Commentaar van art. 130, WIB 92
HOOFDSTUK III : Berekening van de belasting
Afdeling I : Gewoon stelsel van aanslag
Onderafdeling I : Belastingtarief
Art. 130, WIB 92
| 130/0 | |
| 130/1 | |
| 130/2-9 | |
| 130/2-4 | |
| B. Belastbaar inkomen dat samengesteld is uit diverse soorten van inkomsten | 130/5-6 |
| 130/7 | |
| D. Berekening van de PB op de gezamenlijk belastbare inkomsten | 130/8 |
| 130/9 | |
| 130/10-21 | |
| 130/10 | |
| 130/11-15 | |
| 130/16-17 | |
| D. Aanslagen verbonden aan een begrotingsjaar dat niet met het aanslagjaar samenvalt | 130/18 |
| 130/19 | |
| 130/20 | |
| 130/21 |
Nummer 130/0
Art. 130. - De belasting wordt bepaald op :
25 pct. voor de inkomensschijf van 1 frank tot 230.000 frank;
30 pct. voor de schijf van 230.000 frank tot 305.000 frank;
40 pct. voor de schijf van 305.000 frank tot 435.000 frank;
45 pct. voor de schijf van 435.000 frank tot 1.000.000 frank;
50 pct. voor de schijf van 1.000.000 frank tot 1.500.000 frank;
52,5 pct. voor de schijf van 1.500.000 frank tot 2.200.000 frank;
55 pct. voor de schijf boven 2.200.000 frank.
Nummer 130/1
Art. 130. - Kohieren met aanslagen van belastingen of voorheffingen worden verbonden aan het begrotingsjaar dat loopt op de datum waarop ze uitvoerbaar worden verklaard; de belastingtarieven en eventueel de opcentiemen in verband met de respectieve aanslagjaren zijn van toepassing.
Art. 134. - Voor de berekening van de aanslagen in de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting en de belasting van niet-inwoners wordt de belastbare grondslag in franken vastgesteld; frankgedeelten worden voor een eenheid gerekend of weggelaten naargelang zij 50 centiem of meer, of minder dan 50 centiem bedragen.
Art. 135. - De verschillende aanslagen, met inbegrip van de opcentiemen, worden in elk stadium van de berekening in franken vastgesteld; frankgedeelten worden voor een eenheid gerekend of weggelaten naargelang zij 50 centiem of meer, of minder dan 50 centiem bedragen.
III. SYNTHESE VAN DE BEREKENING VAN DE BELASTING
Nummer 130/2
De belastbare inkomsten moeten in aanmerking genomen worden na aftrek van de van het totale netto-inkomen aftrekbare (gemeenschappelijke en personaliseerbare) bestedingen, d.w.z. na toepassing van de art. 104 tot 116, WIB 92.
Zij omvatten zowel de inkomsten van Belgische als van buitenlandse oorsprong, met inbegrip van de bij dubbelbelastingverdrag vrijgestelde buitenlandse inkomsten die in aanmerking moeten genomen worden voor het bepalen van de belasting.
Nummer 130/3
Voor "echtgenoten", wordt de PB afzonderlijk berekend op basis van :
- enerzijds, de beroepsinkomsten van de echtgenoot die er het minst heeft : het afgezonderd beroepsinkomen (zie 127/1 tot 12);
- anderzijds, de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot, gevoegd bij alle andere inkomsten (inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen, diverse inkomsten) van het gezin : het resterend gezinsinkomen (zie 127/1 tot 12).
Wat de "alleenstaanden" betreft, is er vanzelfsprekend slechts één enkele belastbare grondslag die gelijk is aan het verschil tussen het totale netto-inkomen en alle ervan aftrekbare bestedingen (waarbij het onderscheid tussen gemeenschappelijke bestedingen en personaliseerbare bestedingen uiteraard niet bestaat).
Nummer 130/4
Sommige inkomsten zijn afzonderlijk belastbaar tegen een bijzondere aanslagvoet, behalve wanneer hun samentelling met de andere inkomsten voor de belastingplichtige voordeliger uitvalt dan de afzonderlijke aanslag.
Die inkomsten moeten ofwel allemaal afzonderlijk belast worden (stelsel van de gedeeltelijke samentelling) ofwel allemaal met de andere inkomsten samengeteld worden (stelsel van de volledige samentelling).
Slechts de voor de belastingplichtige meest voordelige aanslag wordt in het kohier opgenomen.
