Artikel 145, WIB 92

Art. 145 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2018 (art. 9 en 12, W 18.12.2016 - B.S. 30.12.2016; Numac: 2016022502)


Als ten laste worden niet aangemerkt de personen die deel uitmaken van het gezin van de belastingplichtige en:

1° bezoldigingen genieten die voor de belastingplichtige beroepskosten zijn;

2° als student-zelfstandige zoals bedoeld in artikel 5quater van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen bezoldigingen van bedrijfsleiders genieten die beroepskosten vormen voor een vennootschap, wanneer aan de twee onderstaande voorwaarden is voldaan:

a) de belastingplichtige oefent controle in de zin van artikel 5 van het Wetboek van vennootschappen uit over de vennootschap;

b) de belastingplichtige is, rechtstreeks of onrechtstreeks, een in artikel 32, eerste lid, bedoelde bedrijfsleider van de vennootschap.

Het eerste lid, 2°, is slechts van toepassing wanneer de beoogde bezoldigingen van bedrijfsleiders meer bedragen dan 2.000 euro en meer dan de helft vormen van de belastbare inkomsten, met uitzondering van de onderhoudsuitkeringen.