Artikel 74, KB/WIB 92
Art. 74 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2021 (art. 1 en 11, KB 09.12.2019 - B.S. 20.12.2019; Numac: 2019031089)
Om het aan de vennootschapsbelasting te onderwerpen resultaat vast te stellen, wordt het resultaat van het belastbare tijdperk, waarin niet zijn begrepen de krachtens het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en de belastingwetten vrijgestelde gereserveerde winst, vooraf volgens bestemming in de volgende categorieën onderverdeeld:
1° reserves;
2° verworpen uitgaven;
3° dividenden.
Voor de toepassing van het eerste lid moet worden verstaan:
1° onder "reserves", het gereserveerde resultaat, verminderd met:
a) de winst die voortvloeit uit de minderwaarden die door de schuldenaar zijn opgetekend op bestanddelen van het passief ten gevolge van de homologatie van een reorganisatieplan door de rechtbank of ten gevolge van de vaststelling door de rechtbank van een minnelijk akkoord krachtens Boek XX, titel V van het Wetboek van economisch recht, voor het aanslagjaar dat verband houdt met het belastbare tijdperk tijdens hetwelk het reorganisatieplan of het minnelijk akkoord volledig is uitgevoerd voor zover de in artikel 27/1 bedoelde voorwaarden worden nageleefd;
b) het gedeelte van de meerwaarde op de in artikel 65 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vermelde voertuigen, andere dan die vermeld in artikel 66, § 2, 1° tot 3°, van hetzelfde Wetboek, dat niet in aanmerking wordt genomen krachtens artikel 185ter van hetzelfde Wetboek;
c) de krachtens de artikelen 192 en 521 van hetzelfde Wetboek vrijgestelde meerwaarden op aandelen en de tijdens het belastbare tijdperk teruggenomen waardeverminderingen op aandelen die voorheen krachtens artikel 198, § 1, eerste lid, 7°, van hetzelfde Wetboek als verworpen uitgaven zijn belast, in zover die waardeverminderingen op het einde van dat belastbare tijdperk niet meer verantwoord zijn;
d) de opnemingen van gestort kapitaal in de zin van artikel 184 van hetzelfde Wetboek, met uitsluiting van de terugbetalingen van gestort kapitaal ter uitvoering van een regelmatige beslissing van de vennootschap overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of, indien de vennootschap niet onder dit Wetboek ressorteert, overeenkomstig het recht dat de vennootschap beheerst;
e) de winst die voortvloeit uit tijdens het belastbare tijdperk verkregen terugbetalingen van belastingen die vroeger niet als beroepskosten zijn aangenomen en de regulariseringen van geraamde belastingschulden die voorheen als verworpen uitgaven zijn belast, in zover die terugbetalingen en regulariseringen niet kunnen worden afgetrokken van de niet-aftrekbare belastingen die bij de verworpen uitgaven van het belastbare tijdperk moeten worden gevoegd;
f) de sommen die definitief werden vrijgesteld overeenkomstig artikel 194ter, 194ter/1 of 194ter/3, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
g) de sommen die overeenkomstig de artikelen 193bis, § 1 en 193ter, § 1, van hetzelfde Wetboek, zijn vrijgesteld;
h) het onder de belastingvrije winst van de inbrengende vennootschap opgenomen bedrag, naar aanleiding van een inbreng van een tak van werkzaamheid of van een algemeenheid van goederen uitgevoerd in overeenstemming met artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, dat onder de voorwaarden van artikel 192, § 2, van hetzelfde Wetboek, wordt vrijgesteld en dat zijn oorsprong vindt in een herbelegging als bedoeld in artikel 47 van hetzelfde Wetboek of in een kapitaalsubsidie als bedoeld in artikel 362 van hetzelfde Wetboek, die deel uitmaakt van die inbreng;
i) de sommen die definitief vrijgesteld zijn krachtens artikel 194quinquies, § 2, van hetzelfde Wetboek;
j) de winst ten belope van het financieringskostensurplus, vrijgesteld krachtens artikel 194sexies en 194septies, tweede streepje van hetzelfde Wetboek;
k) de winst ten belope van de vergoeding ontvangen in uitvoering van een groepsbijdrage-overeenkomst, vrijgesteld krachtens artikel 194septies, eerste streepje, van hetzelfde Wetboek;
l) de winst die voortkomt van de terugbetaling tijdens het belastbaar tijdperk van een gedeelte van het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling overeenkomstig artikel 292bis, § 1, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek;
m) het bedrag van de actualisering van de voorraad door erkende diamanthandelaars als vermeld in de wet van 26 november 2006 houdende een begeleidingsmaatregel voor een voorraadactualisering door de erkende diamanthandelaars waarvoor aan de voorwaarde van onaantastbaarheid tijdens het belastbare tijdperk niet langer is voldaan;
n) de definitief vrijgestelde sommen voor de terugneming van waardeverminderingen overeenkomstig artikel 184quinquies, tweede lid, van hetzelfde Wetboek;
o) de definitief vrijgestelde sommen voor de terugneming van waardeverminderingen die door een rechtspersoon bedoeld in artikel 3 van de wet van 29 mei 2018 tot bepaling van de voorwaarden van overgang bij de onderwerping aan de vennootschapsbelasting van havenbedrijven zijn erkend in de jaarrekening van een boekjaar dat werd afgesloten vóór het boekjaar dat betrekking heeft op het eerste aanslagjaar waarvoor de rechtspersoon onderworpen is aan de vennootschapsbelasting;
p) de winst die op basis van artikel 185, § 2, b), van hetzelfde Wetboek wordt herzien;
en verhoogd met de bedragen in mindering gebracht van de begintoestand van de reserves;
2° onder "verworpen uitgaven":
- de niet als beroepskosten aftrekbare bedragen;
- het bedrag, vóór aftrek van het vrijgestelde gedeelte, van de giften als zijn vermeld in artikel 145^33, § 1, eerste lid, 1° tot 4°, a, van hetzelfde Wetboek;
- de voorheen vrijgestelde winst die belastbaar wordt in de loop van het belastbare tijdperk, voor zover ze niet in het gereserveerde resultaat is begrepen;
3° onder "dividenden", de dividenden vermeld in artikel 18 van hetzelfde Wetboek.