De bedoelde inkomsten worden slechts in aanmerking genomen voor het gewone aanslagstelsel in het geval dat het stelsel van de volledige samentelling wordt toegepast (zie ook 171/1 tot 5).
B. BELASTBAAR INKOMEN DAT SAMENGESTELD IS UIT DIVERSE SOORTEN VAN INKOMSTEN
Nummer 130/5
Indien het belastbare inkomen uit diverse soorten van inkomsten bestaat, moet de PB over de verschillende inkomstencategorieën omgeslagen worden.
Die omslag is onontbeerlijk omdat :
1° de verminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten niet meer mogen bedragen dan het gedeelte van de PB dat op die inkomsten slaat (zie 146/20);
2° de PB met betrekking tot bepaalde inkomsten van buitenlandse oorsprong helemaal niet (bij toepassing van dubbelbelastingverdragen) of slechts voor de helft verschuldigd is (zie 155/2 en volgende);
3° sommige voorheffingen en bestanddelen slechts binnen door de wet gestelde grenzen mogen verrekend worden (zie commentaar op art. 276, WIB 92) ;
4° de wet een vermeerdering oplegt op 106/100sten van het gedeelte van de PB dat met sommige beroepsinkomsten overeenstemt (zie 157/3). [109/100sten met ingang van aj. 1994 (art. 463bis, § 2. 2°, WIB 92)].
Nummer 130/6
Vooraleer met de eigenlijke berekening van de PB te beginnen is het dus noodzakelijk het nettobedrag van elke inkomstengroep vast te stellen. Dit noodzaakt, inzonderheid wat de beroepsinkomsten betreft, de toepassing van sommige bijzondere regels betreffende o.m. de omdeling van de aftrekbare beroepskosten (art. 7, KB/WIB 92), de eventuele toekenning van een meewerkinkomen en/of de toerekening van een huwelijksquotiënt bij echtgenoten (art. 86 tot 89, WIB 92) alsmede de wijze van aanrekening van de beroepsverliezen (art. 23, § 2, 2° en 3°, WIB 92) .
Nummer 130/7
Voor een goed begrip van de uiteengezette stof wordt hierna (in alfabetische volgorde) de omschrijving gegeven van de belangrijkste termen die gebruikt worden.
Afgezonderd beroepsinkomen
Dit is het totale nettoberoepsinkomen van de echtgenoot die er het minst heeft, verminderd met de ervan aftrekbare gemeenschappelijke en personaliseerbare bestedingen.
Basisbelasting
Onder basisbelasting wordt verstaan, de belasting zoals die volgt uit de toepassing van de belastingschaal, vóór aftrek van de belasting op de belastingvrije som en vóór toepassing van enigerlei belastingvermindering, -vermeerdering of -verhoging.
GBI
Dit is :
- voor een alleenstaande, het totale netto-inkomen verminderd met de in art. 104, WIB 92, vermelde bestedingen;
- voor echtgenoten, het gezamenlijk belastbare inkomen van het gezin dat overeenstemt met het totaal van het afgezonderd beroepsinkomen en het resterend gezinsinkomen.
Hoofdsom
Door hoofdsom moet worden verstaan de verminderde basisbelasting na aftrek van de verminderingen voor inkomsten van buitenlandse oorsprong.
De begrippen "hoofdsom" en "verminderde basisbelasting" zijn gelijkwaardig wanneer er alleen tegen het volle tarief belastbare inkomsten voorhanden zijn.
Om te slane belasting
Voor een alleenstaande wordt de om te slane belasting verkregen door het verschil te maken tussen de basisbelasting en de belasting op de belastingvrije som en door vervolgens dat verschil te verminderen met de eventuele verminderingen voor het lange termijnsparen en het bouwsparen en met de eventuele vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke wergelegenheidsagentschappen.
Voor echtgenoten is de om te slane belasting gelijk aan de totale belasting op het gezinsinkomen. Die belasting wordt verkregen door de twee basisbelastingen (respectievelijk berekend op het afgezonderd beroepsinkomen en op het resterend gezinsinkomen) te verminderen enerzijds, met de belasting op de respectieve belastingvrije sommen en, anderzijds, met de eventuele verminderingen voor het lange termijnsparen en het bouwsparen en met de eventuele vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, en door vervolgens de bekomen verschillen samen te tellen.
Resterend gezinsinkomen
Dit is de grondslag die wordt gevormd door het totale nettoberoepsinkomen van de echtgenoot die er het meest heeft en de overige netto-inkomsten (inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten) van het gezin, verminderd met de ervan aftrekbare gemeenschappelijke en personaliseerbare bestedingen.
