Artikel 108, WIB 92

Art. 108, tweede lid, is van toepassing op de giften die werkelijk zijn betaald vanaf 01.01.2009 (art. 14 en 35, W 22.12.2009 - B.S. 31.12.2009; Numac: 2009003483 - err. B.S. 02.04.2010 - err. B.S. 14.03.2011)

De Koning bepaalt de verplichtingen en de formaliteiten die de begiftigden moeten vervullen opdat de giften voor aftrek in aanmerking kunnen komen.

Wat de giften bedoeld in artikel 104, 3° tot 4°bis aan verenigingen of instellingen uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte betreft, moet de belastingplichtige het bewijs ter beschikking houden van de administratie dat de vereniging of instelling uit een andere lidstaat gelijkwaardig is aan een in hetzelfde artikel bedoelde Belgische vereniging of instelling en, in voorkomend geval, dat de vereniging of instelling uit een andere lidstaat op vergelijkbare wijze is erkend, dit wil zeggen volgens dezelfde voorwaarden als de in artikel 110, eerste en tweede lid, bedoelde voorwaarden.