Artikel 164, KB/WIB 92

Art. 164 is van toepassing vanaf 11.06.2017 (art. 1, KB 22.05.2017 - B.S. 01.06.2017; Numac: 2017011831)

§ 1. De bevoegde ontvanger kan, bij een aangetekende brief, uitvoerend beslag onder derden leggen op de aan een belastingschuldige verschuldigde of toebehorende sommen en zaken, tot beloop van het bedrag, geheel of gedeeltelijk, dat door deze laatste verschuldigd is uit hoofde van belastingen, voorheffingen, belastingverhogingen, nalatigheidsinteresten, boeten en kosten van vervolging of tenuitvoerlegging.

Dit beslag heeft uitwerking vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde.

§ 1/1. Vanaf de datum van de inwerkingtreding van het akkoord dat hiervoor tussen de derde-beslagene en de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt gesloten, kan de bevoegde ontvanger het in § 1 bedoelde beslag onder derden leggen door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden.

Dit akkoord blijft van toepassing zolang de derde-beslagene het niet uitdrukkelijk bij een aangetekende brief heeft opgezegd. De opzegging gaat in vanaf de eerste dag van de derde maand volgend op de ontvangst van de kennisgeving ervan door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën.

In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid bedoeld in het eerste lid, heeft het beslag onder derden uitwerking vanaf de datum van ontvangstmelding van het beslag onder derden door de derde-beslagene.

Wanneer eenzelfde beslag onder derden achtereenvolgens wordt gelegd volgens de procedures voorzien respectievelijk in het eerste lid van deze paragraaf en § 1, eerste lid, zal het beslag onder derden gelegd overeenkomstig § 1, eerste lid, slechts primeren indien de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde zoals bepaald in § 1, tweede lid, de datum van ontvangstmelding van het beslag onder derden door de derde-beslagene zoals bepaald in het derde lid van deze paragraaf, voorafgaat.

De informatie opgenomen in de in §§ 1 en 1/1 bedoelde kennisgeving van het beslag, is dezelfde, ongeacht of ze wordt meegedeeld door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken wordt gebruikt of door een aangetekende brief.

De oorsprong en de integriteit van de inhoud van de in §§ 1 en 1/1 bedoelde kennisgeving van het beslag moeten, in geval van verzending door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, worden verzekerd door middel van aangepaste beveiligingstechnieken.

Opdat de kennisgeving van het beslag op geldige wijze als beslag onder derden zou gelden, moet een digitaal certificaat worden gebruikt.

Ongeacht de toegepaste techniek, wordt er gegarandeerd dat enkel de gerechtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het digitaal certificaat wordt gecreëerd.

De gevolgde procedures moeten bovendien toelaten dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld.

Met als enig doel de in deze paragraaf vermelde bepalingen uit te voeren, wordt de beslagen belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft.

§ 1/2. Het beslag wordt eveneens bij aangetekende brief aan de belastingschuldige aangezegd. Indien de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft, geschiedt de aanzegging van het beslag bij aangetekende brief aan de procureur des Konings te Brussel.

De belastingschuldige kan tegen het beslag onder derden bij aangetekende brief verzet aantekenen bij de bevoegde ontvanger binnen de vijftien dagen te rekenen vanaf de afgifte van de aanzegging van het beslag bij de aanbieder van de universele postdienst. De belastingschuldige moet binnen dezelfde termijn bij aangetekende brief de derde-beslagene inlichten.

Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de Minister van Justitie.

§ 2. Het in §§ 1 en 1/1 bedoelde beslag geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de bevoegde ontvanger, van een bericht van beslag zoals bedoeld in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek.

Onder voorbehoud van het bepaalde in §§ 1, 1/1 en 1/2, zijn op dit beslag de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste en tweede lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek, met dien verstande dat:

1° de derde-beslagene zijn verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag eveneens door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden aan de betrokken ontvanger kan doen indien het beslag onder derden volgens de procedure bepaald in § 1/1, eerste lid, werd gelegd; in dit geval is de datum van de verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag de datum van ontvangstmelding die door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt verzonden;

2° de derde-beslagene er overeenkomstig artikel 1543 van het Gerechtelijk Wetboek toe gehouden is op overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag, afgifte te doen van het bedrag van het in paragraaf 1/2, eerste lid, bedoeld beslag. Wanneer het beslag onder derden wordt gelegd volgens de in paragraaf 1/1, eerste lid, voorziene procedure, wordt de overlegging van een afschrift van de aanzegging van het beslag geacht te zijn vervuld door de mededeling aan de derde-beslagene van de datum van de afgifte van de aanzegging van het beslag bij de aanbieder van de universele postdienst. In dat geval gebeurt de mededeling eveneens door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden;

3° de afgifte van het bedrag van het beslag geschiedt in handen van de bevoegde ontvanger.

Met als enig doel de in deze paragraaf vermelde bepalingen uit te voeren, wordt de beslagen belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft.

§ 4. De kosten voor de aangetekende brieven beoogd in de paragrafen 1, 1/2 en 3 zijn ten laste van de belastingschuldige.

§ 5. De belastingschuldige wordt op de hoogte gebracht van de bestemming van de betalingen en van het saldo na de betalingen.