Totaal netto-inkomen
Het betreft hier het totaal van de gezamenlijk belastbare inkomsten (inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen, beroepsinkomsten en diverse inkomsten), zoals zij vastgesteld zijn vóór aftrek van de in art. 104, WIB 92, vermelde bestedingen.
Verminderde basisbelasting
Onder verminderde basisbelasting wordt verstaan, de om te slane belasting verminderd met de verminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten.
D. BEREKENING VAN DE PB OP DE GEZAMENLIJK BELASTBARE INKOMSTEN
Nummer 130/8
In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de verschillende fasen die moeten doorlopen worden om, uitgaande van de basisbelasting, te komen tot de hoofdsom, d.i. het bedrag van de PB dat in feite verschuldigd is vóór verrekening van enigerlei voorheffing en vóór toepassing van enigerlei belastingvermeerdering of -verhoging.
| Alleenstaanden | Echtgenoten | |
| GBI | Afgezonderd beroepsinkomen | Resterend gezinsinkomen |
| BASISBELASTING (art. 130, WIB 92) - belasting op de belastingvrije som (art. 131 tot 134, WIB 92) | BASISBELASTING (art. 130, WIB 92) - belasting op de belastingvrije som (art. 131 tot 134, WIB 92) | BASISBELASTING (art. 130, WIB 92) - belasting op de belastingvrije som (art. 131 tot 134, WIB 92) |
| Verschil - verminderingen voor het lange termijnsparen en het bouwsparen (art. 145/1 tot 145/20, WIB 92) - vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (art. 145/21 tot 145/23, WIB 92) | Verschil - verminderingen voor het lange termijnsparen en het bouwsparen (art. 145/1 tot 145/20, WIB 92) - vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (art. 145/21 tot 145/23, WIB 92) | Verschil - verminderingen voor het lange termijnsparen en het bouwsparen (art. 145/1 tot 145/20, WIB 92) - vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (art. 145/21 tot 145/23, WIB 92) |
| OM TE SLANE BELASTING - vermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten (art. 146 tot 154, WIB 92) VERMINDERDE BASISBELASTING (= grondslag gemiddelde aanslagvoet) - vermindering voor inkomsten van buitenlandse oorsprong (art. 155 en 156, WIB 92) HOOFDSOM (= grondslag ACB, PB/gem. en PB/agg. indien er geen afzonderlijk belastbare inkomsten zijn) | ||
E. BEREKENING VAN DE OM TE SLANE BELASTING
Nummer 130/9
Voor een alleenstaande wordt de om te slane belasting steeds verkregen door :
1° het verschil te maken tussen de basisbelasting en de belasting op de belastingvrije som;
2° vervolgens van dat verschil, in voorkomend geval, de verminderingen voor het lange termijnsparen en het bouwsparen en de vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen af te trekken.
Wat echtgenoten betreft, is de om te slane belasting gelijk aan de totale op het gezinsinkomen verschuldigde belasting. Die belasting wordt verkregen door de twee basisbelastingen (respectievelijk berekend op het afgezonderd beroepsinkomen en op het resterend gezinsinkomen) te verminderen, enerzijds, met de belasting op de respectieve belastingvrije sommen en, anderzijds, met de eventuele respectieve verminderingen voor het lange termijnsparen en het bouwsparen en met de eventuele vermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen, en door vervolgens de bekomen resultaten samen te tellen.
Alhoewel er in de regel twee aanslagbasissen zijn waarop een belasting berekend wordt, mag niet gesteld worden dat de op de ene basis berekende belasting die is welke door de ene echtgenoot verschuldigd is en de op de andere basis berekende belasting die is van de andere echtgenoot.
Men mag immers niet uit het oog verliezen dat :
1° het resterend gezinsinkomen in voorkomend geval ook alle inkomsten van onroerende goederen, inkomsten van roerende goederen en kapitalen en diverse inkomsten van het gezin bevat;
2° de toeslagen op de belastingvrije som normaal slechts op één aanslagbasis toegerekend worden, niettegenstaande beide echtgenoten in principe aan de voorwaarden voldoen die het recht op een dergelijke toeslag (b.v. inzake kinderen ten laste) openen.
Daarom moet het totaal van de afzonderlijk vastgestelde belastingen (= om te slane belasting) als één gezinsbelasting beschouwd worden en het is die gezinsbelasting die vervolgens evenredig moet omgeslagen worden om uit te maken welk gedeelte van de belasting op elk bestanddeel van het inkomen betrekking heeft.
