Artikel 219sexies, WIB 92
Art. 219sexies (ingevoegd) is van toepassing vanaf aanslagjaar 2026 (art. 46 en 50, 1ste lid, W 18.12.2025 - B.S. 30.12.2025; Numac: 2025009647)
[Elke wijziging die vanaf 3 februari 2025 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, en die door de belastingplichtige niet wordt verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van de bepalingen van deze afdeling, blijft zonder uitwerking voor de toepassing van deze onderafdeling (art. 50, 2de lid, W 18.12.2025 - B.S. 30.12.2025; Numac: 2025009647)]
In hoofde van de vennootschappen die overeenkomstig artikel 192, § 1, vrijgestelde meerwaarden verwezenlijken op de in het tweede lid bedoelde aandelen, wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd.
Het toepassingsgebied van de in het eerste lid bedoelde afzonderlijke aanslag omvat de aandelen van een in artikel 203, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde beleggingsvennootschap of een in artikel 203, § 1, eerste lid, 2°bis, bedoelde beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een buitenlandse vennootschap, waarvan de uitgekeerde inkomsten in ten minste één van de voorgaande belastbare tijdperken in toepassing van de artikelen 202 en 203 van de winst werden afgetrokken.
De in het eerste lid bedoelde afzonderlijke aanslag wordt niet geheven op de vrijgestelde meerwaarde gerealiseerd op aandelen van private privaks, als bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders. De beleggingsvennootschappen die in een lidstaat van de Europese Unie beantwoorden aan de kenmerken van een alternatieve instelling voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 298 van de voormelde wet van 19 april 2014, waarvan de effecten volgens de in die lidstaat overeenkomstige bepalingen met betrekking tot het openbaar beroep op het spaarwezen privaat worden aangehouden, worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld met de private privaks bedoeld in artikel 298 van dezelfde wet.
Die aanslag wordt gevestigd voor het belastbare tijdperk tijdens hetwelk deze meerwaarden worden verwezenlijkt.
Die aanslag is gelijk aan 5 % van het totaal bedrag van de verwezenlijkte meerwaarden, in de mate dat die overeenkomstig artikel 192, § 1, worden vrijgesteld.
Deze afzonderlijke aanslag staat los van, en komt in voorkomend geval bovenop andere aanslagen die overeenkomstig andere bepalingen van dit Wetboek of in voorkomend geval in uitvoering van bijzondere wetsbepalingen verschuldigd zijn.
