Artikel 2, KB/WIB 92

Art. 2, 4°, b, is van toepassing op de basisrente, de aangroeipremies en de getrouwheidspremies waarvan de verwervingsperiode begint te lopen op of na 01.01.2007, evenals op de compensaties vanaf die datum (art. 1, KB 01.07.2006 – B.S. 10.07.2006; Numac: 2006003335)

Om voor de toepassing van artikel 21, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in aanmerking te komen, moeten de in dat artikel vermelde spaardeposito's aan de volgende vereisten voldoen:

1° de spaardeposito's moeten in euro zijn uitgedrukt;

2° van de spaardeposito's kunnen, rechtstreeks of via een zichtrekening, slechts opvragingen worden gedaan voor volgende verrichtingen:

a) terugbetaling in specie;

b) transfer of overschrijving, niet krachtens een doorlopende opdracht uitgevoerd, naar een rekening op naam van de titularis van het spaardeposito;

c) transfer naar een spaardeposito bij dezelfde instelling, op naam van de echtgeno(o)t(e) of van een familielid tot en met de tweede graad van de titularis van het spaardeposito;

d) betaling van sommen, door de titularis van het spaardeposito verschuldigd in kapitaal, interesten of bijhorigheden wegens leningen of kredieten toegekend door dezelfde instelling of door een inrichting die door dezelfde instelling wordt vertegenwoordigd;

e) betaling, aan de instelling-depositaris, van verzekeringspremies en kosten betreffende het spaardeposito, van de prijs voor aankoop van of inschrijving op effecten, van de huur voor een safe en van een bewaarloon voor effecten in open bewaargeving;

3° de opvragingsvoorwaarden dienen te voorzien in de mogelijkheid voor de instelling-depositaris de opvragingen afhankelijk te stellen van een opzeggingstermijn van 5 kalenderdagen wanneer zij 1.250 euro overtreffen en ze te beperken tot 2.500 euro per halve maand;

a) de vergoeding van de spaardeposito's bestaat verplicht maar ook uitsluitend uit:

- een basisrente;

- een getrouwheidspremie en/of een aangroeipremie;

b) de basisrente, de getrouwheidspremie en de aangroeipremie worden berekend tegen een rentevoet uitgedrukt op jaarbasis. Zij worden eens per jaar in rekening gebracht.

De deposito's brengen rente op ten laatste vanaf de kalenderdag die volgt op de kalenderdag van de storting en brengen geen rente meer op vanaf de kalenderdag van de opvraging.

Stortingen en opvragingen op dezelfde kalenderdag worden gecompenseerd voor de berekening van de rente.

Aan de titularis van een spaardeposito mag geen debetrente worden gevraagd.

De getrouwheidspremie wordt toegekend, ofwel voor de bedragen die gedurende 12 opeenvolgende maanden op dezelfde rekening ingeschreven bleven, ofwel per kalenderjaar, voor de bedragen die gedurende ten minste 11 opeenvolgende maanden van datzelfde kalenderjaar op dezelfde rekening ingeschreven bleven.

De aangroeipremie wordt toegekend voor de aangroei van het bedrag van de spaardeposito's op dezelfde rekening; zij mag niet worden toegekend voor de kapitalen die reeds de getrouwheidspremie genieten. De periode waarin die aangroei moet behouden blijven om de aangroeipremie te kunnen verkrijgen mag niet minder dan 6 maanden bedragen.

De getrouwheidspremie of de aangroeipremie begint te lopen ten laatste vanaf de kalenderdag die volgt op de kalenderdag van de storting. In voorkomend geval begint de getrouwheidspremie te lopen onmiddellijk nadat de aangroeipremie is verworven;

c) de basisrentevoet die een instelling voor de ontvangen spaardeposito's toekent, mag 4 % niet overschrijden.

De rentevoet van de getrouwheidspremie en de rentevoet van de aangroeipremie mag niet hoger liggen dan 50 % van de maximale basisrentevoet waarvan sprake in het vorige lid. Indien dit percentage niet gelijk is aan een veelvoud van een kwart percent, wordt de rentevoet van de getrouwheidspremie of van de aangroeipremie op het lagere kwart percent afgerond;

d) bij instellingen opgericht in de vorm van een coöperatieve vennootschap mag de getrouwheidspremie voor de spaardeposito's van coöperatoren, geheel of gedeeltelijk, maar maximaal tot 15 % van de maximale basisrentevoet, worden vervangen door een coöperatortoeslag berekend op dezelfde wijze als de basisrente.

Indien het in het eerste lid vermelde percentage niet gelijk is aan een veelvoud van een kwart percent, mag de rentevoet van de coöperatortoeslag naar het hogere kwart percent worden afgerond.

Voor de toepassing van c, tweede lid, wordt de rentevoet van de coöperatortoeslag op de rentevoet van de getrouwheidspremie of op de rentevoet van de aangroeipremie toegerekend;

e) bij terugbetaling, op de contractuele vervaldag of na die vervaldag, van spaardeposito's gevormd ter uitvoering van een contractueel spaarplan met een duur van tenminste 3 jaar en waarbij de titularis zich ertoe verbindt maandelijks een bepaald bedrag op zijn spaardeposito te storten, zijn de in b, tweede en derde lid, vermelde termijnen niet van toepassing;

5° in de publiciteit omtrent de vergoedingsvoorwaarden van de spaardeposito's, mogen de bestanddelen van de vergoeding niet worden opgeteld. Tevens moeten zij afzonderlijk worden vermeld en onmiddellijk gevolgd worden door de vermelding dat ze op jaarbasis worden berekend.