Nummer 130/10
In beginsel moet het totale bedrag van de belastbare inkomsten als grondslag dienen voor de berekening van de belasting.
De wet heeft evenwel een afwijking op dit beginsel toegestaan : sommige inkomsten mogen uit het totale inkomen worden verwijderd en afzonderlijk worden belast op voorwaarde dat die afzonderlijke aanslag voor de belastingplichtige voordeliger is dan de aanslag van die inkomsten samen met de andere inkomsten.
Wanneer dit het geval is, moeten alle afzonderlijk belastbare inkomsten worden aangeslagen volgens de bijzondere regels bepaald in de art. 171 tot 174, WIB 92 (zie 171/2 en Gent, 20.6.1989, Ooghe H., Bull. 699, blz. 3048), terwijl de andere inkomsten overeenkomstig de gewone regels (art. 130 tot 168, WIB 92) aan de belasting worden onderworpen.
1. Algemeen
Nummer 130/11
Zowel de basisbelasting als de belasting op de belastingvrije som worden berekend overeenkomstig de in 130/12 vermelde schaal.
2. Tarief
Nummer 130/12
De belasting wordt berekend volgens een progressief tarief gaande van 25 tot 55 %.
Per inkomstenschijf ziet het tarief er als volgt uit (elk tarief is slechts van toepassing op de overeenkomstige inkomstenschijf) :
| Inkomstenschijf | Tarief |
| van 1 F tot 230.000 F | 25 % |
| van 230.001 F tot 305.00 F | 30 % |
| van 305.001 F tot 435.000 F | 40 % |
| van 435.001 F tot 1.000.000 F | 45 % |
| van 1.000.001 F tot 1.500.000 F | 50 % |
| van 1.500.001 F tot 2.200.000 F | 52.5 % |
| vanaf 2.200.0001 F | 55 % |
Het belastingtarief wordt in principe toegepast vanaf de eerste frank van het inkomen (zie evenwel de commentaar op art. 134, WIB 92, wat de aanrekening van de belastingvrije som betreft); er bestaat geen maximumheffing t.a.v. het totale inkomen.
3. Indexatie
Nummer 130/13
De bedragen van de inkomstenschijven worden geïndexeerd overeenkomstig art. 178, WIB 92.
Voor de aj. 1991 tot 1999, zijn die bedragen gelijk aan :
| Basisbedrag | Aj. 1991 | Aj. 1992 | Aj. 1993 tot 1999 |
| 230.000 F | 237.000 F | 245.000 F | 253.000 F |
| 305.000 F | 314.000 F | 325.000 F | 335.000 F |
| 435.000 F | 449.000 F | 464.000 F | 478.000 F |
| 1.000.000 F | 1.031.000 F | 1.067.000 F | 1.100.000 F |
| 1.500.000 F | 1.547.000 F | 1.600.000 F | 1.650.000 F |
| 2.200.000 F | 2.268.000 F | 2.347.000 F | 2.420.000 F |
[De indexatie van die bedragen voor de aj. 1994 tot 1999 is echter "bevroren" op het peil van aj. 1993 (art. 178, § 3, WIB 92).]
4. Voorbeeld (aj. 1998)
Nummer 130/14
De basisbelasting op een gezamenlijk belastbaar inkomen van 4.521.169 F, wordt als volgt berekend :
- inkomstenschijf van 1 F tot 253.000 F : 253.000 F x 25 % = 63.250 F
- inkomstenschijf van 253.001 F tot 335.000 F : 82.000 F x 30 % = 24.600 F
- inkomstenschijf van 335.001 F tot 478.000 F : 143.000 F x 40 % = 57.200 F
- inkomstenschijf van 478.001 F tot 1.100.000 F : 622.000 F x 45 % = 279.000 F
- inkomstenschijf van 1.100.001 F tot 1.650.000 F : 550.000 F x 50 % = 275.000 F
- inkomstenschijf van 1.650.001 F tot 2.420.000 F : 770.000 F x 52,5 % = 404.250 F
- inkomstenschijf van 2.420.001 F tot 4.521.169 F : 2.101.169 F x 55 % = 1.155.643 F
Totaal : 2.259.843 F
5. Praktische tabel (aj. 1993 tot 1999)
Nummer 130/15
Onderstaande tabel maakt het mogelijk de belasting vlugger te berekenen.
| Inkomen | Belasting | Tarief boven de inkomstenschijf |
| 0 - 253.000 F | 25 % | - |
| 253.000 F | 63.250 F | 30 % |
| 335.000 F | 87.850 F | 40 % |
| 478.000 F | 145.050 F | 45 % |
| 1.100.000 F | 424.950 F | 50 % |
| 1.650.000 F | 699.950 F | 52.5 % |
| 2.420.000 F | 1.104.200 F | 55 % |
1. Afronding van het belastbare inkomen
Nummer 130/16
De inkomsten moeten steeds in frank worden vastgesteld.
