Artikel 139, KB/WIB 92 -opgeheven
Art. 139, § 1, tweede lid, is van toepassing vanaf 22.12.2011 (art. 11, KB 05.12.2011 - B.S. 12.12.2011; Numac: 2011003415)
§ 1. Inkomstenbelastingen en voorheffingen moeten worden betaald:
- ofwel door storting of overschrijving op de postrekening van de ontvanger;
- ofwel met een postwissel ten gunste van de ontvanger;
- ofwel met een gecertificeerde of gewaarborgde vooraf gekruiste cheque, ten gunste van de ontvanger getrokken op een financiële instelling die aangesloten of vertegenwoordigd is bij een verrekenkamer van het land;
- ofwel door een elektronische betaling met een debetkaart verricht aan een betaalterminal in het ontvangkantoor.
Onder debetkaart dient te worden verstaan de door een financiële instelling uitgegeven plastic kaart die het, aan de hand van de gegevens op de magneetstrip, mogelijk maakt via elektronische weg een betalingsverrichting ten gunste van een postrekening van de Federale Overheidsdienst Financiën uit te voeren.
De Minister van Financiën of zijn gedelegeerde kan, in bijzondere omstandigheden, andere wijzen van betaling toestaan.
§ 2. De belastingschuldige moet op het betaalformulier de aard van de gekweten belasting of voorheffing vermelden en, voor ingekohierde belastingen of voorheffingen, ook de gemeente en het kohierartikel.
§ 3. Behoudens tegenbewijs gelden als bewijs van betaling:
- voor stortingen of postwissels, de door de Post gedagtekende ontvangstbewijzen;
- voor overschrijvingen, cheques en elektronische betalingen met een debetkaart verricht aan een betaalterminal in het ontvangkantoor, de rekeninguittreksels en erbij horende stukken.
