfde gehele tijdperk bij de uitgever op naam zijn ingeschreven;
3° voor inkomsten vermeld in de artikelen 107, § 2, 8°, b en 113, § 2, 1°:
- de in artikel 117, § 11, vermelde voorwaarden tot identificatie van de verkrijger van de inkomsten zijn nageleefd;
- de verkrijger van de inkomsten moet eigenaar of vruchtgebruiker van de rentegevende effecten zijn geweest gedurende het gehele tijdperk waarop die inkomsten betrekking hebben;
- de rentegevende effecten moeten gedurende datzelfde gehele tijdperk ofwel bij de uitgever op naam zijn ingeschreven ofwel aan toonder zijn en in België in open bewaring gegeven zijn bij een bank, bij een openbare kredietinstelling of bij een spaarkas die aan de controle van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen is onderworpen;
4° voor inkomsten vermeld in artikel 115, § 1:
- de schuldenaar van de roerende voorheffing moet in het bezit worden gesteld van het in artikel 117, § 7, vermelde attest;
- de rentegevende effecten moeten gedurende het gehele tijdperk waarop de inkomsten betrekking hebben in de beleggingen van het beleggingsfonds begrepen zijn;
- de rentegevende effecten moeten gedurende datzelfde gehele tijdperk ofwel bij de uitgever op naam zijn ingeschreven, ofwel aan toonder zijn en in België in open bewaring gegeven zijn bij een in artikel 124, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde instelling, onderneming of beursvennootschap;
5° voor inkomsten vermeld in artikel 115, § 2:
- de schuldenaar van de roerende voorheffing moet in het bezit worden gesteld van het in artikel 117, § 8, vermelde attest;
- de rentegevende effecten moeten gedurende het gehele tijdperk waarop de inkomsten betrekking hebben in de activa van dezelfde individuele spaarrekening begrepen zijn;
- de rentegevende effecten moeten gedurende datzelfde gehele tijdperk ofwel bij de uitgever op naam zijn ingeschreven, ofwel aan toonder zijn en in België in open bewaring gegeven zijn bij een in artikel 124, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde instelling, onderneming of beursvennootschap;
6° voor inkomsten vermeld in artikel 116:
- de schuldenaar van de roerende voorheffing moet in het bezit worden gesteld van het in artikel 117, § 9, vermelde attest;
- de verkrijger van de inkomsten moet eigenaar van de rentegevende effecten zijn geweest gedurende het gehele tijdperk waarop die inkomsten betrekking hebben;
- de rentegevende effecten moeten gedurende datzelfde gehele tijdperk ofwel bij de uitgever op naam zijn ingeschreven ofwel aan toonder zijn en in België in open bewaring zijn gegeven bij een bank, een openbare kredietinstelling of een spaarkas die aan de controle van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen is onderworpen.
§ 2. Met betrekking tot niet in § 1, 3° tot 6°, vermelde effecten aan toonder, kunnen parastatale instellingen voor sociale zekerheid of ermede gelijkgestelde instellingen, beleggingsfondsen, houders van een individuele spaarrekening of beleggingsvennootschappen vermeld in de artikelen 114 en 118 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, overeenkomstig artikel 119 teruggave verkrijgen van de bij de bron geïnde roerende voorheffing op de desbetreffende inkomsten.
