Artikel 125, WIB 92
Art. 125 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1992 (art. 72, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
Voor de toepassing van het pensioensparen en van artikel 34, § 1, 3°, wordt verstaan onder:
1° collectieve spaarrekening, de delen van instellingen voor collectieve belegging die door de Minister van Financiën onder de door de Koning bepaalde voorwaarden zijn erkend voor het vormen van spaartegoeden die beschikbaar worden bij leven of bij overlijden; die delen worden op naam ingeschreven bij een van in artikel 124, eerste lid, vermelde instellingen en ondernemingen;
2° individuele spaarrekening, de door de belastingplichtige aangeschafte roerende waarden en, bijkomend, de op rekening gehouden bedragen, met het oog op het vormen van een spaartegoed dat beschikbaar wordt bij leven of bij overlijden; die waarden en bedragen worden op naam ingeschreven bij een van de in artikel 124, eerste lid, vermelde instellingen of ondernemingen;
3° spaarverzekering, de verzekering door de belastingplichtige op zijn hoofd aangegaan om een pensioen, een rente of een kapitaal bij leven of bij overlijden te vestigen bij een in artikel 124, tweede lid, vermelde verzekeringsonderneming.
