Artikel 164, KB/WIB 92
Art. 164, § 1, is van toepassing vanaf 20.06.1997 (art. 9, KB 20.05.1997 - B.S. 10.06.1997; Numac: 1997003253)
§ 1. Onder voorbehoud van het bepaalde in de artikelen 433 tot 442bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zijn alle pachters, huurders, ontvangers, agenten, huismeesters, notarissen, gerechtsdeurwaarders, griffiers, curatoren, vertegenwoordigers en andere bewaarnemers en schuldenaars van aan een belastingschuldige verschuldigde of toebehorende inkomsten, sommen en zaken, verplicht, op het hun door de bevoegde ontvanger bij ter post aangetekende brief gedane verzoek, te betalen met het voor beslag vatbare gedeelte van de inkomsten, sommen en zaken die zij verschuldigd zijn of die zij onder zich houden en met kwijting insluitend gevolg voor de belastingschuldige, tot beloop van het bedrag, geheel of gedeeltelijk, dat door deze laatste verschuldigd is uit hoofde van belastingen, belastingverhogingen, nalatigheidsinteresten, boeten en kosten van vervolging of tenuitvoerlegging.
§ 2. Betaling mag evenwel slechts van de derden-houders worden gevorderd naarmate hun verplichtingen ten opzichte van de belastingschuldige vervallen, maar de ontvanger moet het verzoek niet hernieuwen zolang de oorzaken ervan niet gekweten zijn.
§ 3. Het in § 1 vermelde verzoek geldt als aanmaning met verzet tegen afgifte van de inkomsten, sommen en zaken.
Het geeft aanleiding tot het opmaken van het bericht van beslag ingevoerd door artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek. Dit bericht wordt evenwel aangelegd door de met de invordering belaste ontvanger die het aan de griffier van de rechtbank van eerste aanleg zendt binnen 24 uren na het neerleggen ter post van het bij aangetekende brief gedane verzoek.
§ 4. Indien de derden-houders niet aan het in § 1 vermelde verzoek kunnen voldoen binnen 15 dagen na het neerleggen ter post van dit verzoek, zijn zij verplicht binnen deze termijn, bij ter post aangetekende brief gericht aan de ontvanger, de verklaring te doen welke voorzien is in artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek.
Zij zijn eveneens verplicht de ontvanger bij ter post aangetekende brief en binnen 15 dagen in te lichten over alle nieuwe gegevens die na het neerleggen van hun verklaring aan het licht zouden komen.
§ 5. Ingeval de derden-houders niet voldoen aan de verplichtingen die uit de voorgaande paragrafen voortvloeien, worden zij vervolgd alsof zij rechtstreeks schuldenaars waren.
§ 6. De ontvanger geeft aan de belastingschuldige bij ter post aangetekende brief kennis van de aan de betalingen gegeven bestemming.
