Artikel 90, KB/WIB 92
Art. 90, § 1, § 3 en § 4 is van toepassing vanaf:
1° Wat de opmaak van fiches en samenvattende opgaven betreft:
a) voor de schuldenaars waarvan het bedrag van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de inkomsten van het vorige jaar meer bedraagt of gelijk is aan 100.000 euro: vanaf de indiening van de fiches en samenvattende opgaven die betrekking hebben op het inkomstenjaar 2007 (aanslagjaar 2008);
b) voor alle overige schuldenaars: vanaf de indiening van de fiches en samenvattende opgaven die betrekking hebben op het inkomstenjaar 2008 (aanslagjaar 2009);
2° Wat de aangifte in de bedrijfsvoorheffing betreft:
a) voor de schuldenaars waarvan het bedrag van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de inkomsten van het vorige jaar meer bedraagt of gelijk is aan 100.000 euro: vanaf de indiening van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de belastbare inkomsten die betaald of toegekend zijn vanaf 01.01.2008;
b) voor alle overige schuldenaars: vanaf de indiening van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de belastbare inkomsten die betaald of toegekend zijn vanaf 01.01.2009
(art. 3, KB 03.06.2007 - B.S. 14.06.2007; Numac: 2007003312)
§ 1. De schuldenaars van bedrijfsvoorheffing, die in artikel 87, 1° tot 7°, vermelde belastbare inkomsten hebben betaald of toegekend, moeten binnen de in artikel 412 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 gestelde termijn langs elektronische weg een aangifte in de bedrijfsvoorheffing indienen bij de bevoegde ontvanger van de directe belastingen en de verschuldigde bedrijfsvoorheffing bij dezelfde ambtenaar betalen volgens de regels van hoofdstuk III, afdeling III.
Door de schuldenaars van bedrijfsvoorheffing moet eveneens langs elektronische weg een aangifte worden ingediend ingeval:
- zij voor een bepaalde periode geen in artikel 87, 1° tot 7°, vermelde belastbare inkomsten hebben betaald of toegekend;
- zij in artikel 87, 1° tot 7°, vermelde belastbare inkomsten hebben betaald of toegekend waarop echter volgens de schalen en de regels waarvan sprake in artikel 88 geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd is.
De schuldenaars zijn vrijgesteld van de verplichting tot indiening langs elektronische weg zolang zij en in voorkomend geval de persoon die gemachtigd is de bedoelde aangiften namens hen in te dienen, niet over de nodige geïnformatiseerde middelen beschikken om aan deze verplichting te voldoen. In dit geval moet de indiening van deze aangiften geschieden op papier.
De Minister van Financiën of zijn gedelegeerde stelt het model van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing vast en bepaalt de modaliteiten met betrekking tot haar indiening.
§ 2. Iedere niet in artikel 270, 5°, van hetzelfde Wetboek vermelde schuldenaar van bedrijfsvoorheffing moet bij de in § 1 vermelde ontvanger een registratienummer aanvragen dat hij bij iedere aangifte in de bedrijfsvoorheffing, alsook bij iedere betaling van bedrijfsvoorheffing dient te vermelden.
Wanneer een geregistreerde schuldenaar van bedrijfsvoorheffing niet langer als schuldenaar van bedrijfsvoorheffing kan worden aangemerkt, dient hij onmiddellijk de ambtenaar bij wie hij in die hoedanigheid is geregistreerd daarvan in kennis te stellen en moet hij terzelfdertijd de schrapping van het registratienummer vragen.
Het registratienummer omvat eventueel het nummer dat de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing heeft gekregen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.
§ 3. (...)
§ 4. Voor de toepassing van § 1 moeten de in artikel 270, 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing binnen vijftien dagen na het verstrijken van de maand waarin de in artikel 87, 7°, vermelde inkomsten overeenkomstig artikel 364 van hetzelfde Wetboek geacht worden te zijn toegekend, een aangifte in de bedrijfsvoorheffing indienen bij de ontvanger van de directe belastingen te Brussel "Buitenland" en de verschuldigde bedrijfsvoorheffing door storting of overschrijving op postrekening 679-2002400-29 van de voormelde ontvanger betalen volgens de regels van hoofdstuk III, afdeling III.
