Artikel 145^9, WIB 92
Art. 145^9, tweede lid, is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 2016 (art. 108 en 113, progW 19.12.2014 - B.S. 29.12.2014; Numac: 2014021137)
De betalingen komen slechts voor vermindering in aanmerking op voorwaarde dat:
1° de collectieve spaarrekening of de individuele spaarrekening is geopend of de spaarverzekering is aangegaan:
a) door een rijksinwoner of een inwoner van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte vanaf de leeftijd van 18 jaar en vóór de leeftijd van 65 jaar;
b) voor een looptijd van ten minste 10 jaar;
2° de voordelen bij het aangaan van het contract bedongen zijn:
a) bij leven, ten bate van de belastingplichtige zelf;
b) bij overlijden:
1) wanneer het spaarverzekeringscontract dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een lening om een onroerend goed te verwerven of te behouden:
- ten belope van het verzekerde kapitaal dat dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van dat onroerend goed verkrijgen;
- ten belope van het verzekerde kapitaal dat niet dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van de lening, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige;
2) in alle andere gevallen, ten gunste van de echtgenoot of van bloedverwanten tot de tweede graad van de belastingplichtige;
3° de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte een attest voorlegt waarvan de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde het model vastlegt.
De vermindering wordt niet meer verleend met ingang van het belastbare tijdperk waarin de spaartegoeden, kapitalen of afkoopwaarden zijn uitgekeerd die afzonderlijk belastbaar zijn ingevolge artikel 171, 1°bis, behoudens indien de uitkering het gevolg is van het overlijden van de belastingplichtige, of waarin de belastingplichtige de leeftijd van 65 jaar bereikt heeft.
