Artikel 93, KB/WIB 92
Art. 93 is van toepassing vanaf:
a) voor de schuldenaars waarvan het bedrag van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de inkomsten van het vorige jaar meer bedraagt of gelijk is aan 100.000 euro: vanaf de indiening van de fiches en samenvattende opgaven die betrekking hebben op het inkomstenjaar 2007 (aanslagjaar 2008);
b) voor alle overige schuldenaars: vanaf de indiening van de fiches en samenvattende opgaven die betrekking hebben op het inkomstenjaar 2008 (aanslagjaar 2009);
2° Wat de aangifte in de bedrijfsvoorheffing betreft:
a) voor de schuldenaars waarvan het bedrag van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de inkomsten van het vorige jaar meer bedraagt of gelijk is aan 100.000 euro: vanaf de indiening van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de belastbare inkomsten die betaald of toegekend zijn vanaf 01.01.2008;
b) voor alle overige schuldenaars: vanaf de indiening van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de belastbare inkomsten die betaald of toegekend zijn vanaf 01.01.2009
(art. 5, KB 03.06.2007 – B.S. 14.06.2007; Numac: 2007003312)
§ 1. Tot staving van de overeenkomstig de artikelen 90 en 91 ingediende aangiften moeten de in artikel 270, 1° tot 3° en 6°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde schuldenaars van bedrijfsvoorheffing de fiches en de samenvattende opgave, bedoeld in artikel 92, voor 1 maart van het jaar na dat waarop die fiches en die opgave betrekking hebben, indienen bij de bevoegde dienst.
De in het eerste lid vermelde schuldenaars van bedrijfsvoorheffing moeten voor 1 maart een afschrift van de fiche, behoorlijk ingevuld, aan iedere verkrijger van inkomsten overhandigen om hem in staat te stellen eventueel zijn aangifte in de personenbelasting of in de belasting van niet-inwoners in te vullen.
§ 2. De in artikel 270, 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing, moeten tot staving van de overeenkomstig artikel 90, § 4, ingediende aangifte, de in artikel 92, § 5, vermelde bijzondere opgave uiterlijk vier maand na het verstrijken van de periode waarop die opgave betrekking heeft, indienen bij de overeenkomstig artikel 297 van hetzelfde Wetboek aangewezen controle "Buitenland".
