Artikel 174, WIB 92

Art. 174, eerste lid, inleidende zin en 1°, is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1993 (art. 91, 1° en 2°, W 28.12.1992 - B.S. 31.12.1992; Numac: 1992003810 - err. B.S. 18.02.1993)

[In afwijking van artikel 174 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 91 van deze wet, wordt de toepassing van artikel 171, 2°, e, afhankelijk gemaakt van de enige voorwaarde dat de looptijd van 5 jaar verstreken is voor personen die op 31 december 1986 de leeftijd van 55 jaar hebben bereikt (art. 105, W 28.12.1992 - B.S. 31.12.1992; Numac: 1992003810 - err. B.S. 18.02.1993)]

Behoudens in geval van overlijden vinden de bepalingen van artikel 171, 2°, e, slechts toepassing op voorwaarde dat:

1° de in artikel 145^9, eerste lid, 1°, b, bepaalde minimumlooptijd van 10 jaar verstreken is;

2° de belastingplichtige gedurende ten minste 5 belastbare tijdperken stortingen heeft verricht op een collectieve of op een individuele spaarrekening of als premie van een spaarverzekering;

3° elke storting gedurende ten minste 5 jaar belegd is gebleven.

Ingeval de rechthebbende op de spaartegoeden, kapitalen en afkoopwaarden van het pensioensparen zijn woonplaats of de zetel van zijn fortuin naar het buitenland heeft overgebracht, worden deze sommen geacht te zijn uitgekeerd op de laatste dag van het uitoefenen van zijn beroepswerkzaamheid in België.