Artikel 145^6, WIB 92
Art. 145^6, eerste lid, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2006 (art. 399 en 413, progW 27.12.2004 - B.S. 31.12.2004; Numac: 2004021170 - err. B.S. 18.01.2005; art. 413 gewijzigd door art. 183, W 27.12.2005 - B.S. 30.12.2005; Numac: 2005021183 - err. B.S. 31.01.2006)
[De oude tekst van artikel 145^6, zoals die bestond alvorens te zijn gewijzigd door de programmawet van 27.12.2004, blijft van toepassing op hypothecaire leningen of levensverzekeringscontracten die voldoen aan de overgangsbepalingen van art. 526, WIB 92; berekening van het maximale bedrag van levensverzekeringspremies en kapitaalaflossingen: 1.250 euro (basisbedrag), 1.500 euro (basisbedrag)]
De bijdragen en betalingen vermeld in artikel 145^1, 2° en 3°, komen voor vermindering in aanmerking voor zover die uitgaven niet meer bedragen dan het positieve verschil tussen:
- enerzijds, 15 % van de eerste schijf van 1.250 euro (basisbedrag) van het totale beroepsinkomen en 6 % van het overige, met een maximum van 1.500 euro (basisbedrag);
- en anderzijds het bedrag dat bij toepassing van artikel 104, 9°, is afgetrokken zonder rekening te houden met de eventuele verhoging bedoeld in artikel 116.
Bovendien komen betalingen als vermeld in artikel 145^1, 3°, slechts voor vermindering in aanmerking in zoverre zij betrekking hebben op de eerste schijf van 50.000 euro (basisbedrag) van het aanvangsbedrag van de voor die woning aangegane leningen.
De Koning bepaalt de voorwaarden en de wijze waarop de vermindering ingevolge artikel 145^1, 2° en 3°, wordt toegepast.
