Artikel 116, KB/WIB 92
Art. 116, eerste lid, is van toepassing vanaf 12.06.2003 (art. 16, KB 15.05.2003 - B.S. 12.06.2003; Numac: 2003A03317; opgeheven door art. 19, KB 23.05.2007 - B.S. 12.06.2007)
Van de inning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot de in de artikelen 17 en 90, 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde inkomsten, andere dan dividenden van Belgische oorsprong die niet zijn bedoeld in artikel 18, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, die worden verleend of toegekend aan beleggingsvennootschappen als bedoeld in de artikelen 114, 118, 119quinquies en 119decies van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten.
De verzaking voorzien in het eerste lid is eveneens uitgesloten met betrekking tot de vergoedingen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, 3°, van hetzelfde Wetboek, verleend of toegekend naar aanleiding van een lening van aandelen van een Belgische vennootschap, buiten de in artikel 106, § 11 bedoelde gevallen.
