Artikel 201, WIB 92

Art. 201, § 1, eerste lid, inleidende zin, en § 2 (opgeheven), treedt in werking vanaf aanslagjaar 2027 (art. 32, 7° en 8°, en 33, 2de lid, W 18.12.2025 - B.S. 30.12.2025; Numac: 2025009647)


De in artikel 69, eerste lid, 1°, en derde lid, bedoelde basisaftrek van de investeringsaftrek bedraagt:

1° voor vaste activa verkregen of tot stand gebracht door een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin die investeringen worden verricht, 10 % van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de nieuwe materiële of immateriële vaste activa voor zover deze vaste activa rechtstreeks verband houden met de bestaande of geplande economische werkzaamheid die door de vennootschap werkelijk wordt uitgeoefend.

1/1° voor digitale vaste activa verkregen of tot stand gebracht door een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin die investeringen worden verricht, het basispercentage, zoals bedoeld in de bepaling onder 1°, verhoogd met 10 percentpunten;

2° voor vaste activa verkregen of tot stand gebracht door een vennootschap die niet vermeld wordt in de bepalingen onder 1° en 1°/1, 0 %

De in het eerste lid bedoelde aftrek wordt altijd in één keer toegepast.

De belastingplichtige die onherroepelijk heeft geopteerd voor het in artikel 289quater vermelde belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling, kan niet meer genieten van de in de artikelen 69, eerste lid, 3°, en 70, vermelde investeringsaftrek.

(...)