Artikel 136, WIB 92
Met ingang van het aanslagjaar 2002 wordt het in dit artikel opgenomen bedrag in euro uitgedrukt (art. 1, KB 20.07.2000 - B.S. 30.08.2000; Numac: 2000003467 - err. B.S. 08.03.2001; en art. 42, 5°, KB 13.07.2001 - B.S. 11.08.2001; Numac: 2001003362 - err. B.S. 21.12.2001)
Als ten laste van echtgenoten of van alleenstaanden worden aangemerkt, mits zij deel uitmaken van hun gezin op 1 januari van het aanslagjaar en zij persoonlijk in het belastbare tijdperk geen bestaansmiddelen hebben gehad die meer dan 1.500 euro netto bedragen:
1° hun kinderen;
2° hun ascendenten;
3° hun zijverwanten tot en met de tweede graad;
4° personen van wie de belastingplichtige als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste is geweest.
Bron: FisconetPlus
