Artikel 145^4, WIB 92
Art. 145^4, 2°, b), is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2006 (art. 173, W 27.12.2005 - B.S. 30.12.2005; Numac: 2005021183 - err. B.S. 31.01.2006)
[Overgangsbepaling: tot 31.12.2008, worden bijdragen en premies die zijn betaald in uitvoering van contracten die niet voldoen aan de nieuwe begunstigingsclausule bedoeld in de artikelen 145^4 en 145^9 van het WIB 92 zoals ze zijn gewijzigd bij de artikelen 173 en 174, W 27.12.2005, toch in aanmerking genomen voor de aldaar bedoelde belastingvermindering; indien gedurende die periode van drie jaar uitbetalingen aan begunstigden worden verricht, moeten de nieuwe regels worden in aanmerking genomen voor het bepalen van de persoon die de belasting verschuldigd is, onverminderd het feit dat het contract niet formeel is aangepast]
De in artikel 145^1, 2°, vermelde bijdragen komen voor vermindering in aanmerking op voorwaarde dat:
1° het levensverzekeringscontract is aangegaan:
a) door de belastingplichtige die daarbij alleen zichzelf heeft verzekerd;
b) vóór de leeftijd van 65 jaar; contracten die tot na de oorspronkelijk bepaalde termijn verlengd, opnieuw van kracht gemaakt, gewijzigd of verhoogd worden wanneer de verzekerde de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, worden geacht niet vóór die leeftijd te zijn aangegaan;
c) voor een minimumlooptijd van 10 jaar wanneer het in voordelen bij leven voorziet;
2° de voordelen van het contract bedongen zijn:
a) bij leven, ten gunste van de belastingplichtige vanaf de leeftijd van 65 jaar;
b) bij overlijden:
- wanneer het levensverzekeringscontract dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening die voor een woning is aangegaan, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van die woning verwerven;
- in alle andere gevallen, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige;
3° die bijdragen niet geheel of gedeeltelijk in aanmerking kunnen komen voor de toepassing van artikel 52, 7°bis.
