Artikel 184, WIB 92
Art. 184 is van toepassing vanaf het aanslagjaar 1992 (art. 15, WIB; art. 122, WIB; art. 1, KB 10.04.1992 - B.S. 30.07.1992; Numac: 1992003456)
Het gestorte kapitaal is het deel van het maatschappelijk kapitaal dat werkelijk is gestort, in zover geen verminderingen of terugbetalingen hebben plaatsgevonden. In het kapitaal opgenomen andere winsten dan uitgekeerde winsten die als dusdanig aan belasting werden onderworpen, worden niet als gestort kapitaal aangemerkt.
In geval van inbreng van bedrijfsafdelingen of van een algemeenheid van goederen met vrijstelling van belasting ingevolge artikel 46, § 1, 2°, is het door de inbreng gestorte kapitaal gelijk aan de waarde die de inbreng vanuit fiscaal oogpunt had bij de inbrenger.
Het gestorte kapitaal omvat mede:
1° uitgiftepremies;
2° rentegevende voorschotten die vennoten of hun echtgenoten, of hun kinderen wanneer de vennoten of hun echtgenoten het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, aan personenvennootschappen toestaan, behalve voorschotten aan coöperatieve vennootschappen die door de Nationale Raad van de Coöperatie zijn erkend.
