Artikel 202, WIB 92

Art. 202, § 1, 3° (hersteld), § 2, eerste lid, inleidende zin, en § 4 (ingevoegd), treedt in werking op de dag van de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad en is van toepassing op de verrichtingen bedoeld in artikel 210, § 1, 1°, 1°bis of 4°, van hetzelfde Wetboek die vanaf die datum hebben plaatsgevonden (29.07.2025) (art. 25 en 31; progW 18.07.2025; B.S. 29.07.2025; Numac: 2025005578)


§ 1. Van de winst van het belastbare tijdperk worden mede afgetrokken, in zover zij erin voorkomen:

1° dividenden met uitzondering van inkomsten die zijn verkregen naar aanleiding van de afstand aan een vennootschap van haar eigen aandelen of naar aanleiding van de gehele of gedeeltelijke verdeling van het vermogen van een vennootschap;

2° in zover het een dividend betreft waarop de artikelen 186, 187 of 209 of gelijkaardige bepalingen naar buitenlands recht zijn toegepast, het positieve verschil tussen de verkregen sommen of de waarde van de ontvangen bestanddelen en de aanschaffings- of beleggingsprijs van de aandelen die worden verkregen, terugbetaald of geruild door de vennootschap die ze had uitgegeven, eventueel verhoogd met de desbetreffende voorheen uitgedrukte en niet vrijgestelde meerwaarden;

3° het bedrag dat geacht wordt toegekend te worden aan aandelen en winstbewijzen, hoe ook genaamd, ten gevolge van één van de verrichtingen bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater.

§ 2. De in paragraaf 1, 1° tot 3°, vermelde inkomsten, behalve voor zover deze voortkomen uit de toepassing van artikel 211, § 2, derde lid, of van bepalingen met een gelijkaardig effect in een andere Lidstaat van de Europese Economische Ruimte, zijn slechts aftrekbaar in zoverre:

1° op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van deze inkomsten, de vennootschap die de inkomsten verkrijgt in het kapitaal van de vennootschap die ze uitkeert, een deelneming bezit van ten minste 10 % of een deelneming bezit met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 euro die, indien deze vennootschap die de inkomsten verkrijgt geen kleine vennootschap is, de aard van financiële vaste activa heeft;

2° deze inkomsten betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden.

De omruiling van aandelen ingevolge verrichtingen als vermeld in artikel 45 of de vervreemding of verkrijging van aandelen ingevolge belastingneutrale verrichtingen als vermeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1 en 231, §§ 2 en 3, worden geacht niet te hebben plaatsgegrepen voor de toepassing van het eerste lid, 2°.

De voorwaarden vermeld in het eerste lid zijn evenwel niet van toepassing op de inkomsten:

1° die worden verkregen door beleggingsvennootschappen en gereglementeerde vastgoedvennootschappen;

2° die worden verleend of toegekend door de in artikel 180, eerste lid, 1°, bedoelde intercommunales, samenwerkingsverbanden, projectverenigingen, autonome gemeentebedrijven en verenigingen;

3° die worden verleend of toegekend door beleggingsvennootschappen en gereglementeerde vastgoedvennootschappen.

De in artikel 2, § 2, bedoelde fictie van niet overdracht van eigendom, is niet van toepassing voor de vaststelling of aan de in het eerste lid, 1°, bedoelde voorwaarde is voldaan.

De in § 1, eerste lid, 1° en 2°, bedoelde inkomsten verkregen uit hoofde van aandelen die verworven zijn krachtens een zakelijke-zekerheidsovereenkomst of een lening met betrekking tot financiële instrumenten zijn bovendien niet aftrekbaar.

§ 3. Van de winst van het belastbare tijdperk wordt eveneens de winst die wordt uitgekeerd door een in artikel 185/2, § 2, bedoelde buitenlandse vennootschap afgetrokken, in zover zij erin voorkomen en voor zover en in de mate dat de belastingplichtige heeft aangetoond dat deze winst reeds in een vorig belastbaar tijdperk als niet uitgekeerde winst in toepassing van artikel 185/2 in zijn hoofde werd belast en nog niet eerder werd vrijgesteld.

Voor toepassing van deze paragraaf wordt de winst van de buitenlandse vennootschap of de winst van een in een derde land gelegen inrichting van deze vennootschap die overeenkomstig artikel 185/2 in hoofde van de binnenlandse vennootschap werd belast, geacht eerst te zijn uitgekeerd.

§ 4. Van de winst van het belastbaar tijdperk worden eveneens dividenden afgetrokken in de mate dat zij er in voorkomen en voor zover en in de mate dat de belastingplichtige heeft aangetoond dat deze dividenden voortvloeien uit de realisatie van de bestanddelen die naar het buitenland zijn overgebracht als gevolg van één van de verrichtingen bedoeld in artikel 18, eerste lid, 2°quater, en tot ten hoogste het bedrag dat in toepassing van die bepaling in hoofde van de belastingplichtige als dividend werd aangemerkt.