Artikel 178, KB/WIB 92

Art. 178 is van toepassing vanaf 09.03.2010 (art. 1 en 2, KB 02.03.2010 - B.S. 09.03.2010; Numac: 2010003131)

§ 1. De belastingplichtigen zonder beroepswerkzaamheid worden van aangifteplicht in de personenbelasting vrijgesteld en de administratie is er niet toe gehouden hen een voorstel van aanslag toe te sturen ingeval hun belastbare inkomsten minder bedragen dan:

1° de belastingvrije som indien het gaat om een belastingplichtige die alleen wordt belast;

2° de samengetelde belastingvrije sommen inden het om echtgenoten gaat.

§ 2.Van aangifteplicht in de personenbelasting worden eveneens vrijgesteld de belastingplichtigen die geen andere belastbare inkomsten moeten aangeven dan:

1° inkomsten van onroerende goederen die belastbaar zijn ten belope van het kadastraal inkomen;

2° pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen, met uitzondering van:

a) kapitalen en afkoopwaarden;

b) omzettingsrenten van kapitalen en afkoopwaarden;

c) inkomsten van pensioensparen.

In afwijking van het eerste lid geldt de vrijstelling van aangifteplicht niet voor de volgende belastingplichtigen:

1° niet-hertrouwde weduwen of weduwnaars die één of meer kinderen ten laste hebben;

2° ongehuwde vaders of moeders die één of meer kinderen ten laste hebben;

3° belastingplichtigen met één of meer kinderen van minder dan 3 jaar ten laste;

4° belastingplichtigen voor het jaar van huwelijk indien hun echtgenoot geen bestaansmiddelen van meer dan 1.690 euro netto heeft;

5° weduwen of weduwnaars voor het jaar van hun overlijden van hun echtgenoot indien die echtgenoot geen bestaansmiddelen van meer dan 1.690 euro netto heeft gehad.

In afwijking van het eerste lid geldt de vrijstelling van aangifteplicht evenmin voor de belastingplichtigen die:

1° inkomsten van buitenlandse oorsprong hebben;

2° aftrekbare interesten betalen;

3° uitgaven doen die recht geven op een belastingvermindering;

4° aftrekbare bestedingen doen;

5° voorafbetalingen verrichten.

Voor het aanslagjaar 2010 worden evenwel vrijgesteld van de aangifteplicht in de personenbelasting de belastingplichtigen:

- die voor de aanslagjaren 2009 en 2010 geen andere elementen moeten aangeven dan de pensioenen bedoeld onder a, d en f van vak V.A.1 van de aangifte, en

- in hoofde van wie bij de inkohiering voor het aanslagjaar 2009 een bedrag tussen 0,01 euro en 180 euro aan bedrijfsvoorheffing is verrekend.

In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de grens van 180 euro beoordeeld per aangifte en niet voor elk van de twee echtgenoten of wettelijk samenwonenden afzonderlijk.

Deze vrijstelling van aangifteplicht geldt niet voor de belastingplichtigen die:

- inkomsten van buitenlandse oorsprong hebben;

- het voorgaande aanslagjaar hun aangifte hebben ingediend langs een andere weg dan via "Tax On Web-ambtenaar", zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 13 maart 2009 tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake personenbelasting voor het aanslagjaar 2009;

- voor het aanslagjaar 2010 voorafbetalingen hebben gedaan;

- in de loop van het jaar 2009 overleden zijn, noch voor hun erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden;

- van ambtswege geschrapt zijn;

- in het buitenland verblijven;

- geen gekend adres hebben.

§ 3. De vrijstelling van aangfiteplicht is van toepassing voor het aanslagjaar waarvan het belastbaar tijdperk volgt op een kalenderjaar waarin aan de in § 1 of § 2 vermelde voorwaarden is voldaan.