Artikel 12, WIB 92

Art. 12, § 3, is van toepassing met ingang van aanslagjaar 2006 (art. 387 en 413, 2de lid, progW 27.12.2004 - B.S. 31.12.2004; Numac: 2004021170 – err. B.S. 18.01.2005)

[Art. 12, § 3, zoals ingevoegd door de programmawet van 27.12.2004, is niet van toepassing op het kadastraal inkomen van de eigen woning voor zover voldaan wordt aan de overgangsbepalingen van art. 526, WIB 92]


§ 1. Vrijgesteld is het kadastraal inkomen van de onroerende goederen of delen van onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst of van de vrijzinnige morele dienstverlening, voor onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen.

§ 2. Onverminderd de heffing van de onroerende voorheffing zijn vrijgesteld de inkomsten van in België gelegen onroerende goederen die bij loopbaanpacht worden verhuurd. Dezelfde vrijstelling geldt voor pachtovereenkomsten van gronden die opgesteld zijn bij authentieke akte en die voorzien in een eerste gebruiksperiode van minimaal achttien jaar.

§ 3. Onverminderd de heffing van de onroerende voorheffing is vrijgesteld het kadastraal inkomen van de woning die de belastingplichtige betrekt en waarvan hij eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is.

Wanneer de belastingplichtige meer dan één woning betrekt, wordt de vrijstelling toegekend voor één enkele woning naar zijn keuze.

De vrijstelling wordt eveneens toegekend wanneer de woning om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk door de belastingplichtige wordt betrokken.

De vrijstelling wordt niet toegekend voor het deel van de woning dat wordt gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid van de belastingplichtige of van een van zijn gezinsleden of dat wordt betrokken door personen die geen deel uitmaken van zijn gezin.

Wanneer gehuwde belastingplichtigen meer dan één woning betrekken, wordt de vrijstelling slechts toegekend voor de door de echtgenoten gekozen woning die zij beide betrekken. De vrijstelling mag eveneens worden toegekend voor een woning die de echtgenoten of één van hen om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk betrekken.