Artikel 63^11, KB/WIB 92
Art. 63^11 is van toepassing vanaf 23.04.2010 (art. 5, KB 06.04.2010 - B.S. 13.04.2010; Numac: 2010003220; bekrachtigd met ingang van 23.04.2010 bij art. 58, 4°, W 14.04.2011 - B.S. 06.05.2011)
§ 1. De in artikel 145^24, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 opgesomde uitgaven, worden slechts in aanmerking genomen voor de in dat artikel vermelde belastingvermindering indien de daarmee verband houdende werken voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° de werken die aan de basis liggen van de uitgaven bedoeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 1° tot 6°, van hetzelfde Wetboek, moeten worden uitgevoerd door een persoon die op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst voor de uit te voeren werken als aannemer geregistreerd is overeenkomstig artikel 401 van het genoemde Wetboek of op grond van een overeenkomstige bepaling die van kracht is in de Lidstaat van de Europese Unie waar deze persoon is gevestigd.
Wat de vervanging van oude stookketels betreft, komen enkel de volgende types van installatie in aanmerking:
- condenserende ketel;
- stookketel op hout;
- installatie met warmtepomp;
- installatie met een systeem van microwarmte-krachtkoppeling.
De hiervoren bedoelde aannemer waarborgt bovendien de gelijkvormigheid van de werken op de grondslag van de elementen die in bijlage IIbis zijn opgenomen.
Te dien einde moet de door de geregistreerde aannemer uitgereikte factuur of de bijlage ervan:
a) de woning aangeven waar de werken worden uitgevoerd;
b) desnoods, de verdeling van de kosten van de werken volgens hun aard opgeven tussen:
- de werken die zijn vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 1° tot 3°bis, van het genoemde Wetboek;
- de werken die zijn vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 4° tot 6°, van hetzelfde Wetboek en
- de andere werken;
c) de volgende formule bevatten:
"Verklaring met toepassing van artikel 63^11 van het KB/WIB 92 betreffende de uitgevoerde werken die zijn bedoeld in artikel 145^24, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Ik, ondergetekende .........., bevestig dat:
- .......... (per maatregel de vermeldingen overnemen die worden opgelegd door bijlage IIbis van het KB/WIB 92)
- ..........
.......... (datum)
.......... (naam)
.......... (handtekening).";
2° de werkzaamheden die aan de basis liggen van de uitgaven voor een energie-audit van de woning bedoeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 7°, van hetzelfde Wetboek, moeten worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke wetgeving.
§ 2. De belastingplichtige die het voordeel vermeld in artikel 145^24, § 1 van het genoemde Wetboek aanvraagt, moet de volgende documenten ter beschikking van de Federale Overheidsdienst Financiën houden:
- de facturen betreffende de werken die aan de basis liggen van de uitgaven die zijn vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek;
- het betalingsbewijs van de bedragen die voorkomen op die facturen.
§ 3. De in artikel 145^24, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde verminderingen worden per belastbaar tijdperk en per woning aangerekend in de hierna vermelde volgorde:
1° de in artikel 145^24, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde verhoging van de verminderingen;
2° het in artikel 145^24, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde basisbedrag van de verminderingen.
De in het eerste lid, 1° bedoelde verhoging wordt op de voor die verhoging in aanmerking komende verminderingen aangerekend in de hierna vermelde volgorde:
1° de verminderingen die niet naar een volgend belastbaar tijdperk kunnen worden overgedragen;
2° de verminderingen die van vorige belastbare tijdperken zijn overgedragen, te beginnen met de oudste;
3° de verminderingen voor de uitgaven gedaan tijdens het belastbaar tijdperk die naar volgende belastbare tijdperken kunnen worden overgedragen.
Binnen elk van de in het tweede lid, 2° en 3°, bedoelde groepen worden de verminderingen aangerekend in de hierna vermelde volgorde:
1° de vermindering voor de uitgaven vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek;
2° de vermindering voor de uitgaven vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek.
Het in het eerste lid, 2°, bedoelde basisbedrag wordt aangerekend in de hierna vermelde volgorde:
1° de verminderingen die niet naar een volgend belastbaar tijdperk kunnen worden overgedragen;
2° de verminderingen die van vorige belastbare tijdperken zijn overgedragen, te beginnen met de oudste;
3° de verminderingen voor de uitgaven gedaan tijdens het belastbaar tijdperk die naar volgende belastbare tijdperken kunnen worden overgedragen.
Binnen elk van de in het vierde lid bedoelde groepen worden de verminderingen aangerekend in de hierna vermelde volgorde:
1° de verminderingen die voor de belastingplichtige in aanmerking kunnen komen voor de omzetting in een belastingkrediet als bedoeld in artikel 156bis, eerste lid, 2° van hetzelfde Wetboek;
2° de verminderingen die niet in aanmerking komen voor de in artikel 145^24, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde verhoging, noch voor de belastingplichtige in aanmerking kunnen komen voor de omzetting in een belastingkrediet als bedoeld in artikel 156bis, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek;
3° de verminderingen die in aanmerking komen voor de in artikel 145^24, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde verhoging.
De in het vijfde lid, 3° bedoelde verminderingen worden aangerekend in de hierna vermelde volgorde:
1° de vermindering voor de uitgaven vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek;
2° de vermindering voor de uitgaven vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek.
