Artikel 93, KB/WIB 92
Art. 93, § 1, eerste lid, en § 2 is van toepassing vanaf 04.06.1999 (art. 4, KB 03.05.1999 – B.S. 04.06.1999; Numac: 1999003335)
§ 1. Tot staving van de overeenkomstig de artikelen 90 en 91 overgelegde aangiften moeten de in artikel 270, 1° tot 4° en 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde schuldenaars van bedrijfsvoorheffing al de fiches en de samenvattende opgave of de magnetische informatiedrager waarvan sprake is in artikel 92, waarvan sprake is in artikel 92, voor 1 maart van het jaar na dat waarop die fiches en opgave of die magnetische informatiedrager betrekking hebben, inleveren bij de bevoegde dienst.
De in het eerste lid vermelde schuldenaars van bedrijfsvoorheffing moeten voor 1 maart een afschrift van het fiche, behoorlijk ingevuld, aan iedere verkrijger van inkomsten overhandigen om hem in staat te stellen eventueel zijn aangifte in de personenbelasting of in de belasting van niet-inwoners in te vullen.
§ 2. In afwijking van § 1 moeten de in artikel 270, 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing, tot staving van de overeenkomstig artikel 90, § 4, overgelegde aangifte, de in artikel 92, § 2, vermelde bijzondere opgave uiterlijk vier maand na het verstrijken van de periode waarop die opgave betrekking heeft, inleveren bij de overeenkomstig artikel 297 van hetzelfde Wetboek aangewezen controle "Buitenland".
