Artikel 184quater, WIB 92

Art. 184quater, eerste lid, is van toepassing voor de belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 01.01.2016 (art. 48 en 63, W 18.12.2015 - B.S. 30.12.2015; Numac: 2015011510 - err. B.S. 13.01.2016)


Een vennootschap die op grond van artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen, als kleine vennootschap wordt aangemerkt, kan een liquidatiereserve aanleggen.

Deze liquidatiereserve wordt gevormd door een gedeelte of het geheel van de boekhoudkundige winst na belasting over te boeken naar één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief.

De liquidatiereserve moet op één of meer afzonderlijke rekeningen van het passief worden geboekt en blijven en mag niet tot grondslag dienen voor enige beloning of toekenning.

De belastingplichtige moet bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen vanaf het aanslagjaar waarin de liquidatiereserve wordt aangelegd, een opgave voegen waarvan het model door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld.

Indien een gedeelte van de liquidatiereserve wordt aangetast, worden de oudst gevormde reserves geacht eerst te zijn aangetast.