Artikel 204, KB/WIB 92
Art. 204, 3°, a) en b), treedt in werking op 01.05.2018 en is van toepassing op de vergoedingen die worden betaald of toegekend vanaf 01.01.2018, met uitzondering van de vergoedingen tot gedeeltelijk of volledig herstel van een tijdelijke derving van winst of baten die vóór 01.01.2018 werden vastgesteld of vermoed en van de vergoedingen tot gedeeltelijk of volledig herstel van een tijdelijke derving van winst of baten die vanaf 01.01.2018 werden vastgesteld of vermoed voor een belastbaar tijdperk dat vóór de datum van inwerkingtreding wordt afgesloten (art. 1 en 2, KB 19.04.2018 - B.S. 25.04.2018; Numac: 2018040096)
Inkomsten van het in de artikelen 199 tot 203 vermelde belastbare tijdperk zijn:
1° inkomsten van gebouwde of ongebouwde onroerende goederen die op dat tijdperk betrekking hebben;
2° inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen die overeenkomstig de artikelen 261, 2°, 263, eerste lid, en 267 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aan de roerende voorheffing onderworpen zijn en tijdens dat tijdperk aan de belastingplichtige zijn betaald of toegekend;
3° beroepsinkomsten, bestaande uit:
a) vastgestelde of vermoede winst of baten, andere dan vergoedingen tot gedeeltelijk of volledig herstel van een tijdelijke derving van winst of baten, van dat tijdperk;
b) tijdens dat tijdperk aan de belastingplichtige betaalde of toegekende bezoldigingen en vergoedingen tot gedeeltelijk of volledig herstel van een tijdelijke derving van winst of baten;
c) tijdens dat tijdperk aan de belastingplichtige betaalde of toegekende pensioenen, renten en toelagen;
4° diverse inkomsten, bestaande uit:
a) vastgestelde of vermoede winst of baten van dat tijdperk, vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek;
b) tijdens dat tijdperk aan de belastingplichtige betaalde of toegekende sommen vermeld in artikel 90, eerste lid, 1°bis tot 7°, van hetzelfde Wetboek;
c) vastgestelde of vermoede meerwaarden van dat tijdperk vermeld in artikel 90, eerste lid, 8°, van hetzelfde Wetboek;
d) meerwaarden vermeld in artikel 90, eerste lid, 9°, van hetzelfde Wetboek;
e) vastgestelde of vermoede meerwaarden van dat tijdperk vermeld in artikel 90, eerste lid, 10°, van hetzelfde Wetboek;
f) de vergoedingen bedoeld in artikel 90, eerste lid, 11°, van hetzelfde Wetboek;
g) de vergoedingen bedoeld in artikel 90, eerste lid, 12°, van hetzelfde Wetboek.
5° de kosten, bijdragen, pensioenen, renten en toelagen vermeld in artikel 222 en 223, 1° en 2°, van hetzelfde Wetboek, die door de belastingplichtige tijdens dat tijdperk zijn betaald of toegekend.
