Artikel 63^11, KB/WIB 92
Art. 63^11, § 3, tweede lid, 3° en derde lid, 3°, wordt opgeheven vanaf aanslagjaar 2014. Art. 63^11, § 3, vierde lid, 1° en 2°, is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014 (art. 3 en 19, KB 30.09.2014 - B.S. 09.10.2014; Numac: 2014003391)
§ 1. De in artikel 145^24, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde uitgaven worden slechts in aanmerking genomen voor de in dat artikel vermelde belastingvermindering indien de daarmee verband houdende werken voldoen aan de volgende voorwaarden:
A. Uitgaven bedoeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 1° tot 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
1° de dienstverrichtingen die aan de basis liggen van de uitgaven worden verstrekt en gefactureerd aan de belastingplichtige;
2° wat de vervanging van oude stookketels betreft, komen enkel de volgende types van installatie in aanmerking:
- condenserende ketel;
- stookketel op hout;
- installatie met warmtepomp;
- installatie met een systeem van microwarmtekracht-koppeling;
3° de aannemer waarborgt de gelijkvormigheid van de werken op grond van de elementen die zijn opgenomen in bijlage IIbis;
4° de door de aannemer uitgereikte factuur of de bijlage ervan moet:
a) de woning aangeven waar de werken worden uitgevoerd;
b) voor werken als bedoeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 2° tot 3°bis, van het genoemde Wetboek, de datum van de aanvang van die werken vermelden;
c) desnoods, de verdeling van de kosten van de werken opgeven tussen:
- de werken die zijn vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 1° tot 6°, van het genoemde Wetboek en
- de andere werken;
d) de volgende formule bevatten:
"Verklaring met toepassing van artikel 63^11 van het KB/WIB 92 betreffende de uitgevoerde werken die zijn bedoeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 1° tot 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Ik, ondergetekende .........., bevestig dat:
- .......... (per maatregel de vermeldingen overnemen die worden opgelegd door bijlage IIbis van het KB/WIB 92);
- de werken zijn uitgevoerd in een woning die, volgens de informatie verstrekt door (naam van de personen vermeld op de factuur), sedert ten minste vijf jaar in gebruik is genomen als woning op (datum van de aanvang van de werken). (verplicht op te nemen vermelding indien werken als vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 1° en 4° tot 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn uitgevoerd)
(datum)
(naam)
(handtekening)";
B. Uitgaven voor een energie-audit
1° de energie-audit van de woning als bedoeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 7°, van het genoemde Wetboek, wordt uitgevoerd overeenkomstig de geldende gewestelijke wetgeving;
2° de factuur voor de energie-audit of de bijlage ervan moet:
a) de woning aangeven waarvoor de energie-audit wordt uitgevoerd;
b) de volgende formule bevatten:
"Verklaring met toepassing van artikel 63^11 van het KB/WIB 92 betreffende de energie-audit
Ik, ondergetekende .........., bevestig dat:
- de energie-audit is uitgevoerd overeenkomstig de geldende gewestelijke wetgeving;
- de energie-audit is uitgevoerd voor een woning die, volgens de informatie verstrekt door (naam van de vermeld op de factuur), sedert ten minste vijf jaar in gebruik is genomen als woning op (datum van de audit).
(datum)
(naam)
(handtekening)."
§ 2. De belastingplichtige die het voordeel vermeld in artikel 145^24, § 1, van het genoemde Wetboek aanvraagt, moet de volgende documenten ter beschikking van de Federale Overheidsdienst Financiën houden:
- de facturen betreffende de werken die aan de basis liggen van de uitgaven die zijn vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek;
- het betalingsbewijs van de bedragen die voorkomen op die facturen;
- desgevallend, de documenten die aantonen dat de woning bij het begin van de werken waarmee de uitgaven verband houden, ten minste vijf jaar in gebruik is genomen als woning.
Wanneer op een factuur werken van verschillende aard zijn opgenomen, moet de belastingplichtige eveneens een door de aannemer uitgereikt document ter beschikking houden van de administratie dat toelaat de kosten van die werken als volgt te verdelen:
- de werken die zijn vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 1° en 4° tot 6°, van het genoemde Wetboek;
- de werken die zijn vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 2° en 3°bis, van het genoemde Wetboek;
- de werken die zijn vermeld in artikel 145^24, § 1, eerste lid, 3°, van het genoemde Wetboek.
§ 3. De in artikel 145^24, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde verminderingen worden per belastbaar tijdperk en per woning aangerekend in de hierna vermelde volgorde:
1° de in artikel 145^24, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde verhoging van de verminderingen;
2° het in artikel 145^24, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde basisbedrag van de verminderingen.
De in het eerste lid, 1° bedoelde verhoging wordt op de voor die verhoging in aanmerking komende verminderingen aangerekend in de hierna vermelde volgorde:
1° de verminderingen die niet naar een volgend belastbaar tijdperk kunnen worden overgedragen;
2° de verminderingen die van vorige belastbare tijdperken zijn overgedragen, te beginnen met de oudste.
(...)
Het in het eerste lid, 2°, bedoelde basisbedrag wordt aangerekend in de hierna vermelde volgorde:
1° de verminderingen die niet naar een volgend belastbaar tijdperk kunnen worden overgedragen;
2° de verminderingen die van vorige belastbare tijdperken zijn overgedragen, te beginnen met de oudste;
(...)
Binnen elk van de in het derde lid bedoelde groepen worden de verminderingen aangerekend in de hierna vermelde volgorde:
1° de verminderingen die voor de belastingplichtige in aanmerking kunnen komen voor de omzetting in een belastingkrediet als bedoeld in artikel 156bis, eerste lid, 2° (...) van hetzelfde Wetboek;
2° de verminderingen die niet in aanmerking komen voor de in artikel 145^24, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde verhoging, noch voor de belastingplichtige in aanmerking kunnen komen voor de omzetting in een belastingkrediet als bedoeld in artikel 156bis, eerste lid, 2° (...), van hetzelfde Wetboek;
3° de verminderingen die in aanmerking komen voor de in artikel 145^24, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde verhoging.
