Artikel 164, KB/WIB 92
Art. 164 is van toepassing vanaf 01.01.2014 (art. 1 et 3, KB 07.11.2013 - B.S. 14.11.2013; Numac: 2013003336)
§ 1. De bevoegde ontvanger kan, bij een ter post aangetekende brief, uitvoerend beslag onder derden leggen op de aan een belastingschuldige verschuldigde of toebehorende sommen en zaken, tot beloop van het bedrag, geheel of gedeeltelijk, dat door deze laatste verschuldigd is uit hoofde van belastingen, voorheffingen, belastingverhogingen, nalatigheidsinteresten, boeten en kosten van vervolging of tenuitvoerlegging. (...)
Dit beslag heeft uitwerking vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde.
(...)
(...)
§ 1/1. Vanaf de datum van de inwerkingtreding van het akkoord dat hiervoor tussen de derde-beslagene en de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt gesloten, kan de ontvanger het in § 1 bedoelde beslag leggen door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden.
Dit akkoord blijft van toepassing zolang de derde-beslagene het niet uitdrukkelijk bij een ter post aangetekende brief heeft opgezegd. De opzegging gaat in vanaf de eerste dag van de derde maand volgend op de ontvangst van de kennisgeving ervan door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën.
In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid bedoeld in het eerste lid, heeft het beslag uitwerking vanaf de datum van ontvangstmelding van het beslag door de derde-beslagene.
Wanneer eenzelfde beslag achtereenvolgens wordt gelegd volgens de procedures voorzien respectievelijk in het eerste lid van deze paragraaf en § 1, eerste lid, zal het beslag gelegd overeenkomstig § 1, eerste lid, slechts primeren indien de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde zoals bepaald in § 1, tweede lid, de datum van ontvangstmelding van het beslag door de derde-beslagene zoals bepaald in het derde lid van deze paragraaf, voorafgaat.
De informatie opgenomen in de in §§ 1 en 1/1 bedoelde kennisgeving van het beslag, is dezelfde, ongeacht of ze wordt meegedeeld door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken wordt gebruikt of door een bij ter post aangetekend schrijven.
De oorsprong en de integriteit van de inhoud van de in §§ 1 en 1/1 bedoelde kennisgeving van het beslag moeten, in geval van verzending door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, worden verzekerd door middel van aangepaste beveiligingstechnieken.
Opdat de kennisgeving van het beslag op geldige wijze als beslag onder derden zou gelden, moet een digitaal certificaat worden gebruikt.
Ongeacht de toegepaste techniek, wordt er gegarandeerd dat enkel de gerechtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee het digitaal certificaat wordt gecreëerd.
De gevolgde procedures moeten bovendien toelaten dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld.
Met als enig doel de in deze paragraaf vermelde bepalingen uit te voeren, wordt de beslagen belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft.
§ 1/2. Het beslag wordt eveneens bij een ter post aangetekende brief aan de belastingschuldige aangezegd. Indien de belastingschuldige geen gekende woonplaats meer heeft, geschiedt de aanzegging van het beslag bij een ter post aangetekende brief aan de procureur des Konings te Brussel.
De belastingschuldige kan tegen het beslag bij ter post aangetekende brief verzet aantekenen bij de bevoegde ontvanger binnen de 15 dagen te rekenen vanaf de afgifte ter post van de aanzegging van het beslag. De belastingschuldige moet binnen dezelfde termijn bij ter post aangetekende brief de derde-beslagene inlichten.
Wanneer het beslag slaat op inkomsten bedoeld in de artikelen 1409, §§ 1 en 1bis, en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek, bevat de aanzegging, op straffe van nietigheid, het aangifteformulier voor kind ten laste waarvan het model bepaald is door de Minister van Justitie.
§ 2. Het in §§ 1 en 1/1 bedoelde beslag geeft aanleiding tot het opmaken en het verzenden, door de met de invordering belaste ontvanger, van een bericht van beslag zoals bedoeld in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. Onder voorbehoud van het bepaalde in §§ 1, 1/1 en 1/2, zijn op dit beslag de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste en tweede lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek, met dien verstande dat:
- de derde-beslagene zijn verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag eveneens door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken gebruikt worden aan de betrokken ontvanger kan doen indien het beslag volgens de procedure voorzien in § 1/1, eerste lid, werd gelegd; in dit geval is de datum van de verklaring van de sommen of zaken die het voorwerp zijn van het beslag de datum van ontvangstmelding die door de bevoegde dienst van de Federale Overheidsdienst Financiën wordt verzonden;
- de afgifte van het bedrag van het beslag geschiedt in handen van de bevoegde ontvanger.
Met als enig doel de in deze paragraaf vermelde bepalingen uit te voeren, wordt de beslagen belastingschuldige geïdentificeerd ofwel door het identificatienummer van het Rijksregister of, bij gebrek daaraan, het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wanneer het een natuurlijke persoon betreft, ofwel door het identificatienummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen wanneer het een rechtspersoon betreft.
§ 4. De kosten voor de ter post aangetekende brieven beoogd in de paragrafen 1, 1/2 en 3 zijn ten laste van de belastingschuldige.
§ 5. De belastingschuldige wordt op de hoogte gebracht van de bestemming van de betalingen en van het saldo na de betalingen.
