Artikel 368, WIB 92
Art. 368 (vervangen) treedt in werking op de dag van de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad (30.12.2025) (art. 2 en 5, W 19.12.2025 - B.S. 30.12.2025; Numac: 2025009884)
[In afwijking van artikel 1385decies, vierde lid, en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek, is de aanvraag tot teruggave van niet-ingekohierde bedrijfsvoorheffing of roerende voorheffing, die is ingediend bij de bevoegde rechtbank binnen de termijnen bepaald in de artikelen 368 en 368/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, uiterlijk vóór de inwerkingtreding van de artikelen 2 en 3 van deze wet, ontvankelijk, ook al is het voorafgaandelijk door of krachtens de wet georganiseerd administratief beroep niet ingesteld. (art. 4 en 5, W 19.12.2025 - B.S. 30.12.2025; Numac: 2025009884)]
Bij gebrek aan een kennisgeving van de inning van de bedrijfsvoorheffing en de roerende voorheffing op een andere wijze dan per kohier, moet de teruggave van deze voorheffingen, die ten onrechte aan de Schatkist werden gestort, worden gevraagd door middel van een bezwaarschrift zoals bepaald in artikel 366, binnen een termijn van vijf jaar vanaf 1 januari van het jaar waarin deze voorheffingen gestort zijn geweest.
