Artikel 321septies, WIB 92

Art. 321septies, § 6 (vervangen) et § 7 (ingevoegd), treedt in werking de dag waarop de wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt (art. 9 en 19, W 20.12.2024; B.S. 31.12.2024; Numac: 2024011891)

[Deze titel vervolledigt de omzetting van de Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies en de Richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2011/16 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (art. 6, W 20.12.2024; B.S. 31.12.2024; Numac: 2024011891)]


§ 1. De rapporterende platformexploitant in de zin van artikel 321quater, 4°, b), registreert zich, indien hij niet heeft gekozen om zich in een andere lidstaat te registreren, bij de Belgische bevoegde autoriteit wanneer hij zijn activiteit als platformexploitant begint of uiterlijk op 31 maart 2023 indien hij deze activiteit reeds uitoefende voor de inwerkingtreding van deze bepaling.

§ 2. De platformexploitant verstrekt aan de Belgische bevoegde autoriteit, voor zijn unieke registratie:

a) zijn naam;

b) zijn postadres;

c) zijn e-mailadres, met inbegrip van websites;

d) elk TIN dat hem zou zijn toegekend;

e) een verklaring met informatie over de identificatie van die rapporterende platformexploitant voor btw-doeleinden binnen de Unie, overeenkomstig titel XII, hoofdstuk 6, afdelingen 2 en 3, van Richtlijn 2006/112 (EG) van de Raad;

f) de lidstaten waarvan de te rapporteren verkopers ingezetenen zijn, overeenkomstig artikel 321quinquies, § 4.

§ 3. De rapporterende platformexploitant stelt de Belgische bevoegde autoriteit in kennis van alle wijzigingen van de inlichtingen bepaald in § 2.

§ 4. De bevoegde autoriteit kent een individueel identificatienummer toe aan de rapporterende platformexploitant en deelt dit via elektronische weg mee aan de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten.

§ 5. Indien een rapporterende platformexploitant niet voldoet aan zijn rapportageverplichtingen zoals voorzien in artikel 321sexies, herroept de Belgische bevoegde autoriteit, na twee aanmaningen en het verstrijken van een termijn van ten minste 30 dagen en voor het verstrijken van een termijn van 90 dagen na de datum van de tweede aanmaning, de registratie van de rapporterende platformexploitant.

§ 6. De rapporterende platformexploitant waarvan de registratie werd herroepen overeenkomstig paragraaf 5 of door een andere lidstaat wordt slechts toegelaten om opnieuw te worden geregistreerd op voorwaarde van het leveren van voldoende waarborgen aan de Belgische bevoegde autoriteit van zijn engagement om zijn rapportageverplichtingen te vervullen, hieronder begrepen deze waaraan hij nog niet aan heeft voldaan in België of in de lidstaat waar hij voordien geregistreerd was.

§ 7. De Belgische bevoegde autoriteit verzoekt de Commissie om een rapporterende platformexploitant uit het centrale register te schrappen:

a) indien de platformexploitant de Belgische bevoegde autoriteit ervan in kennis stelt dat hij niet langer als platformexploitant actief is;

b) indien er, bij gebreke aan een kennisgeving bedoeld in de bepaling onder a), redenen zijn om te veronderstellen dat een platformexploitant zijn activiteiten heeft stopgezet;

c) indien de platformexploitant niet langer beantwoordt aan de voorwaarden bedoeld in artikel 321quater, eerste lid, 4°;

d) indien de Belgische bevoegde autoriteit de registratie heeft herroepen op grond van paragraaf 5.