Artikel 74, KB/WIB 92

Art. 74 is van toepassing vanaf 01.05.2019 (art. 12 en 39, 1ste lid, KB 29.08.2019 - B.S. 13.09.2019; Numac: 2019014460)

[Zolang het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, overeenkomstig hoofdstuk IV, afdeling II van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen, niet van toepassing is op een vennootschap, vereniging of stichting, moet elke verwijzing naar een bepaling van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of van het koninklijk besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen die voorkomt in een van de besluiten genomen voor de uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, het Wetboek diverse rechten en taksen, het Wetboek van Successierechten, het Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, en de bijzondere wetgeving van toepassing op deze belastingen, worden gelezen, voor wat deze vennootschap, vereniging of stichting betreft, als een verwijzing naar de bepaling van het Wetboek van vennootschappen of andere bijzondere wetgeving die in zulke fiscale wetgeving voorkwam voor de inwerkingtreding van dit besluit (art. 38, KB 29.08.2019 - B.S. 13.09.2019; Numac: 2019014460]


Om het aan de vennootschapsbelasting te onderwerpen resultaat vast te stellen, wordt het resultaat van het belastbare tijdperk, waarin niet zijn begrepen de krachtens de artikelen 48, 190, 191 en 194 tot 194quater van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vrijgestelde waardeverminderingen, voorzieningen of meerwaarden, vooraf volgens bestemming in de volgende categorieën onderverdeeld:

1° reserves;

2° verworpen uitgaven;

3° dividenden.

Voor de toepassing van het eerste lid moet worden verstaan:

1° onder "reserves", het gereserveerde resultaat, verminderd met:

- de winst die voortvloeit uit de minderwaarden die door de schuldenaar zijn opgetekend op bestanddelen van het passief ten gevolge van de homologatie van een reorganisatieplan door de rechtbank of ten gevolge van de vaststelling door de rechtbank van een minnelijk akkoord krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, voor het aanslagjaar dat verband houdt met het belastbare tijdperk tijdens hetwelk het reorganisatieplan of het minnelijk akkoord volledig is uitgevoerd voor zover de in artikel 27/1 bedoelde voorwaarden worden nageleefd;

- het gedeelte van de meerwaarde op in artikel 66 van hetzelfde Wetboek vermelde voertuigen dat niet in aanmerking wordt genomen krachtens artikel 24, derde lid, van hetzelfde Wetboek en artikel 40, § 1, van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen;

- de krachtens de artikelen 192 en 521 van hetzelfde Wetboek vrijgestelde meerwaarden op aandelen en de tijdens het belastbare tijdperk teruggenomen waardeverminderingen op aandelen die voorheen krachtens artikel 198, 7°, van hetzelfde Wetboek als verworpen uitgaven zijn belast, in zover die waardeverminderingen op het einde van dat belastbare tijdperk niet meer verantwoord zijn;

- de opnemingen van gestort kapitaal in de zin van artikel 184 van hetzelfde Wetboek, met uitsluiting van de terugbetalingen van gestort kapitaal ter uitvoering van een regelmatige beslissing van de vennootschap overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of, indien de vennootschap niet onder dit Wetboek ressorteert, overeenkomstig het recht dat de vennootschap beheerst;

- de winst die voortvloeit uit tijdens het belastbare tijdperk verkregen terugbetalingen van belastingen die vroeger niet als beroepskosten zijn aangenomen en de regulariseringen van geraamde belastingschulden die voorheen als verworpen uitgaven zijn belast, in zover die terugbetalingen en regulariseringen niet kunnen worden afgetrokken van de niet-aftrekbare belastingen die bij de verworpen uitgaven van het belastbare tijdperk moeten worden gevoegd;

- de sommen die overeenkomstig artikel 194ter, §§ 2 tot 4, van hetzelfde Wetboek, tijdelijk zijn vrijgesteld, voor zover de in §§ 4 en 4bis van hetzelfde artikel bedoelde voorwaarden zijn vervuld;

- de sommen die overeenkomstig artikel 193bis, § 1, van hetzelfde Wetboek, zijn vrijgesteld;

2° onder "verworpen uitgaven":

- de niet als beroepskosten aftrekbare bedragen;

- het bedrag - vóór aftrek van het vrijgestelde gedeelte - van de giften als zijn vermeld in artikel 104, 3° tot 4°bis en 5°, a, van hetzelfde Wetboek;

- de voorheen vrijgestelde winst die belastbaar wordt in de loop van het belastbare tijdperk, voor zover ze niet in het gereserveerde resultaat is begrepen;

3° onder "dividenden", de dividenden vermeld in artikel 18 van hetzelfde Wetboek.