Artikel 184quater, WIB 92
Art. 184quater, zesde lid (ingevoegd), treedt in werking vanaf aanslagjaar 2026 (art. 16 en 22, 3de lid; progW 18.07.2025; B.S. 29.07.2025; Numac: 2025005578)
Een vennootschap die als kleine vennootschap wordt aangemerkt, kan een liquidatiereserve aanleggen.
Deze liquidatiereserve wordt gevormd door een gedeelte of het geheel van de boekhoudkundige winst na belasting over te boeken naar één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief.
De liquidatiereserve moet op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief worden geboekt en blijven en mag niet tot grondslag dienen voor enige beloning of toekenning.
De belastingplichtige moet bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen vanaf het aanslagjaar waarin de liquidatiereserve wordt aangelegd, een opgave voegen waarvan het model door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld.
Indien een gedeelte van de liquidatiereserve wordt aangetast, worden de oudst gevormde reserves geacht eerst te zijn aangetast.
Deze liquidatiereserve kan niet worden aangelegd zolang de in het eerste lid bedoelde vennootschap aandelen of deelbewijzen van een Carried interest vehikel bezit, daaronder begrepen het jaar waarin deze aandelen of deelbewijzen definitief zijn vervreemd en voor zover deze aldus onrechtstreeks worden aangehouden door een Carried interest begunstigde.
