Artikel 128, WIB 92

Met ingang van het aanslagjaar 2002 wordt het in dit artikel opgenomen bedrag in euro uitgedrukt (art. 1, KB 20.07.2000 - B.S. 30.08.2000; Numac: 2000003467 - err. B.S. 08.03.2001; en art. 42, 5°, KB 13.07.2001 - B.S. 11.08.2001; Numac: 2001003362 - err. B.S. 21.12.2001)

Voor de toepassing van deze afdeling en voor de berekening van de belasting worden gehuwde personen niet als echtgenoten maar als alleenstaanden aangemerkt:

1° voor het jaar van het huwelijk;

2° vanaf het jaar na dat waarin de feitelijke scheiding heeft plaatsgevonden, voor zover die scheiding in het belastbare tijdperk niet ongedaan is gemaakt;

3° voor het jaar van de ontbinding van het huwelijk of van de scheiding van tafel en bed;

4° wanneer een echtgenoot beroepsinkomsten heeft van meer dan 6.700 euro die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op de andere inkomsten van het gezin.

In deze gevallen worden twee afzonderlijke aanslagen gevestigd en wordt de belasting voor elke betrokkene bepaald naar zijn eigen inkomsten en die van zijn kinderen waarvan hij het wettelijk genot heeft.

Deze twee afzonderlijke aanslagen worden evenwel, in het geval beoogd onder het eerste lid, 2°, ingekohierd op naam van de beide echtgenoten.