Artikel 323/1, WIB 92

Art. 323/1, § 1, tweede lid (opgeheven), is van toepassing vanaf 01.01.2026 (art. 83 en 90, 6de lid, W 18.12.2025 - B.S. 30.12.2025; Numac: 2025009647)


§ 1. Wanneer een kredietinstelling of -organisme of een verzekeringsonderneming een attest aflevert met het oog op het bekomen van een belastingvoordeel als bedoeld in de artikelen 145^1, 2° en 3°, 145^37 tot 145^42 en 145^46ter tot 145^46quinquies, is zij er jaarlijks toe gehouden om aan de administratie de gegevens mee te delen met betrekking tot individueel gesloten levensverzekeringscontracten en hypothecaire leningsovereenkomsten.

(...)

§ 2. De in paragraaf 1 vermelde mededeling geschiedt binnen de termijn en in de vorm die door de Koning wordt bepaald. Hij bepaalt eveneens de gegevens die moeten worden meegedeeld.

§ 3. Met als enig doel de verplichtingen van paragraaf 1 na te komen, hebben de in paragraaf 1 bedoelde kredietinstellingen en -organismen en verzekeringsondernemingen de toelating om het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen evenals het identificatienummer toegekend door de Kruispuntbank van de sociale zekerheid bedoeld in artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, te verzamelen, te verwerken en mede te delen om de cliënten te identificeren.

Wanneer het voormeld identificatienummer van een cliënt reeds voor andere doeleinden in het bezit is van de in paragraaf 1 bedoelde kredietinstellingen en -organismen en verzekeringsondernemingen, mag het gebruikt worden voor de naleving van de in paragraaf 1 bedoelde verplichting.