Artikel 194ter, WIB 92

Onderafdeling IV en art. 194ter, zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 2004 (art. 128, progW 02.08.2002 - B.S. 29.08.2002; Numac: 2002003381 - err. B.S. 04.10.2002 - err. B.S. 13.11.2002 - err. B.S. 07.04.2003; inwerkingtreding: art. 1, KB 03.05.2003 - B.S. 09.05.2003)


§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

1° binnenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken:

- de vennootschap die als voornaamste doel de ontwikkeling en de productie van audiovisuele werken heeft;

- niet zijnde een televisieomroep of een onderneming die verbonden is met Belgische of buitenlandse televisieomroepen;

2° raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk: de basisovereenkomst gesloten tussen een binnenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken en één of meerdere binnenlandse vennootschappen of vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen voor de financiering van de productie van een erkend Belgisch audiovisueel werk met vrijstelling van de belastbare winst;

3° erkend Belgisch audiovisueel werk:

- een langspeelfilm, een documentaire of een animatiefilm bestemd om in de bioscoop te worden vertoond, een animatieserie of een documentaire voor televisie en die door de bevoegde diensten van de betrokken Gemeenschap zijn erkend als Europees werk zoals bedoeld in de richtlijn "Televisie zonder grenzen" van 3 oktober 1989 (89/552/EEG), gewijzigd bij richtlijn 97/36/EG van 30.6.1997 en bekrachtigd door de Franse Gemeenschap op 4 januari 1999, door de Vlaamse Gemeenschap op 25.1.1995 en door het Brussels hoofdstedelijk Gewest op 30.3.1995;

- waarvoor de produktie- en exploitatiekosten die in België werden gedaan binnen een periode van ten hoogste 18 maanden vanaf de datum van afsluiting van de raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk, ten minste 150 % belopen van de totale sommen niet zijnde onder de vorm van leningen die in beginsel zijn aangewend voor de uitvoering van de raamovereenkomst met vrijstelling van winst overeenkomstig § 2.

Voor de toepassing van het vorige lid worden beschouwd als in België gemaakte kosten, de exploitatiekosten en financiële kosten waaruit beroepsinkomsten voortvloeien ten name van aan de personenbelasting onderworpen natuurlijke personen of ten name van binnenlandse vennootschappen, met uitzondering van de kosten vermeld in artikel 57, die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave, van de kosten vermeld in artikel 53, 9° en 10°, alsmede elke kost die niet voor de productie of de exploitatie van het erkend werk werd gedaan.

§ 2. Ten name van vennootschappen of van de vaste inrichtingen van buitenlandse vennootschappen, niet zijnde binnenlandse vennootschappen voor de productie van audiovisuele werken, die in België een raamovereenkomst afsluiten voor de productie van een erkend Belgisch audiovisueel werk, wordt de belastbare winst binnen de grenzen en onder de hierna gestelde voorwaarden vrijgesteld ten belope van 150 % van de door die vennootschap effectief betaalde sommen in uitvoering van de raamovereenkomst.

De in het eerste lid bedoelde sommen kunnen worden aangewend voor de uitvoering van de raamovereenkomst, hetzij door de toekenning van leningen voor zover de vennootschap of de vaste inrichting geen kredietinstelling is, hetzij door het verwerven van rechten verbonden aan de productie en de exploitatie van het audiovisueel werk.

§ 3. Per boekjaar wordt ten name van de vennootschap of de vaste inrichting die de toepassing van de vrijstelling verzoekt, de vrijstelling verleend ten belope van een bedrag dat 50 % van de winst van het belastbaar tijdperk niet overschrijdt of niet meer bedraagt dan 750.000 euro.

Indien een belastbaar tijdperk geen of onvoldoende winst oplevert om de sommen ter uitvoering van de raamovereenkomst te kunnen aanwenden, wordt de voor dat belastbaar tijdperk niet verleende vrijstelling achtereenvolgens overgedragen op de winst van de volgende belastbare tijdperken.

§ 4. De vrijstelling wordt slechts toegestaan en behouden wanneer:

1° de vrijgestelde winst op een afzonderlijke rekening van het passief van de balans geboekt is en blijft;

2° de vrijgestelde winst niet tot grondslag dient voor de berekening van enige beloning of toekenning;

3° de schuldvorderingen en de eigendomsrechten die werden verkregen bij het afsluiten of de uitvoering van de raamovereenkomst aangewend blijven in de uitoefening van de beroepswerkzaamheid in België;

4° het totaal van de door het geheel van de binnenlandse vennootschappen of de vaste inrichting die de overeenkomst hebben afgesloten daadwerkelijk gestorte sommen in uitvoering van de raamovereenkomst met vrijstelling van winst overeenkomstig § 2, niet meer bedraagt dan 50 % van het totale budget van de kosten voor het erkend Belgisch audiovisueel werk en het daadwerkelijk voor de uitvoering van dat budget werd aangewend;

