Artikel 15, WIB 92
Art. 15 is van toepassing met ingang van het aanslagjaar 1996 (art. 1 en 2, W 12.04.1995 - B.S. 26.09.1995; Numac: 1995003533) [De wet van 12.04.1995 werd door het Arbitragehof bij arrest 74/96 van 11.12.1996 (B.S. 09.01.1997) vernietigd]
§ 1. Het kadastraal inkomen wordt proportioneel verminderd in verhouding tot de duur en de omvang van de niet-bewoning, het buiten werking blijven of de onproduktiviteit:
1° wanneer een niet gemeubileerd gebouwd onroerend goed in de loop van het jaar gedurende ten minste 90 dagen niet in gebruik is genomen en geen inkomsten heeft opgebracht;
2° wanneer materieel en outillage geheel, of voor een gedeelte dat ten minste 25 % van het kadastraal inkomen ervan vertegenwoordigt, in het jaar gedurende ten minste 90 dagen buiten werking zijn gebleven;
3° wanneer een gebouwd onroerend goed of materieel en outillage geheel, of voor een gedeelte dat ten minste 25 % van het kadastraal inkomen ervan vertegenwoordigt, zijn vernield.
§ 2. De voorwaarden voor de vermindering moeten worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van kadastraal perceel wanneer dat gedeelte ofwel een afzonderlijke woning is, ofwel een afdeling van de produktie of van de werkzaamheden die, of een onderdeel daarvan dat afzonderlijk kan werken of kan worden geacht afzonderlijk te werken, ofwel een eenheid die van de andere goederen of delen die het perceel vormen kan worden afgezonderd en afzonderlijk kan worden gekadastreerd.
§ 3. De onproduktiviteit moet onvrijwillig zijn. Deze is niet voldoende bewezen wanneer de belastingplichtige zich ertoe beperkt het goed tegelijkertijd te huur en te koop aan te bieden.