Gedeelten van minder dan 50 centiem worden weggelaten; gedeelten van 50 centiem en meer worden voor 1 frank gerekend.
2. Afronding van de basisbelasting en de belasting op de belastingvrije som
Nummer 130/17
Overeenkomstig art. 135, KB/WIB 92, wordt de basisbelasting steeds in frank vastgesteld; frankgedeelten worden voor een eenheid gerekend of weggelaten naargelang ze vijftig centiem en meer, of minder dan vijftig centiem bedragen.
Deze regel geldt niet alleen voor de berekening van de basisbelasting en van de belasting op de belastingvrije som, doch voor alle tussenbewerkingen die worden uitgevoerd bij de berekening van de PB.
D. AANSLAGEN VERBONDEN AAN EEN BEGROTINGSJAAR DAT NIET MET HET AANSLAGJAAR SAMENVALT
Nummer 130/18
Voor de berekening van de aanslagen worden steeds de tarieven toegepast die verband houden met het aanslagjaar waarop de aanslagen betrekking hebben, zelfs indien die aanslagen aan een begrotingsjaar worden verbonden dat niet met het aanslagjaar samenvalt (art. 130, KB/WIB 92) . Zo zal een in het jaar 1998 te vestigen aanslag in de PB betreffende aj. 1997 weliswaar aan het begrotingsjaar 1998 worden verbonden, doch bij de berekening van de belasting zullen de tarieven worden toegepast die gelden voor aj. 1997 (en niet de tarieven van aj. 1998).
E. BELASTBAAR TIJDPERK VAN MINDER DAN 12 MAANDEN
Nummer 130/19
In een dergelijk geval moet de aanslagvoet worden vastgesteld zonder de inkomsten van dit tijdperk fictief te verhogen om ze in overeenstemming te brengen met de inkomsten van een geheel jaar.
F. INKOMSTEN VRIJGESTELD KRACHTENS DUBBELBELASTINGVERDRAGEN
Nummer 130/20
Inkomsten die ingevolge met sommige landen gesloten dubbelbelastingverdragen zijn vrijgesteld (zie commentaar op art. 155, WIB 92), moeten niettemin in aanmerking worden genomen voor het vaststellen van de aanslagvoet die van toepassing is op de andere inkomsten van de belastingplichtige.
G. AMBTENAREN VAN INTERNATIONALE INSTELLINGEN
Nummer 130/21
Behoudens andersluidende bepalingen van de desbetreffende overeenkomsten, komen de vrijgestelde inkomsten van internationale ambtenaren niet in aanmerking bij het bepalen van het belastingtarief dat op de andere inkomsten van de betrokkenen van toepassing is (Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, 16.12.1960, Humblet, Bull. 373, blz. 418).
Zulks geldt eveneens voor invaliditeits-, rust- en overlevingspensioenen, betaald door de Europese Gemeenschappen (thans Europese Unie) en door de Europese Investeringsbank .
[Verordening (EURATOM, EGKS, EEG) nr. 549/69 van de Raad van 25.3.1969 (Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L. 74/1 van 27.3.1969).]
Men mag echter niet uit het oog verliezen dat sommige door België ondertekende overeenkomsten daarentegen uitdrukkelijk bepalen dat de vrijgestelde bezoldigingen van internationale ambtenaren in aanmerking moeten worden genomen bij het vaststellen van het belastingtarief dat van toepassing is op de belastbare inkomsten van de betrokkenen.
Terzake wordt verwezen naar de bepalingen van die overeenkomsten die zijn gepubliceerd in het Wetboek, Deel V, Internationale Overeenkomsten, rubriek 4 : "Overeenkomsten betreffende internationale organisaties en zetelakkoorden", zomede naar de samenvattende tabel die vooraan in die rubriek is opgenomen en die wordt bijgewerkt telkens als nieuwe overeenkomsten worden bekendgemaakt.