5° het totaal van de door het geheel van de binnenlandse vennootschappen of de vaste inrichting die de overeenkomst hebben afgesloten in uitvoering van deze raamovereenkomst aangewende sommen uit leningen niet meer bedraagt dan 40 % van de sommen allen woorden zijn aangewend in uitvoering van de raamovereenkomst met vrijstelling van winst overeenkomstig § 2;

6° de vennootschap of de vaste inrichting die de vrijstelling verzoekt een afschrift van de raamovereenkomst overlegd binnen de termijn zoals bepaald voor het indienen van de aangifte in de inkomstenbelasting voor het belastbaar tijdperk, en het bij de aangifte voegt;

7° de vennootschap of de vaste inrichting die aanspraak maakt op het behoud van de vrijstelling uiterlijk binnen de twee jaar na de afsluiting van de raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk een document overlegd waarin de controle waarvan de producent van een erkend Belgisch audiovisueel werk afhangt verklaart dat de voorwaarden inzake de kosten in België overeenkomstig § 1, 3°, evenals de voorwaarden en grenzen voorzien in 4° en 5° van deze paragraaf zijn nageleefd;

7°bis de vennootschap voor de productie van audiovisuele werken geen achterstallen heeft bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid op het moment van het afsluiten van de raamovereenkomst;

8° de in dit artikel bepaalde voorwaarden blijvend nageleefd worden.

Ingeval één of andere van deze voorwaarden gedurende enig boekjaar niet wordt nageleefd, wordt de voorheen, vrijgestelde winst als winst van dat boekjaar aangemerkt.

§ 5. De raamovereenkomst voor de productie van een audiovisueel werk bevat de volgende verplichte vermeldingen:

1° de benaming en het maatschappelijk doel van de binnenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken;

2° de benaming en het maatschappelijk doel van de binnenlandse vennootschappen of de vaste inrichting die de raamovereenkomst hebben gesloten met de in 1° bedoelde vennootschap;

3° het totaal van de aangewende sommen bij toepassing van § 2 evenals de juridische vorm, met een gedetailleerde opgave per bedrag, van die aangewende sommen ten name van elke deelnemende vennootschap vermeld onder 2°;

4° de identificatie en de beschrijving van het erkend audiovisueel werk dat het voorwerp uitmaakt van de raamovereenkomst;

5° het budget van de uitgaven die nodig zijn voor het audiovisueel werk in kwestie, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen het gedeelte dat ten laste wordt genomen door de binnenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken en het gedeelte dat gefinancierd wordt door elke binnenlandse vennootschap of de vaste inrichting die aanspraak maakt op de vrijstelling bedoeld in § 2;

6° de overeengekomen wijze waarop de bedragen worden vergoed die zijn aangewend bij de uitvoering van de raamovereenkomst, al naargelang van hun aard;

7° de waarborg dat de in 2° vermelde binnenlandse vennootschap of de vaste inrichting geen Belgische of buitenlandse televisieomroep is en niet verbonden is met een dergelijke onderneming evenals dat de geldschieters geen kredietinstellingen zijn;

8° de verbintenis van de binnenlandse vennootschap voor de productie van audiovisuele werken:

- overeenkomstig § 1 in België uitgaven te doen ten belope van 150 procent van het geïnvesteerde bedrag niet zijnde onder de vorm van leningen;

- het definitieve bedrag dat in beginsel is aangewend tot uitvoering van de raamovereenkomst met vrijstelling van winst te beperken tot ten hoogste 50 % van het budget van de totale uitgaven van het erkend Belgisch audiovisueel werk voor alle betrokken binnenlandse vennootschappen en om alle gestorte bedragen overeenkomstig § 2 daadwerkelijk aan te wenden voor de uitvoering van dit budget;

- het totaal van de sommen die in de vorm van leningen worden aangewend voor de uitvoering van de raamovereenkomst, te beperken tot ten hoogste 40 % van de sommen die in beginsel zijn bestemd voor de uitvoering van de raamovereenkomst met vrijstelling van de winst voor alle betrokken binnenlandse vennootschappen of de vaste inrichting.

§ 6. De voorgaande bepalingen laten onverlet het recht van de vennootschap of de vaste inrichting aanspraak te maken op de eventuele aftrek als beroepskosten van andere bedragen dan die vermeld in § 2 die eveneens ook besteed werden aan de productie van audiovisuele werken en dat binnen de voorwaarden vermeld in de artikelen 49 en volgende.

In afwijking van de artikelen 23, 48, 49 en 61, zijn kosten en verliezen, en ook waardeverminderingen, voorzieningen en afschrijvingen met betrekking tot, naar het geval, de schuldvorderingen en de eigendoms- en exploitatierechten op het audiovisueel werk, die voortvloeien uit leningen of verrichtingen vermeld in § 2, niet aftrekbaar als beroepskosten of -verliezen, noch vrijgesteld.