Artikel 145^36, WIB 92
Art. 145^36 (onderafdeling IIseptdecies en volledig artikel) treedt in werking vanaf aanslagjaar 2013 (art. 30, 31 en 39, 8ste lid, W 13.12.2012 - B.S. 20.12.2012)
Er wordt een belastingvermindering verleend voor het niet door subsidies gedekte gedeelte van de in het belastbaar tijdperk werkelijk betaalde uitgaven die de eigenaar van niet verhuurde gebouwde onroerende goederen, delen van gebouwde onroerende goederen of landschappen die zijn beschermd overeenkomstig de wetgeving op het behoud van Monumenten en Landschappen of volgens een gelijkaardige wetgeving in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, heeft gedaan voor het onderhoud en de restauratie ervan, voor zover die onroerende goederen, delen van onroerende goederen of landschappen, voor het publiek toegankelijk zijn.
De belastingvermindering is niet van toepassing op de uitgaven die:
a) in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;
b) recht geven op de in artikel 69 vermelde investeringsaftrek;
c) in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 145^24, 145^25, 145^28, 145^30 en 145^31.
Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, is gelijk aan 50 % van de tijdens het belastbare tijdperk werkelijk betaalde uitgaven en mag per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 25.000 euro (basisbedrag).
De belastingvermindering is gelijk aan 30 % van het in aanmerking te nemen bedrag.
In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten.
De Koning regelt de uitvoering van deze bepaling en bepaalt inzonderheid wat, voor de toepassing van de belastingwet, wordt verstaan onder 'voor het publiek toegankelijk' zijn.
