Artikel 145^31, WIB 92
Art. 145^31, vierde lid, is van toepassing vanaf 01.01.2009 (art. 55, progW 08.06.2008 - B.S. 16.06.2008; Numac: 2008202045)
Een belastingvermindering wordt verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor de beveiliging van een woning tegen inbraak of brand waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder, vruchtgebruiker of huurder is.
De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die:
a) genomen zijn als werkelijke beroepskosten;
b) recht geven op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;
c) in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 104, 8°, 145^24, 145^25 of 145^30.
De belastingvermindering is gelijk aan 50 % van de in het eerste lid bedoelde uitgaven.
Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 500 euro per woning bedragen.
Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde woning evenredig omgedeeld in functie van:
- het aandeel van elk der echtgenoten in het kadastraal inkomen van die woning, voor de echtgenoten die eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker zijn;
- het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten, voor echtgenoten die huurder zijn.
De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de werken met betrekking tot de uitgaven bedoeld in het eerste lid moeten voldoen.
Hij zal bij de wetgevende kamers, onmiddellijk indien ze in zitting zijn, zoniet bij de opening van de eerstvolgende zitting, een wetsontwerp indienen tot bekrachtiging van de ter uitvoering van het vorige lid genomen besluiten.
De Koning bepaalt tevens de toepassingsmodaliteiten van de vermindering.
