Artikel 100, WIB 92
Art. 100, eerste lid, 2°, inleidende zin, is van toepassing op de inkomsten verkregen vanaf 01.01.2012 (art. 7 en 39, 3de lid, W 13.12.2012 - B.S. 20.12.2012; Numac: 2012003381)
[Vernietiging van art. 5, W 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen door Arrest nr. 93/2014 van 19.06.2014 van het Grondwettelijk Hof (B.S. 10.07.2014, ed. 2). Het arrest handhaaft de gevolgen van de vernietigde bepalingen voor de inkomsten van de jaren 2012 en 2013]
De in artikel 90, 5°, vermelde inkomsten worden in aanmerking genomen:
1° met betrekking tot de onderverhuring of de overdracht van huur van onroerende goederen, naar het verschil tussen de volgende twee grootheden:
a) het totale bedrag van de door de huurder of overdrager verkregen huurprijs en andere huurvoordelen en van de huurwaarde van de lokalen die hij zelf betrekt;
b) het totale bedrag van de door de huurder of overdrager betaalde huurprijs en huurlasten en van de kosten die hij verantwoordt in het belastbare tijdperk te hebben gedaan of gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden;
2° met betrekking tot de concessie van het recht om plakbrieven of andere reclamedragers te plaatsen of de concessie van het recht om apparatuur bestemd voor de verspreiding van de mobiele telefonie te plaatsen, naar het verschil tussen de volgende twee grootheden:
a) het totale bedrag van de door de overdrager verkregen bedragen en voordelen;
b) het totale bedrag van de kosten die de overdrager verantwoordt tijdens het belastbare tijdperk te hebben gedaan of gedragen om die inkomsten te verkrijgen of te behouden; bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens worden die kosten forfaitair vastgesteld op 5 % van de verkregen bedragen en voordelen.
In beide gevallen worden de voordelen die ineens worden verkregen of de kosten die ineens worden gedaan over de gehele duur van het huurcontract of van de concessie verdeeld.
