Artikel 255, KB/WIB 92

Afdeling IV en art. 255, zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 2015 (art. 16 en 19, KB 30.09.2014 - B.S. 09.10.2014; Numac: 2014003391)

Wanneer een belastingplichtige de toepassing vraagt van de in een belastingvermindering omgevormde aftrek voor enige woning als bedoeld in artikel 104, 9°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing is gebleven, voor interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening alsmede de bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening, moeten ter staving van die vraag de volgende attesten die door de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde worden vastgesteld en die worden uitgereikt door de instelling die de lening heeft toegestaan of door de verzekeraar bij wie het levensverzekeringscontract is gesloten, worden overgelegd:

A. wat de interesten en de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van de hypothecaire lening betreft:

1° een eenmalig basisattest waarin de instelling de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het leningscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het vernoemde Wetboek zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing blijft;

2° een jaarlijks betalingsattest waarin de instelling het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane betalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het vernoemde Wetboek, zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld;

B. wat de levensverzekeringspremies betreft:

1° een eenmalig basisattest waarin de verzekeraar de gegevens meedeelt waaruit moet blijken dat het levensverzekeringscontract in aanmerking kan komen voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het vernoemde Wetboek zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing blijft;

2° een jaarlijks betalingsattest waarin de verzekeraar het bedrag van de door de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk gedane premiebetalingen meedeelt, alsmede de gegevens die noodzakelijk zijn om na te gaan of de voor de toepassing van artikel 104, 9°, van het vernoemde Wetboek, zoals het krachtens artikel 539 van datzelfde Wetboek van toepassing blijft, gestelde voorwaarden nog steeds zijn vervuld.