Artikel 111, KB/WIB 92
Art. 111 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 92, KB/WIB; KB 27.08.1993 - B.S. 13.09.1993; Numac: 1993082751)
Met betrekking tot inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen, en inkomsten verkregen, buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid, uit de onderverhuring of de overdracht van huur van al dan niet gemeubileerde onroerende goederen of uit de concessie van het recht om een plaats die van nature onroerend is en niet is gelegen binnen de omheining van een sportinrichting te gebruiken om er plakbrieven of andere reclamedragers te plaatsen, zomede met betrekking tot opbrengsten uit de verhuring van jacht-, vis- en vogelvangstrecht, wordt van de inning van de roerende voorheffing volledig afgezien indien de verkrijgers:
a) aan de personenbelasting onderworpen rijksinwoners zijn;
b) binnenlandse vennootschappen zijn;
c) internationale of supranationale instellingen zijn als vermeld in artikel 105, 2°, c.
