Artikel 2, KB/WIB 92

Art. 2, 1° en 3°, is van toepassing op spaardeposito's in Ecu geopend vanaf 30.10.1997 (art. 1, 2 en 3, KB 13.10.1997 – B.S. 30.10.1997; Numac: 1997003593)

Om voor de toepassing van artikel 21, 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in aanmerking te komen, moeten de in dat artikel vermelde spaardeposito's aan de volgende vereisten voldoen:

1° de spaardeposito's moeten in Belgische frank of in Ecu zijn uitgedrukt;

2° van de spaardeposito's kunnen, rechtstreeks of via een zichtrekening, slechts opvragingen worden gedaan voor volgende verrichtingen:

a) terugbetaling in specie;

b) transfer of overschrijving, niet krachtens een doorlopende opdracht uitgevoerd, naar een rekening op naam van de titularis van het spaardeposito;

c) transfer naar een spaardeposito bij dezelfde instelling, op naam van de echtgeno(o)t(e) of van een familielid tot en met de tweede graad van de titularis van het spaardeposito;

d) betaling van sommen, door de titularis van het spaardeposito verschuldigd in kapitaal, interesten of bijhorigheden wegens leningen of kredieten toegekend door dezelfde instelling of door een inrichting die door dezelfde instelling wordt vertegenwoordigd;

e) betaling, aan de instelling-depositaris, van verzekeringspremies en kosten betreffende het spaardeposito, van de prijs voor aankoop van of inschrijving op effecten, van de huur voor een safe en van een bewaarloon voor effecten in open bewaargeving;

3° de opvragingsvoorwaarden dienen te voorzien in de mogelijkheid voor de instelling-depositaris de opvragingen afhankelijk te stellen van een opzeggingstermijn van 5 kalenderdagen wanneer zij 50.000 F of de tegenwaarde ervan in Ecu overtreffen en ze te beperken tot 100.000 F of de tegenwaarde ervan in Ecu per halve maand;

a) de vergoeding van de spaardeposito's bestaat verplicht maar ook uitsluitend uit:

- een basisrente;

- een getrouwheidspremie en/of een aangroeipremie;

b) de basisrente, de getrouwheidspremie en de aangroeipremie worden berekend tegen een rentevoet uitgedrukt op jaarbasis. Zij worden eens per jaar in rekening gebracht.

De deposito's brengen rente op vanaf de bankwerkdag die volgt op de storting en brengen geen rente meer op, volgens de algemene voorwaarden van het spaardeposito, hetzij vanaf het begin van de lopende halve maand, hetzij vanaf de zevende bankwerkdag die de opvraging voorafgaat.

Bij opvraging na een storting worden evenwel het gestorte bedrag en het opgevraagde bedrag gecompenseerd voor de berekening van de rente, wanneer de storting, naar gelang van de gebruikte berekeningsmethode, heeft plaatsgevonden hetzij na het begin van de voormelde halve maand, hetzij na de zevende bankwerkdag die de opvraging voorafgaat.

Aan de titularis van een spaardeposito mag geen debetrente worden gevraagd.

De getrouwheidspremie wordt toegekend, ofwel voor de bedragen die gedurende 12 opeenvolgende maanden op dezelfde rekening ingeschreven bleven, ofwel per kalenderjaar, voor de bedragen die gedurende ten minste 11 opeenvolgende maanden van datzelfde kalenderjaar op dezelfde rekening ingeschreven bleven.

De aangroeipremie wordt toegekend voor de aangroei van het bedrag van de spaardeposito's op dezelfde rekening; zij mag niet worden toegekend voor de kapitalen die reeds de getrouwheidspremie genieten. De periode waarin die aangroei moet behouden blijven om de aangroeipremie te kunnen verkrijgen mag niet minder dan 6 maanden bedragen.

De getrouwheidspremie en de aangroeipremie worden pro rata temporis per ondeelbare vaste periode van ten minste een halve maand toegepast;

c) de basisrentevoet die een instelling voor de ontvangen spaardeposito's toekent, mag 4 % niet overschrijden.

De rentevoet van de getrouwheidspremie en de rentevoet van de aangroeipremie mag niet hoger liggen dan 50 % van de maximale basisrentevoet waarvan sprake in het vorige lid. Indien dit percentage niet gelijk is aan een veelvoud van een kwart percent, wordt de rentevoet van de getrouwheidspremie of van de aangroeipremie op het lagere kwart percent afgerond;

d) bij instellingen opgericht in de vorm van een coöperatieve vennootschap mag de getrouwheidspremie voor de spaardeposito's van coöperatoren, geheel of gedeeltelijk, maar maximaal tot 15 % van de maximale basisrentevoet, worden vervangen door een coöperatortoeslag berekend op dezelfde wijze als de basisrente.

Indien het in het eerste lid vermelde percentage niet gelijk is aan een veelvoud van een kwart percent, mag de rentevoet van de coöperatortoeslag naar het hogere kwart percent worden afgerond.

Voor de toepassing van c, tweede lid, wordt de rentevoet van de coöperatortoeslag op de rentevoet van de getrouwheidspremie of op de rentevoet van de aangroeipremie toegerekend;

e) bij terugbetaling, op de contractuele vervaldag of na die vervaldag, van spaardeposito's gevormd ter uitvoering van een contractueel spaarplan met een duur van tenminste 3 jaar en waarbij de titularis zich ertoe verbindt maandelijks een bepaald bedrag op zijn spaardeposito te storten, zijn de in b, tweede en derde lid, vermelde termijnen niet van toepassing;

5° in de publiciteit omtrent de vergoedingsvoorwaarden van de spaardeposito's, mogen de bestanddelen van de vergoeding niet worden opgeteld. Tevens moeten zij afzonderlijk worden vermeld en onmiddellijk gevolgd worden door de vermelding dat ze op jaarbasis worden berekend.