Artikel 178, KB/WIB 92

Art. 178 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2011 (art. 1 en 3, KB 23.03.2011 - B.S. 30.03.2011; Numac: 2011003118 - err. 08.04.2011)

§ 1. De belastingplichtigen zijn, krachtens artikel 306, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vrijgesteld van aangifteplicht in de personenbelasting en ze ontvangen, krachtens artikel 306, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, een voorstel van vereenvoudigde aangifte voor het aanslagjaar waarvan het belastbaar tijdperk volgt op een kalenderjaar waarin ze geen andere belastbare inkomsten en elementen hebben aangegeven dan die als bedoeld in § 2, en voor zover ze niet worden uitgesloten van de vrijstelling krachtens § 3.

§ 2. Belastingplichtigen worden van aangifteplicht in de personenbelasting vrijgesteld en ontvangen een door de administratie opgesteld voorstel van vereenvoudigde aangifte, wanneer ze geen andere belastbare inkomsten en elementen moeten aangeven dan:

1° wettelijke pensioenen verkregen vanaf de wettelijke pensioenleeftijd en de achterstallen daarvan;

2° overlevingspensioenen en de achterstallen daarvan;

3° gezamenlijk belastbare andere pensioenen, renten, de omzettingsrenten uitgezonderd, kapitalen, afkoopwaarden, en als zodanig geldende toelagen en de achterstallen daarvan;

4° werkloosheidsuitkeringen en de achterstallen daarvan;

5° wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen en de achterstallen daarvan;

6° uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen;

7° uitgaven betaald voor prestaties betaald met dienstencheques;

8° bedrijfsvoorheffing en voorafbetalingen;

9° persoonlijke gegevens en gezinslasten;

10° niet ingehouden persoonlijke sociale bijdragen.

§ 3. In afwijking van § 2 geldt de vrijstelling van aangifteplicht niet voor de belastingplichtigen die:

1° inkomsten van buitenlandse oorsprong moeten aangeven;

2° een of meer rekeningen in het buitenland bezitten;

3° in de loop van het belastbare tijdperk overleden zijn. De vrijstelling geldt dan evenmin voor hun erfgenamen, algemene legatarissen of begiftigden die de aangifte van de overledene moeten indienen;

4° van ambtswege uit de bevolkingsregisters geschrapt zijn;

5° hun woonplaats in het buitenland hebben;

6° geen gekend adres hebben;

7° beroepsinkomsten hebben die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op hun andere inkomsten;

8° echtgenoot van een in 7° bedoelde belastingplichtige zijn;

9° een deel 2 van de aangifte hebben ingevuld of moeten invullen.